Schaakpuzzel 55

Zwart aan zet

In deze stelling is op het eerste gezicht weinig aan de hand. De zwarte stukken zijn wat actiever en je kan betogen dat hij ook enig ruimteoverwicht heeft. Maar de zaak is symmetrisch. Dus stevenen beide partijen op remise af? Het lijkt er wel op. Want zwart begon met stukken ruilen en speelde 23. … Lxf1. Wat is vervolgens de beste zet voor wit?

Lees meer »

IM Hans Bouwmeester

Hans Bouwmeester
Wikimedia Commons

Hans Bouwmeester is de oudste nog levende schaakmeester van Nederland. Hij is inmiddels 91 jaar en zijn gezondheid is niet meer die van een jonge man. Maar ons gesprek was uitermate onderhoudend.

Ik ken Hans nog uit mijn tijd bij Schaakclub Utrecht. Maar ik maakte al veel eerder kennis met hem. Zoals waarschijnlijk veel schakers begin jaren zeventig, verslond ik de Prismaboekjes waarvan hij, in samenwerking met onder anderen Bert Kieboom, de auteur was.

Op een goede dag meende ik een fout in een van de boekjes gevonden te hebben. Wij spraken elkaar (ik meen over de telefoon) en ik ging op de fiets van Harmelen (waar ik woonde) naar Vleuten, de woonplaats van de beroemde schaker en auteur. Hij ontving me uitermate gastvrij en ik liet hem de vermeende fout zien. Al snel bleek dat de fout in mijn hoofd zat en niet in de tekst. Gelukkig moesten we er beiden om lachen.

Pas jaren later ontmoetten wij elkaar af en toe weer. Deze keer in de zalen van het roemruchte SC Utrecht. Daar gaf hij soms ook schaaktraining. Hij deed het op een nauwgezette en zeer methodische wijze. Op een van die avonden liet hij zien hoe je de Pirc met zwart moest aanpakken. De kern van zijn betoog was dat je e5 moest proberen door te zetten. Na meer dan een uur training stak Lucas Bunge (een goede bekende van Hans) zijn vinger op en vroeg op plagerige toon:

Lees meer »

Die lastige toreneindspelen (1)

Studie van Nikolay Minev

Van alle eindspelen die je op het bord krijgt, zijn de toreneindspelen het meest talrijk. De reden ligt voor de hand: de torens komen vaak als laatste in het spel. Toreneindspelen zijn bepaald niet gemakkelijk. Dvoretsky’s Endgame Manual zegt hierover:

“Toreneindspelen zijn waarschijnlijk de belangrijkste en moeilijkste soort eindspelen. Belangrijk omdat ze het frequentst voorkomen en moeilijk omdat men veel meer kennis moet opnemen en onthouden dan bij andere materiële verhoudingen.”

Het is al weer een tijd geleden dat ik met een serietje ‘wat elke schaker van toreneindspelen moet weten’ aandacht aan dit onderwerp heb besteed. Hoog tijd om de draad weer eens op te pakken. Zullen we beginnen met twee ‘eenvoudige’ studies? Geef een oordeel over bovenstaande stelling:

Wit aan zet:

  • staat verloren?
  • maakt remise?
  • staat gewonnen?

Wat is jouw oordeel?

Lees meer »

WGM Iozefina Werle

Foto: Harry Gielen

Iozefina Werle is de regerend Nederlands kampioen bij de dames. Zij werd kampioen in 2019 en is dat om bekende redenen nog steeds. Dat kampioenschap is niet het enige succes dat ze met schaken heeft behaald.

Ze is geboren en groeide op in Roemenië. Haar trainer, Vasile Manole, zag haar talent en dat bleek een schot in de roos. Op haar erelijst staan uitstekende resultaten bij Europese kampioenschappen en ook in Roemenië was ze dicht bij een nationale titel.

Ze behaalde de grootmeestertitel voor dames in het seizoen 2008/2009

Tegenwoordig woont ze in Nederland en is ze de partner van GM Jan Werle. Vanaf 2010 studeerde Iozefina aan de universiteit van Groningen (Europees en Internationaal Recht). Ze werkt bij Intratuin en heeft daar een functie op het gebied van datamanagement en logistiek.

