Kijken, denken en dan pas zetten

Stelling 1

Wanneer kinderen leren schaken krijgen ze van hun trainers talloze adviezen. Een bekend advies is “ga op je handen zitten”. Het is zo’n advies wat wij op jonge leeftijd nonchalant in de wind slaan. En dus leren wij onszelf verkeerde gewoontes aan.

Met als gevolg “jong geleerd, oud gedaan”. Ook ervaren schakers doen soms zetten zonder goed te kijken en na te denken. Het is iets wat ons allemaal overkomt.

Het advies om op je handen te gaan zitten is goed bedoeld. Maar wel een beetje beperkt. Want je moet natuurlijk meer doen nadat je tegenstander heeft gezet. Denk aan:

  • Wat er is veranderd in de stelling?
  • Welke zetten kan je tegenstander doen die hij eerder niet kon spelen?
  • Dreigt er iets?
  • Wat is je tegenstander van plan?
  • Moet ik daar op reageren?
  • Of kan ik zelf iets ondernemen?
  • En dan pas: wat kan (moet) ik spelen?

Het devies is dus niet om op je handen te gaan zitten, maar om eerst te kijken, daarna na te denken en vervolgens pas te zetten. Wat kan er misgaan wanneer dit advies negeert?

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (5)

Botwinnik-Keres (Moskou 1952)

Via Facebook kwam ik een leuke partij tegen waarin de zwartspeler zijn loper op h2 offert. Deze partij was goed voor de schoonheidsprijs van de 2e KNSB-ronde. Naast een fraai stukoffer vind je ook nog enkele nuttige opmerkingen over de opening.  

Je zou denken dat de ruilvariant van het damegambiet wel helemaal uitgekauwd is. Maar dat valt gelukkig mee. Spelers als Botwinnik en later Kasparov hadden veel succes met de opzet waarin wit e4 doorzet. Een mooi voorbeeld is de partij tussen Botwinnik en Keres uit 1952. Hier en in talloze andere partijen gaat de zwarte loper naar e7.

Tegenwoordig is een wat andere opzet voor zwart in zwang gekomen. Zwart speelt de loper naar een actiever veld: d6. Vroeger was deze zet zeldzaam omdat er twee duidelijke nadelen zijn.

Ten eerste: wit heeft de bedoeling om de e-pion naar e4 en eventueel e5 door te schuiven. Als dat lukt kost het zwart een stuk vanwege het pionvorkje. Het tweede nadeel is de penning van het paard op f6. Luis Rodi behandelt de zwarte opzet uitgebreid in Yearbook 130 van New In Chess in het artikel ‘Why not 6…Bd6 in the Carslbad”. Ja, waarom ook niet? Verder lezen…

Lees meer »

Grootmeesters zijn ook maar mensen (2)

Kasparov – Karpov (Moskou, 1/10/1985)

Eigenlijk zou de titel van deze blog ook ‘Wereldkampioenen zijn ook maar mensen’ moeten zijn. De groten der schaakaarde gaan soms in de fout. Zelfs toppers als Karpov en Kasparov zagen wel eens een tactische wending over het hoofd. En ook Magnus Carlsen is niet immuun voor blunders. 

Maar misschien is het ook niet zo gek als je bedenkt dat de beide K’s elkaar tot het uiterste hebben bevochten. Timman zegt hierover in zijn boek ‘The longest game’:

“Over een periode van zes jaar speelden ze vijf wereldkampioenschapsmatches tegen elkaar. In het totaal zaten ze maar liefst vier volledige maanden tegenover elkaar, deden 5540 zetten in 144 partijen. Met enig recht kun je stellen dat dit veruit de langste partij was die ooit werd gespeeld.”

Meer dan 5.000 zetten? Dan zit er vast wel eens een wat ‘mindere zet’ tussen. Zie het diagram. Het is de elfde partij van hun tweede match uit 1985. Wit had enig initiatief in deze partij. Maar de stelling is nog steeds min of meer in evenwicht. Tenminste totdat Karpov met zwart 22. – Tc8-d8?? speelde.

Ik zou dit willen kwalificeren als een megablunder voor een speler van het formaat Karpov. Zelfs redelijk sterke clubspelers mogen zo’n fout niet maken. Want het thema is toch tamelijk basaal. (verder lezen)…Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (loperoffer op h7 of h2)

Stelling 1

Het is verstandig om te bekijken wat de omstandigheden zijn waarin het loperoffer op h7 (of h2) mogelijk is. Aan de hand van deze kennis kun je snel bepalen of het offer correct is of dat je het er beter niet op waagt. Zie stelling 1.

