Waarom pat een geweldige verrijking van het schaakspel is

Er zijn mensen die zeggen dat je de patregel moet afschaffen. Want het is toch niet eerlijk dat een partij in remise eindigt terwijl je een fiks materieel voordeel hebt en de vijandelijke koning in een hoek hebt gedreven?


Helemaal eerlijk is de regel natuurlijk niet. Maar wel ontzettend vermakelijk. Tenminste als je in staat bent om ‘misbruik’ van deze regel te maken. Het is een geweldige verrijking van het schaakspel. Zonder pat zou het spelletje een beetje minder leuk (en spannend) zijn.

Beyond Material

Als je begint met schaken vind je materiaal ontzettend belangrijk. Bij kinderen zie je met enige regelmaat dat ze de stukken van een tegenstander een voor een van het bord slaan. Mat zetten komt later wel. Eerst gretig stukken hakken. Minder ervaren spelers zien in materiaal sprokkelen vaak een doel op zich. Soms vergeten ze dat het spelletje draait om mat zetten. Het kan je duur te staan komen…?!

Lees meer »

Schaakpuzzel 39: verslik je niet in de draak

Je weet het natuurlijk nooit helemaal zeker. Maar het lijkt er sterk op dat wit zich lelijk heeft verslikt in de drakenvariant van het Siciliaans.


Ga maar na: halfopen c-lijn voor zwart. Verzwakte koningsstelling voor wit en actieve zwarte stukken. En niet te vergeten: een witte koningsaanval die nooit helemaal tot volle wasdom is gekomen. Voor wit is het vragen om moeilijkheden. En die krijgt hij ook. Hoe wint zwart?

Lees meer »

Schaakpuzzel 38: wat zegt de stelling?

Je neus volgen en dan maar zetjes proberen te doen is zelden een effectieve manier om te doorgronden wat er in een stelling aan de hand is.

Zoek de beste zet voor wit


Als je op je intuïtie afgaat dan vermoed ik dat de kans groot is dat je zetten gaat uitproberen op de koningsvleugel. Immers zwart heeft nog niet gerokeerd. Het witte paard lijkt een dreigende positie in te nemen. Je voelt aan je water dat er ‘iets moet inzitten’. Maar wat?

Lees meer »

Schaakpuzzel 36

Deze stelling kwam voor in een partij tussen Lev Polugaevsky en Lex Jongsma (Amsterdam IBM 1970).

Lex was vooral bekend om zijn levendige commentaar bij schaaktoernooien, zijn schaakrubriek in De Telegraaf en talloze boeken.


Alexander Kornelis Pieter (Lex) Jongsma (Stadskanaal, 1 juni 1938 – Haarlem, 3 december 2013) was in zijn jeugd een talentvolle schaker. Lex werd in 1957 kampioen van Nederland bij de jeugd. Hiermee kwalificeerde hij zich voor het jeugdwereldkampioenschap. Hij werd derde in dat toernooi. Zoiets is natuurlijk een prestatie van formaat.

Lex koos voor een maatschappelijke carrière en bereikte mede daardoor nooit grote hoogten in ons mooie spel. Hij had wel een meestertitel, maar dan in de rechten. Niet iedereen was gecharmeerd van zijn commentaren bij schaaktoernooien. Hij zat er wel eens naast. Maar dat maakte hij ruimschoots goed door zijn onderhoudende en humorvolle presentatiestijl. Commentaar leveren bij partijen is een kunst die maar weinigen goed verstaan. Hij stak er wat mij betreft met kop en schouders boven uit. Het draait tenslotte vooral om je publiek een fijne middag te bezorgen.

Terug naar de stelling. Lex speelde hier met zwart tegen Lev Polugaevsky. Polugaevsky behoorde jarenlang tot de wereldtop. Het is dus bepaald geen schande als je tegen zo’n grootheid aan het kortste eind trekt. Hoe won wit?

Graag even een zetje verder doorrekenen!

De oefenboeken van de stappenmethode bevatten heel wat materiaal. Maar tot mijn grote schande heb ik ze zelf nooit opgelost.

Het is toch wel een prima idee voor een schaaktrainer om dat zelf eens te doen. Daar ben ik een paar dagen geleden mee begonnen.


Om het mijzelf wat moeilijker te maken dook ik meteen in de mix-opgaven van stap 4.

De grap van die mix-opgaven is natuurlijk dat je geen hints hebt in de vorm van ‘dubbele aanval: jagen en richten’. Als dat er bij staat weet je waar je naar moet zoeken. Die oefeningen met bepaalde thema’s zijn overigens wel bijzonder nuttig voor het leren herkennen van patronen. Maar in een gewone schaakpartij krijg je geen hints zoals ‘penning kopstuk lokken’. Als je dergelijke oefeningen hebt gedaan zitten de patronen hopelijk in je hoofd en herken je ze wanneer ze op het bord verschijnen. Zie het volgende voorbeeld: (verder lezen…)

Lees meer »

Valstrikken in de opening (1)

Nu het gewone schaakleven helemaal stil ligt, verplaatsen de activiteiten zich naar de virtuele wereld. Sinds kort geef ik online schaakles aan een groepje enthousiaste en talentvolle jeugdschakers. Afgelopen week was het onderwerp: rampen in de opening.

