Eindspel van koning en toren tegen koning en pion

Je hebt vast geleerd hoe je met een dame en een koning tegen een koning en pion speelt. Vaak is dat gewonnen. Echter niet altijd. Maar hoe zit dat met een toren? Dat is een stuk lastiger.


Zie het eerste diagram. Wit is aan zet. Wij kunnen meteen concluderen dat wit voor twee mogelijke uitkomsten vecht. Hij wint of speelt in het slechtste geval remise. Dat doet zich voor wanneer de zwarte pion promoveert. Dan moet de partij met de toren meestal zijn toren opgeven.

Wat meteen opvalt is dat de witte koning zich ergens in Verwegisstan bevindt. Dat is niet positief. Gunstig is dat de toren achter de pion staat. Wat denk je? Kan zwart remise maken?

Door even simpel te tellen weet je het antwoord. Zwart heeft minimaal 5 zetten nodig om de pion te laten promoveren. Dat zijn twee koningszetten en drie pionzetten. Als wij dan ook even tellen hoeveel zetten wit nodig heeft om bij de pion te komen, dan is het antwoord duidelijk. Dat zijn namelijk ook vijf zetten. Wit mag beginnen. De afloop is voorspelbaar.

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)

In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.

Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – Voorbij de Philidor positie (4)

In de derde aflevering van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Maar hoe pak je het aan als dat een gepasseerd station is? Hierbij denk ik dan aan stellingen waarin de zwarte koning teruggedrongen is naar de achterste rij. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel voor de aanvaller is dat de verdedigende partij nog maar heel weinig bewegingsruimte heeft. Ook moet de verdediger constant letten dat hij niet mat gaat.

En wat zijn dan wel de voordelen voor de verdediger? Ten eerste dat de verdediging in een aantal gevallen van een verbijsterende eenvoud is. En dat de aanvallende partij het voor elkaar moet boksen om de koning weg te jagen van het promotieveld. Maar daarmee houden de voordelen voor de verdediger wel zo’n beetje op. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (1)

Tijdens een schaaktraining bij ons op de club (sv Zukertort) gegeven door Eric Roosendaal werd ik me er pijnlijk van bewust dat mijn kennis van eindspelen flink te wensen overlaat. Ik was wel bekend met een aantal stellingen en manoeuvres, maar deze kennis was behoorlijk ver weggezakt. Deze training was een prima opfrisser.

Uiteraard heb ik ook het overvloedige materiaal wat ik bezit, maar nooit goed heb bestudeerd, geraadpleegd voordat ik me aan dit onderwerp durfde te wagen.

Een van de vele prima boeken in mijn bezit is ‘Dvoretsky’s Endgame Manual’ van de helaas te vroeg overleden schaaktrainer Mark Dvoretsky. Over toreneindspelen schreef Mark in zijn boek:

“Toreneindspelen zijn wellicht de belangrijkste en moeilijkste van alle eindspelen. Het meest belangrijke omdat ze in de praktijk veel vaker voorkomen dan andere eindspelen. Moeilijker omdat de student veel meer kennis moet opdoen vanwege de grote verscheidenheid aan mogelijkheden.”

Toreneindspelen kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Nederige types zoals ik, bakken er soms helemaal niets van. Maar ook sterkere spelers gaan regelmatig in de fout. Talloze halve en hele puntjes gaan onnodig naar de verkeerde partij. Het is dus hoog tijd om aandacht te besteden aan de meest voorkomende eindspelen. Wellicht vraag jij jezelf af:

“Waarom komen toreneindspelen vaker voor dan andere eindspelen?”

Een belangrijke reden is de positie van de torens in de beginstelling. Ze staan op  de hoeken van het bord en komen vaak pas laat in het spel. En dus is de kans dat ze na alle schermutselingen overblijven ook een stuk groter.

Toreneindspelen zijn boeiend en razend moeilijk!

Je hoort wel eens zeggen dat de meeste toreneindspelen in remise eindigen. En dus zijn ze niet boeiend? Denk nog eens na! Toreneindspelen zitten vol met allerlei schitterende wendingen. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling (zie hierboven). Wat zou jij hier doen met wit? (Verder lezen…)

Lees meer »

Enige eindspelkennis kan goed van pas komen

Bij tactische opgaven denken wij meestal niet direct aan eindspelen. Dat is echter een vergissing. In eindspelen komen heel wat tactische wendingen voor. Maar dat is niet het onderwerp van deze blog.

Kennis van eindspelen kan soms prima van pas komen bijvoorbeeld als het gaat om te beoordelen of een afwikkeling naar een eindspel goed uitpakt. Zie de stelling in het diagram.

Zwart is aan zet. Je voelt aan je water dat er ‘iets’ in moet zitten. Nou ja, dat weet je uiteraard als je schaakpuzzels oplost. Die puzzels zijn er niet voor niets. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je dergelijke momenten ook in een gewone partij onderkent.Lees meer »

Verraderlijk eindspel

Hoe minder stukken op het bord, des te makkelijker het wordt? Nou niet direct. Neem nou deze stelling. Wit heeft zojuist 41. Tc2-c1 gespeeld. Het lijkt een onbegrijpelijke zet, want het ligt toch veel meer voor de hand om de toren op de tweede rij te houden? Het is toch een stuk hardnekkiger dan Tc1?