Dit zijn de voorwaarden voor een succesvol offer:

  • Een loper op de diagonaal b1-h7, die zichzelf kan opofferen.
  • Een paard (op f3) dat na het offer op h7 naar g5 kan springen.
  • De dame kan naar h5.
  • Pion op e5 (niet altijd nodig).
  • Een loper op de diagonaal c1-h6 is ook bijzonder handig.
  • Zwart is niet in staat om de dame of een loper naar de diagonaal b1-h7 te brengen.
  • Zwart heeft geen paard op f6 en kan ook niet zonder bezwaren een paard naar dit veld spelen.

Vraag jezelf nu even af: zijn deze voorwaarden aanwezig in stelling 1? (verder lezen)…

Lees meer »

Grootmeesters zijn ook maar mensen

Stelling 1

Wanneer je hoort dat een clubschaker al binnen enkele zetten glad verloren staat, dan kijk je niet vreemd op. Dat soort ongelukken gebeuren nu eenmaal.

Maar grootmeesters die eigenlijk na een zet of acht al kunnen opgeven? Dat komt toch een stuk minder vaak voor. 

Tja… wij hadden vroeger Jan Hein Donner. Donner was natuurlijk jarenlang een sterke grootmeester en stond in de jaren vijftig en zestig in Nederland aan de top. Hij versloeg ooit Bobby Fischer. Maar mijn schaakbewustzijn dateert van iets latere datum.

Dat waren de jaren zeventig. En toen was Donner duidelijk over zijn hoogtepunt heen. En dus herinner ik me Donner vooral om zijn ‘Donnertjes’. Van die korte partijtjes waarin hij al snel verloren stond.

Van de moderne generatie grootmeesters zou je verwachten dat ze hun openingsrepertoire van haver tot gort kennen en dus geen beginnersfouten maken. Nou…? Niet helemaal. Zie stelling 1. Deze stelling is het resultaat van een Caro Kann. Die opening dankt zijn toch wat vreemde naam aan twee mensen die voorzover ik weet nooit tot grote hoogten zijn gestegen: (verder lezen)…Lees meer »

Gebruikmaken van zwakke velden bij je tegenstander

Stelling 1

De Fransman Francois-André Philidor was in de 18e eeuw de sterkste schaker ter wereld. Hij schreef destijds een handboek voor schakers. Dat boek gold meer dan een eeuw als hét standaardwerk voor het schaakspel en werd vele malen herdrukt in diverse talen. 

Van hem is de uitspraak afkomstig ‘de pion is de ziel van het schaakspel’. Hij was zijn tijd ver vooruit en formuleerde een aantal belangrijke principes voor het schaakspel.

Hij gaf ook een definitie van een zwak veld. Hij zei dat een veld zwak is wanneer je het niet meer kunt controleren met een van je eigen pionnen. Zie stelling 1.

Als je de definitie van Philidor volgt is het meteen duidelijk dat het veld d5 een zwak veld is voor zwart. Doordat zwart eerder zijn e-pion naar e5 heeft opgespeeld en de c-pion is geruild voor de witte d-pion, kan zwart dit veld dus niet meer met een pion controleren. Verder lezen…Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (3)

In zijn fraaie boek ‘The Chess Toolbox’ wijdt Thomas Willemze een hoofdstuk aan de ‘Greek Gift’. Hij laat zien hoe je met tempo je stukken richting de vijandelijke koning kunt manoeuvreren.

Thomas Willemze behandelt uiteraard veel meer onderwerpen in dit uit de kluiten gewassen en vooral zeer instructieve boekwerk. Denk daarbij aan het afruilen van (de juiste) stukken, je torens effectief inzetten en uiteraard aanval en verdediging. Het boek bevat bovendien heel wat oefeningen. Kortom: een schatkamer voor schakers die zich verder willen ontwikkelen.

Stelling 1

De auteur begint met het volgende voorbeeld (zie stelling 1). De witte dame is er alleen op uitgetrokken en heeft een pionnetje op b7 opgepeuzeld. Het behoeft nauwelijks toelichting dat dergelijke excursies niet zonder bezwaren zijn. De witte dame bevindt zich ver van de plek waar straks de strijd gaat ontbranden.

Als wij verder naar de stelling kijken, dan zien wij dat alle ingrediënten voor een succesvol loperoffer op h2 aanwezig zijn. De zwarte lopers kijken dreigend naar de witte koningsstelling. Die koningsstelling is niet al te best verdedigd.

Bovendien kan zwart handig gebruikmaken van de ongelukkig positie van de witte dame en daardoor zijn stukken met tempo in het spel brengen. Dat is noodzakelijk omdat de loper meteen op h2 offeren nog niet werkt omdat het paard op e7 in de weg staat. Dus begint zwart met 1. – Tb8! 2. Dxa6 Tb6!

Een belangrijke tussenzet. Hiermee jaagt zwart de dame naar a5 en daardoor kan het paard op e7 met tempo de weg vrijmaken voor de zwarte dame. (verder lezen)

Lees meer »