Gelukkig zijn er prima databases beschikbaar en is het makkelijk om te zoeken op korte partijen. Want je kunt op je klompen aanvoelen dat er dan in de opening iets vreselijk is misgegaan. Je kunt onderscheid maken naar twee categorieën:

  1. Een speler maakt een blunder zonder dat deze is uitgelokt door zijn of haar tegenstander.
  2. Een speler gaat in de fout omdat zijn tegenstander hem of haar daartoe heeft verleid.

In deze blog concentreer ik me op de tweede categorie. En daar is heel wat te beleven! Verder lezen…

Lees meer »

Schaakpuzzel 1

Het is een goed idee om elke dag een paar schaakpuzzeltjes op te lossen. Daarmee scherp je jouw tactische vaardigheden verder aan. Er zijn natuurlijk talloze websites en apps. Denk aan ChessTempo, Chess.com en Chessbase om er maar een paar te noemen.

Chess Tactics Pro is een leuke app voor op je telefoon of tablet (iPhone en Android). De gratis versie geeft je elke dag zes nieuwe puzzels verdeeld over:

  • 2 eenvoudige puzzels
  • 2 gemiddelde puzzels
  • 2 moeilijke puzzels

Uiteraard kun je voor een luttel bedrag nog allerlei extra puzzels kopen. Voor de kosten hoef je het niet te laten.

Hieronder vind je een voorbeeld van een ‘moeilijke’ puzzel. Wit speelt en wint. Je vindt de oplossing door op het diagram te klikken.

Puzzel 1

Grootmeesters zijn ook maar mensen (2)

Kasparov – Karpov (Moskou, 1/10/1985)

Eigenlijk zou de titel van deze blog ook ‘Wereldkampioenen zijn ook maar mensen’ moeten zijn. De groten der schaakaarde gaan soms in de fout. Zelfs toppers als Karpov en Kasparov zagen wel eens een tactische wending over het hoofd. En ook Magnus Carlsen is niet immuun voor blunders. 

Maar misschien is het ook niet zo gek als je bedenkt dat de beide K’s elkaar tot het uiterste hebben bevochten. Timman zegt hierover in zijn boek ‘The longest game’:

“Over een periode van zes jaar speelden ze vijf wereldkampioenschapsmatches tegen elkaar. In het totaal zaten ze maar liefst vier volledige maanden tegenover elkaar, deden 5540 zetten in 144 partijen. Met enig recht kun je stellen dat dit veruit de langste partij was die ooit werd gespeeld.”

Meer dan 5.000 zetten? Dan zit er vast wel eens een wat ‘mindere zet’ tussen. Zie het diagram. Het is de elfde partij van hun tweede match uit 1985. Wit had enig initiatief in deze partij. Maar de stelling is nog steeds min of meer in evenwicht. Tenminste totdat Karpov met zwart 22. – Tc8-d8?? speelde.

Ik zou dit willen kwalificeren als een megablunder voor een speler van het formaat Karpov. Zelfs redelijk sterke clubspelers mogen zo’n fout niet maken. Want het thema is toch tamelijk basaal. (verder lezen)…Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (loperoffer op h7 of h2)

Stelling 1

Het is verstandig om te bekijken wat de omstandigheden zijn waarin het loperoffer op h7 (of h2) mogelijk is. Aan de hand van deze kennis kun je snel bepalen of het offer correct is of dat je het er beter niet op waagt. Zie stelling 1.

Dit zijn de voorwaarden voor een succesvol offer:

  • Een loper op de diagonaal b1-h7, die zichzelf kan opofferen.
  • Een paard (op f3) dat na het offer op h7 naar g5 kan springen.
  • De dame kan naar h5.
  • Pion op e5 (niet altijd nodig).
  • Een loper op de diagonaal c1-h6 is ook bijzonder handig.
  • Zwart is niet in staat om de dame of een loper naar de diagonaal b1-h7 te brengen.
  • Zwart heeft geen paard op f6 en kan ook niet zonder bezwaren een paard naar dit veld spelen.

Vraag jezelf nu even af: zijn deze voorwaarden aanwezig in stelling 1? (verder lezen)…

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling

Stelling 1

Ze zeggen wel eens “niets is moeilijker dan het winnen van een gewonnen stelling”. Gezien het feit dat wij schakers met enige regelmaat gewonnen stellingen verprutsen, lijkt dat een waarheid als een koe. Maar is dat ook zo?

Er is natuurlijk wel een probleem. Een goede stelling opbouwen is vaak toch een kwestie van positioneel de juiste zetten doen. Strategische overwegingen hebben daarbij meestal de overhand. Maar om een gewonnen stelling in je voordeel te beslissen is er vaak ook tactisch vernuft noodzakelijk.

Tel daarbij dat een kat in het nauw vaak rare sprongen maakt. Als je tegenstander zetten doet die je niet verwacht, dan is het bijzonder lastig om daar effectief op in te spelen.

Kortom: het vergt een wat andere manier van denken. Daar komt nog bij dat spelers de beslissende fase van een partij vaak onder tijdsdruk moeten opereren. Het is inderdaad niet gemakkelijk. Maar er is zeker wel iets te bedenken wat nog moeilijker is. (verder lezen…)

Lees meer »