Maar wellicht is wit’s 41e zet toch wel begrijpelijk. Mogelijk heeft hij de zwarte reactie over het hoofd gezien. Overigens kan zwart ook in het geval van bijvoorbeeld 41. Tc2-Tf2 uiteindelijk binnendringen op de tweede rij. Maar dan heeft wit in ieder geval nog wat tegenspel. Nu kan zwart het snel uitmaken. Hoe?

Rating: 2038.4
Gemiddelde oplostijd: 5:21
Aantal pogingen: 737
Succespercentage: 48.03%

Beginnen met het eindresultaat in gedachten

Zelfs met weinig stukken op het bord kunnen schaakpuzzels nog behoorlijk lastig zijn. Neem deze stelling. Het kan toch niet moeilijk zijn om dit puzzeltje op te lossen? Dat is binnen een oogwenk gebeurd. Of toch niet?

Ik los elke dag enkele puzzels op via chesstempo. Ik zag deze puzzel voor de tweede keer. Ik meen dat ik hem al eens eerder was tegengekomen bij chess.com. Dus mag het vinden van de juiste oplossing weinig moeite kosten?Lees meer »

Geniepig eindspelletje

Algemene principes kunnen van enorme waarde zijn. Ook intuïtie speelt in het schaken een belangrijke rol. Maar in het eindspel is het toch vooral een zaak van nauwkeurig rekenen.

Zie het diagram. Wie staat er beter? Eigenlijk kun je dat niet zeggen zonder er concrete varianten in te betrekken. Zwart heeft een kleine materiële voorsprong. Voor de kwaliteit heeft wit slechts één pion gekregen. Maar wat voor een pion! Of beter: pionnen.

Want het is niet alleen de b-pion die zijn promotieveld gevaarlijk dicht is genaderd, maar ook de f-pion doet een aardige duit in het zakje. Daar staat dan wel weer tegenover dat de zwarte koning actiever is en de witte loper op dit moment buitenspel staat. Weer die lastige vraag: wie staat er beter? Zelf kwam ik er niet helemaal goed uit. Jij wel? Oplossing…

Bedriegelijk eindspel

Wanneer er weinig stukken op het bord zijn overgebleven, betekent het niet altijd dat de zaak er eenvoudiger op is geworden.

Ik vond deze stelling via Facebook bij Chessbites. De stelling is een eindspelstudie van Juri Makletsov. Ik heb een enthousiaste poging ondernomen, maar vond helaas geen informatie over Makletsov.

Wit is aan zet
Wat is jouw oordeel over deze stelling? In de reacties op Facebook zaten de meeste mensen er flink naast. Wit vecht voor remise. Dat is denk ik wel duidelijk omdat zwart met de loper gemakkelijk de a-pion kan stoppen.

Zelf vond ik wel het juiste idee, maar zoals bij mij wel vaker voorkomt, ging het met de uitvoering mis. Kan zwart winnen? Oplossing…

Eindspel: koning in het nauw gedreven

Zoals bekend is Magnus Carlsen een eindspel virtuoos. Men zegt wel eens dat hij dit te danken heeft aan het boek Fundamental Chess Endings geschreven door Karsten Müller en Frank Lamprecht. 

De ondertitel luidt ‘Een nieuwe eindspelencyclopedie voor de 21e eeuw’. Het is een lijvig boekwerk wat je niet zo maar eventjes doorneemt op een regenachtige namiddag of zo. Dat is uiteraard ook niet de bedoeling van naslagwerken.

Magnus schijnt het overigens wel te hebben gedaan en het heeft hem bepaald geen windeieren gelegd. Maar ook hij zal er eventjes mee zoet zijn geweest. Het boek telt ongeveer vierhonderd pagina’s en honderden stellingen.

Kennelijk heeft Magnus ook een beter geheugen dan zijn gemiddelde medemens. En dat is geen overbodige luxe want succes in eindspellen berust voor een deel op pure kennis.

Ik kan me levendig voorstellen dat niet iedereen zin heeft om zo’n boek door te worstelen. Zelf zinkt de moed me in de schoenen als ik het boek beet pak en al die stellingen en varianten zie. Maar ik vind eindspellen wel reuze interessant en dus zit ik er af en toe toch in te grasduinen. Maar er zijn ook andere mogelijkheden want gelukkig doet Karsten Müller meer dan lijvige boeken schrijven.

Hij heeft een vaste eindspelrubriek op Playchess (1x per maand). Daarnaast heeft hij een geweldige serie DVD’s op zijn naam staan (je vindt die in de Chessbase Shop) en hij publiceert interessante eindspellen in het ChessBase Magazine. Dit laatste in de vorm van vraag en antwoord. Door er zelf over na te denken, leer je er een hoop van.

Zie het diagram. Ik vond deze stelling in magazine nr. 165. Wit is aan zet. Zwart heeft een pion meer en ook de pion op f3 ziet er dreigend uit. Toch is zwart reddeloos verloren. Hoe wint wit? Zie de oplossing…