Schaakpuzzel 49: geniepig pionneneindspel

Pionneneindspellen lijken bedrieglijk eenvoudig, maar zijn vaak helemaal niet zo gemakkelijk. Je moet bijvoorbeeld bij een afwikkeling naar een pionneneindspel dondersgoed opletten. Een fout is zo gemaakt en daardoor zijn al heel wat hele en halve punten verloren gegaan.

Neem deze studie van A. Mandler uit 1938. Het lijkt super eenvoudig. Maar zo simpel is het helemaal niet. Wat is de beste zet voor wit? (oplossing)

Lees meer »

Schaakpuzzel 44: van ruilen komt…?

Mijn wijze moeder peperde het me al vroeg in: “van ruilen, komt huilen!” Dat zei ze bij voorkeur wanneer ik iets met een vriendje had geruild en bleek dat ik de spreekwoordelijke kat in de zak had gekregen. Dat voelt niet lekker aan. Maar het is wel een wijze les voor ons mooie schaakspel.

Daar geldt trouwens de regel op een iets andere manier: het draait er niet zozeer om wat je ruilt, maar wat je overhoudt. Bij die vraag had Sveshnikov (ja die van de variant die naar hem is genoemd) wellicht ook wat beter stil moeten staan. De vraag is: Is het verstandig voor wit om de lopers te ruilen?

In deze stelling draait het trouwens niet zozeer meer om de eerste zet. Die heb ik al zo’n beetje verklapt. Het zit een tikkeltje dieper. Het complete antwoord…

Lees meer »