Een pionnetje dat zwaar op de maag ligt

Als iemand je een kadootje aanbiedt, is het niet netjes om dit af te slaan. Tenminste, zo gaat dat vaak in het sociale verkeer. Dan vindt men je neus voor een presentje ophalen ‘niet aardig’.

Alhoewel ik ook wel eens iets heb gekregen waarvan ik dacht ‘wat moet ik daar nou toch weer mee?’ Kortom: kadootjes maken ons niet altijd gelukkig. 

In het schaken zal niemand het je kwalijk nemen als je dergelijke presentjes afslaat. Dat hoort er een beetje bij. Maar soms kunnen wij het toch niet laten om de geste dankbaar te accepteren. Met af en toe bijzonder nare gevolgen.

Want een kadootje dat je op je verjaardag hebt gehad en niet zo erg ziet zitten, kun je altijd nog weggooien of aan iemand anders geven. Maar helaas werkt het bij een schaakpartij ietsje, pietsje anders.

Zie het diagram. Wit had een gulle bui en offerde met 30. b5 een pion. Zwart accepteerde deze geste met 30. – bxc6?? 31. bxc6 Qxc6. Nu ben jij aan de beurt: wit speelt en wint! Oplossing…

Een elegant slotakkoord

Wanneer jouw tegenstander het Londense systeem tegen je speelt, moet je goed weten hoe je dit aanpakt. Want als je het even verkeerd doet, is de kans groot dat wit korte metten met je maakt. Dit is een typerend voorbeeld.

Kenmerkend voor het Londense systeem zijn de zetten 1. d4 2. Pf3 en 3. Lf4. Wit kiest er voor om de c-pion nog even rustig te laten staan. Deze gaat meestal pas later naar c3. Je krijgt dan een soort van Slavische structuur. Maar dan met wit in plaats van zwart.

De witte loper gaat vervolgens naar d3 en kijkt al heel verleidelijk naar pion h7. Het paard verhuist van b1 naar d2 en staat klaar om zijn collega op f3 te hulp te schieten zodra deze zich in het strijdgewoel begeeft.

Het Londense systeem is uitermate solide. Een ander voordeel is dat wit weinig theorie hoeft te kennen. Hij kan dit systeem tegen diverse zwarte antwoorden op 1. d4 spelen. Bovendien zit er het nodige venijn in deze opstelling. Dat blijkt weer eens uit de partij in de diagramstelling.

Je kunt deze partij in z’n geheel naspelen. Op die manier zie je hoe wit zijn aanval opbouwt. Let er vooral even op dat zwart niet de beste verdediging heeft gekozen. Hij verzuimde de diagonaal van de witte loper op c2 te verstoppen.

In de slotstelling is het helemaal afgelopen. Zie jij hoe wit de partij binnen enkele zetten, op elegante wijze, beslist? Klik op deze link en je vindt de hele partij met de oplossing…

 

Koning in de aanval

Meestal is de koning een beetje een lafbek. Hij verschuilt zich het liefst zo snel mogelijk achter een barrière van pionnen. Over het algemeen kruipt hij pas later, ergens in het eindspel uit zijn schulp om actief aan de krijgshandelingen deel te nemen. 

Toch zijn er wel uitzonderingen op deze vuistregel. Eén van de bekendste voorbeelden is de partij tussen Nigel Short (met wit) en onze landgenoot Jan Timman. Deze partij werd gespeeld in het Interpolistoernooi van 1991. Daar greep de witte monarch beslissend in. Jan Timman moest al na 34 zetjes de handdoek in de ring gooien.

In de partij tussen David Navarra (wit) en Zurab Sturua gingen de stukken in rap tempo de doos in. Vaak is dat een recept voor een snelle remise. Maar niet in deze partij. Wit is aan zet en wint. De hint is na de inleiding wel duidelijk: ook de witte koning eist een rolletje voor zichzelf op. Alhoewel de dame, net als in de partij tussen Short en Timman, de eer krijgt om de genadeslag toe te dienen. Oplossing…

Geniepig puzzeltje

Als je deze blog volgt, dan weet je zo langzamerhand wel dat ik erg enthousiast ben over ChessTempo. Je vindt er een geweldige hoeveelheid tactische puzzels. Daar zitten hele makkelijke puzzels tussen, maar naarmate jouw rating omhoog gaat, neemt ook de moeilijkheidsgraad toe. 

