Hoe komt het Hollands aan haar naam?

Als je op zoek gaat naar de naamgeving van schaakopeningen kom je de ene keer verrassend veel informatie tegen en de andere keer bitter weinig. Hoe kwam het Frans bijvoorbeeld aan haar naam?

Het schijnt dat de Franse verdediging haar naam kreeg na een correspondentiepartij in 1834 tussen Londen en Parijs. Meer heb ik, via mijn online zoektocht, niet kunnen achterhalen. Over het Hollands weten wij gelukkig ietsje meer.

Je zou kunnen beweren dat er ten aanzien van het Hollands ook een Franse connectie is. Ene Elias Stein vond 1. – f5 de beste verdediging tegen 1. d4. Hij schreef hierover in 1789 een boek met de titel ‘Nouvel essai sur le jeu des échecs, avec des réflexions militaires relatives à ce jeu’. Dat klinkt behoorlijk Frans. Dat is niet zo gek als je weet wie Elias Stein was. (verder lezen)Lees meer »

Hoe schaakopeningen aan hun naam komen: Semi Slavische opening

alexander-aljechinMensen die niets van schaken afweten zullen zich ongetwijfeld verbazen over de vreemde namen die schakers aan hun openingen geven. Wij, als ingewijden, zijn er natuurlijk aan gewend. Maar weten wij ook waar die namen vandaan komen?

Hoe het Damegambiet aan haar naam komt, is nog wel te vatten. Alhoewel? Dan moet je wel weten dat het woord ‘gambiet’ staat voor een opening waarin een van beide partijen een pion offert. Maar als je dat weet, klinkt damegambiet wel logisch. Evenals koningsgambiet.

Overigens is het damegambiet veelal niet een echt gambiet omdat zwart de pion over het algemeen rustig laat staan. Maar hoe zit het met de Slavische opening? (verder lezen)Lees meer »

Rare openingszetten

Maak jij dat ook wel eens mee? Je bent aardig op de hoogte van de theorie van je favoriete opening en dan gooit je tegenstander roet in het eten met een rare zet die je nergens in de boekjes terugvindt. Dat is even slikken, want nu moet je zelf iets bedenken.

Het overkwam me eerder dit jaar. Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: achter het bord kwam ik er niet goed uit (eufemisme voor: ik zat flink te prutsen). Mijn tegenstander speelde in het Catalaans 3. – Ld7 (zie diagram).

Deze zet lijkt op het eerste gezicht belachelijk. De loper staat de andere stukken lelijk in de weg. Toch zit er wel een idee achter. In het Catalaans en natuurlijk ook in het damegambiet heeft zwart vaak problemen met de ontwikkeling van zijn dameloper. Waar moet die naar toe? (verder lezen)Lees meer »

Trivia: waaraan dankt het Hollands haar naam?

Het Hollands ontstaat, zoals wij allemaal wel weten, na de zetten 1. d4 f5. Maar dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag waar jij altijd al slapeloze nachten van hebt gehad.

Was deze opzet populair onder Nederlanders en kreeg de opening op die manier haar naam?

Nou, nee, niet direct. Grappig genoeg hebben wij Nederlanders er eigenlijk weinig mee te maken. Het was Elias Stein, afkomstig uit de Elzas (op de grens tussen Frankrijk en Duitsland), die in 1789 een schaakboek schreef met de titel:

Nouvel essai sur le jeu des échecs, avec des réflexions militaires relatives à ce jeu.

In het boek hield hij een pleidooi voor de zet 1… f5 als beste verdediging tegen 1. d4. Over wat de beste verdediging is, kunnen wij natuurlijk eindeloos van mening verschillen, maar het Hollands heeft nooit een geweldige status bereikt. Het wordt nog altijd als een tikkeltje verdacht gezien.Lees meer »

Anti Siciliaans: de Alapin

Sinds enige tijd ben ik actief op chess.com. Ik kwam bij toeval op deze site terecht omdat iemand me uitnodigde een partij met hem te spelen. Zo’n verzoek weiger je natuurlijk niet. Bovendien leek het me een mooie kans, na jaren zonder Caïssa, om mijn openingsrepertoire weer een beetje op te frissen. Ik hoopte vooral veel lekker scherpe partijen met de Najdorfvariant te kunnen spelen. Helaas kwam ik in dat opzicht bedrogen uit.

Kennelijk zijn er nogal wat spelers die de ingewikkelde hoofdvarianten van het Siciliaans liever uit de weg gaan. Jammer, want er zit zoveel in! Je kunt de Najdorf bijvoorbeeld heel scherp en tactisch spelen, maar ook positioneel. Dat is het mooie van de Najdorf. Helaas gaan de dingen niet altijd zoals je wenst. In plaats daarvan kreeg ik de Alapin voorgeschoteld.

http://www.chess.com/emboard?id=1433554

Het grote voordeel van de Alapin is dat je relatief weinig theorie hoeft te bestuderen. Wit kan zich gemakkelijk ontwikkelen en bouwt een solide stelling op. Maar daarmee heb je dan ook wel een beetje alle voordelen gehad. Alhoewel: ik kan er nog eentje bedenken. Ik hoorde een grootmeester onlangs verklaren in een commentaar op playchess.com: Lees meer »

Waarom doen wij dan ook niet meteen e5?

Meteen_e5De meester zou ons schaakonderricht geven. Dat is de ellende met de democratische golf die eind jaren zeventig begin jaren tachtig nog volop na-ijlde. De meerderheid in de club vond het niet eerlijk dat het eerste en tweede team werden getraind en zij niet.

Het standpunt viel te billijken. Dus vertoonde Hans Bouwmeester niet alleen zijn kunsten voor een select groepje, maar voor de hele gemeenschap.

Hans deed het op z’n Bouwmeesteriaans. Bijzonder vakkundig en heel erg systematisch. Hij betoogde hoe je met zwart in de Pirc er naar moest streven om de bevrijdende pionnenopmars naar e5 door te zetten. Volgens zijn uiteenzetting bleek het lang niet eenvoudig. Verder lezen…Lees meer »