Iozefina is bestuurslid van de schaakbond en heeft in haar portefeuille: jeugdschaak, schoolschaak, schaakmatties en talentontwikkeling. Deze drukke werkzaamheden en taken maken wel dat er op dit moment wat minder tijd over is voor het schaken.

Lees meer »

Eindspelcomponist Harold van der Heijden

“Eindspelstudies zijn kunst. Wat mij betreft, betekent het dat een studie een ‘ziel’ moet hebben. Een studie moet niet louter bestaan uit een ijskoud mechanisch pad dat naar winst of remise leidt, maar moet altijd een verrassing of iets bijzonders bevatten. Het moet ook vloeiend verlopen.”

Eindspelcomponist Harold van der Heijden citeert John Keats:

“A thing of beauty is a joy forever”.

Schoonheid en verrassing dat is waarom het draait in de wereld van de eindspelcomponisten. Het metier is al eeuwenoud. En gelukkig: springlevend!

In een interview dat ik over hem las, haalt hij een prachtig voorval aan. Harold was uitgenodigd voor een algemene bijeenkomst waarop hij de kans kreeg om eindspelcomposities te promoten. De bijeenkomst werd bezocht door talloze jonge talenten, sterke spelers en zelfs enkele grootmeesters. Hij liet ze onderstaande stelling zien (je vindt de complete oplossing verderop in dit artikel).

Studie Harold van der Heijden

Harold heeft deze stelling zelf bedacht. De schoonheid schuilt naar mijn smaak in de relatieve eenvoud van de stelling. Maar de oplossing is bepaald niet eenvoudig. Iedereen begon te puzzelen, maar het duurde wel eventjes voordat ze de oplossing vonden. Enkele slimmeriken zeiden:

Lees meer »

On the Origin of Good Moves

On the origin of good movesIk begin deze recensie met een schokkende bekentenis.  Het hoge woord moet er maar eens uit. Wat? Dit is het eerste schaakboek dat ik ooit helemaal heb uitgelezen. 

Daarmee wil ik geen kwaad woord over andere boeken zeggen. Maar verreweg de meeste schaakboeken zijn geen échte leesboeken. Veel schaakboeken zijn vooral ‘doe-boeken’. Om dan een boek van kaft tot kaft door te nemen valt niet altijd mee. 

Nu wil ik zeker niet beweren dat Willy de lezer lui achterover laat leunen. Hij zet hem flink aan het werk. In deze dikke pil beginnen vrijwel alle hoofdstukken met enkele schaakopgaven. Die variëren van redelijk makkelijk tot zeer moeilijk.

Het is een mooie mix. Die opgaven hebben tot doel om wat later in het hoofdstuk volgt in te leiden. Wat volgt, is meer dan de moeite waard en zette en passant mijn beeld van de schaakgeschiedenis op z’n kop. 

Lees meer »

GM Paul van der Sterren

GM Paul van der SterrenVan alle Nederlandse topschakers kwamen er maar weinigen heel ver in de strijd om het wereldkampioenschap. Euwe werd natuurlijk kampioen en ook Jan Timman reikte ver. Maar lang niet iedereen weet dat Paul van der Sterren een eervolle ‘derde plaats’ inneemt. Via het bijzonder sterk bezette Interzonale Toernooi in Biel (1993) plaatste Paul zich voor de kandidatenmatches. Daar strandde hij helaas op Gata Kamsky.

Uiteraard was dat lang niet zijn enige prestatie. Paul begon tamelijk laat met schaken. Hij maakte pas op dertienjarige leeftijd kennis met het koninklijke spel. Daarna ging het snel bergop. Hij werd onder andere viermaal kampioen van Limburg. Na zijn schooltijd ging hij rechten studeren in Amsterdam.

Hij maakte deze studie echter nooit af. Hij behaalde nog wel zijn kandidaatsexamen maar zijn deelname aan de hoofdgroep van het Hoogovenstoernooi 1978 betekende definitief het einde van zijn universitaire aspiraties. Hij eindigde in dit loodzware toernooi op de laatste plaats, maar won wel een fraaie partij van Viktor Kortchnoi. Viktor de Verschrikkelijke verkeerde destijds op het hoogtepunt van zijn carrière en was in het hetzelfde jaar de uitdager van wereldkampioen Anatoli Karpov.

Lees meer »