Deze puzzel heeft een rating van 1985. Er waren 1106 oplospogingen. Maar slechts de helft van de deelnemers heeft de puzzel correct opgelost  (49,28%). Jij bijt je tanden natuurlijk niet stuk op deze puzzel. Zelf had ik er weinig moeite mee. Maar pas op. Er zit een addertje onder het gras. Wit is aan zet. Oplossing…

EPS. Je kunt bij ChessTempo ook gratis puzzels oplossen. Het nadeel is dan wel dat de puzzels tamelijk eenvoudig blijven. Alhoewel het ook een leuke oefening is om er even snel 10 achterelkaar te doen!

 

Heerlijke combinatie

Er zijn mensen die beweren dat vroeger alles beter was. Nou, dat is natuurlijk onzin. Tegenwoordig is het leven voor de meeste Nederlanders een stuk aangenamer dan in de negentiende eeuw. Toen leden de mensen in ons kikkerlandje bittere armoe. Maar op één vlak was het leven misschien wel beter.

Ik doel uiteraard op de romantische schaaktijd. De stukken vlogen je indertijd om de oren. Tegenwoordig gaat dat niet meer zo gemakkelijk. Het leverde natuurlijk wel prachtige momenten op. Neem de volgende partij uit 1879 (zie diagram).

Wit heeft een ‘kwal’ geofferd en zijn koning staat bepaald niet veilig. Dus lijkt het er op dat het binnen de kortste keren ‘einde oefening is’. Toch heeft hij nog het laatste woord. Wit aan zet wint. Oplossing…

 

Lees meer »

De methode van de eliminatie

Heb jij dat ook wel eens? Ik bedoel dat je naar een schaakpuzzel zit te staren en maar niet op het juiste idee komt om de stelling op te lossen. Daar heb ik in ieder geval wel eens last van. Soms zelfs bij tamelijk makkelijke opgaven. Overigens vertrouwde een sterke speler mij onlangs toe dat hij ook momenten van totale schaakblindheid kent. Dat is dan weer een schrale troost.

De volgende stelling ontstond in een bundesligapartij in 1998 tussen Joerg Schwalfenberg (een FIDE Meester met tegenwoordig een rating van 2298) en Rustam Kasimdzhanov uit Oezbekistan (tegenwoordig met een rating van 2662). Het krachtsverschil was groot tussen de beide heren. Maar in 1998 was de Oezbeek nog niet op zijn top. Dat kwam een paar jaar later in 2004 toen hij wereldkampioen werd.

Overigens was hij een wereldkampioen die niet in de hele schaakwereld erkent werd. De feitelijke wereldkampioen, maar dan niet van de FIDE, was natuurlijk Vladimir Kramnik.  Men kampte nog met de naweeën van het schisma in de schaakwereld. Kasimdzhanov won zijn wereldtitel in een toernooi dat wij het beste kenschetsen als een afvalrace. Of zoals sommige mensen zouden zeggen:

‘Hij was de gelukkige winnaar van een tombola’!

Deze toernooivorm bestaat nog steeds en wordt elke twee jaar georganiseerd onder de naam FIDE World Cup. De beide finalisten verkrijgen het recht om mee te spelen in het kandidatentoernooi. De winnaar van het kandidatentoernooi heeft het recht om de wereldkampioen uit te dagen in een match (zoals het natuurlijk hoort). Kortom: de World Cup is een loodzwaar toernooi, maar toch écht iets anders dan de wereldtitel.

Terug naar de stelling

Wit had zojuist 33. Td8-c8?? gespeeld. Zwart reageerde met 33. – Tc3-c1+ waarop wit zich verdedigde met 34. Pe3-f1. Wit zat al aardig in de knoei, maar de torenzet naar c8 veranderde een slechte stelling in een verloren stelling. De vraag is:

Hoe verzilvert zwart zijn voordeel?

Ik heb deze stelling gevonden op ChessTempo. Als je gebruikmaakt van de betaalde versie, dan krijg je heel wat extra informatie. Bijvoorbeeld:

  • De opgave heeft een standaardrating van: 1676.8
  • Gemiddeld doet men er 5 minuten en 35 seconden over om deze puzzel op te lossen (of een foute zet te doen).
  • Het aantal pogingen was 2131 met een succespercentage van 56.59%

Voordat ik verder ga, stel ik voor dat je zelf de juiste oplossing zoekt. Dat is niet heel erg moeilijk. Tenminste: als je niet zoals ik last hebt van een vlaag van schaakblindheid (vervolg)

Lees meer »