Slopen van de vijandelijke koningsstelling (loperoffer op h7 of h2)

Stelling 1

Het is verstandig om te bekijken wat de omstandigheden zijn waarin het loperoffer op h7 (of h2) mogelijk is. Aan de hand van deze kennis kun je snel bepalen of het offer correct is of dat je het er beter niet op waagt. Zie stelling 1.

Dit zijn de voorwaarden voor een succesvol offer:

  • Een loper op de diagonaal b1-h7, die zichzelf kan opofferen.
  • Een paard (op f3) dat na het offer op h7 naar g5 kan springen.
  • De dame kan naar h5.
  • Pion op e5 (niet altijd nodig).
  • Een loper op de diagonaal c1-h6 is ook bijzonder handig.
  • Zwart is niet in staat om de dame of een loper naar de diagonaal b1-h7 te brengen.
  • Zwart heeft geen paard op f6 en kan ook niet zonder bezwaren een paard naar dit veld spelen.

Vraag jezelf nu even af: zijn deze voorwaarden aanwezig in stelling 1? (verder lezen)…

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling

Stelling 1

Ze zeggen wel eens “niets is moeilijker dan het winnen van een gewonnen stelling”. Gezien het feit dat wij schakers met enige regelmaat gewonnen stellingen verprutsen, lijkt dat een waarheid als een koe. Maar is dat ook zo?

Er is natuurlijk wel een probleem. Een goede stelling opbouwen is vaak toch een kwestie van positioneel de juiste zetten doen. Strategische overwegingen hebben daarbij meestal de overhand. Maar om een gewonnen stelling in je voordeel te beslissen is er vaak ook tactisch vernuft noodzakelijk.

Tel daarbij dat een kat in het nauw vaak rare sprongen maakt. Als je tegenstander zetten doet die je niet verwacht, dan is het bijzonder lastig om daar effectief op in te spelen.

Kortom: het vergt een wat andere manier van denken. Daar komt nog bij dat spelers de beslissende fase van een partij vaak onder tijdsdruk moeten opereren. Het is inderdaad niet gemakkelijk. Maar er is zeker wel iets te bedenken wat nog moeilijker is. (verder lezen…)

Lees meer »

Schaakopgave 2: de verdediging uitschakelen

Een geslaagde aanval op de koning komt zelden of nooit uit de lucht vallen. Om met succes te kunnen toeslaan moet je een zeker overwicht hebben. Dat is in het diagram rechts zeker het geval.

Zwart heeft een extra pion, maar daar heeft hij niets aan. Wit beheerst de open e-lijn en de toren kijkt gevaarlijk uit over de zevende rij. Ook de andere witte stukken nemen betere posities in dan de zwarte. Vergelijk de toren op a8 eens met die op e7!

Tel daarbij op dat er zich slechts één verdediger in de buurt van de zwarte monarch ophoudt en je voelt wel aan dat er ‘iets’ in zit. Wat is de beste zet voor wit? Oplossing…

 

 

Gepriegel

Soms is het nog een heel gedoe voordat je iemand mat kunt zetten. Zie het diagram. Zwart is aan zet. Hij heeft de witte koning in een hoek gedreven. Maar dat betekent nog niet dat wit zomaar mat gaat. Soms is dat nog best een hele hoop gepriegel. 

Ik moet bekennen dat het me nog heel wat moeite kostte omdat ik aanvankelijk op het verkeerde paard wedde. Maar gelukkig zag ik mijn misser op tijd in en behoor toch nog tot de 50,09% die de puzzel correct heeft opgelost.

Mat zetten is de enige kans voor zwart. Want als het hem niet lukt de witte monarch een kopje kleiner te maken, verschijnt er aan de andere kant van het bord een nieuwe dame. En daarna valt het doek onverbiddelijk voor zwart. Hoe wast zwart dit varkentje? Oplossing…

Lees meer »

Verraderlijk eindspel

Hoe minder stukken op het bord, des te makkelijker het wordt? Nou niet direct. Neem nou deze stelling. Wit heeft zojuist 41. Tc2-c1 gespeeld. Het lijkt een onbegrijpelijke zet, want het ligt toch veel meer voor de hand om de toren op de tweede rij te houden? Het is toch een stuk hardnekkiger dan Tc1?

Maar wellicht is wit’s 41e zet toch wel begrijpelijk. Mogelijk heeft hij de zwarte reactie over het hoofd gezien. Overigens kan zwart ook in het geval van bijvoorbeeld 41. Tc2-Tf2 uiteindelijk binnendringen op de tweede rij. Maar dan heeft wit in ieder geval nog wat tegenspel. Nu kan zwart het snel uitmaken. Hoe?

Rating: 2038.4
Gemiddelde oplostijd: 5:21
Aantal pogingen: 737
Succespercentage: 48.03%

Een pionnetje dat zwaar op de maag ligt

Als iemand je een kadootje aanbiedt, is het niet netjes om dit af te slaan. Tenminste, zo gaat dat vaak in het sociale verkeer. Dan vindt men je neus voor een presentje ophalen ‘niet aardig’.

Alhoewel ik ook wel eens iets heb gekregen waarvan ik dacht ‘wat moet ik daar nou toch weer mee?’ Kortom: kadootjes maken ons niet altijd gelukkig. 

In het schaken zal niemand het je kwalijk nemen als je dergelijke presentjes afslaat. Dat hoort er een beetje bij. Maar soms kunnen wij het toch niet laten om de geste dankbaar te accepteren. Met af en toe bijzonder nare gevolgen.

Want een kadootje dat je op je verjaardag hebt gehad en niet zo erg ziet zitten, kun je altijd nog weggooien of aan iemand anders geven. Maar helaas werkt het bij een schaakpartij ietsje, pietsje anders.

Zie het diagram. Wit had een gulle bui en offerde met 30. b5 een pion. Zwart accepteerde deze geste met 30. – bxc6?? 31. bxc6 Qxc6. Nu ben jij aan de beurt: wit speelt en wint! Oplossing…