De liefde voor hout

Goede oude tijden herleven in deze documentaire uit 1979! Grappig hoe wij Donner zien verkondigen dat échte schakers geen schaakbord in huis hebben. Die behelpen zich volgens hem met zo’n magnetisch zakschaakspelletje.

Ironie en typisch Donner: in de documentaire zit hij, thuis (?), achter een schaakbord! Er is veel meer te beleven met onder andere een piepjong ogende Jan Timman, Hans Ree (van schaken krijg je een slecht karakter) en Max Euwe de wereldkampioen zonder ambitie. Zeker de moeite waarde om even voor te gaan zitten!

Schaakcompetitie in Zweden

allsvenkanHet is al heel wat jaartjes geleden dat ik er deel van uitmaakte, maar zover ik weet spelen de Nederlandse schakers in teamverband op zaterdag. De lokale teams werken hun wedstrijden in ons kikkerlandje ’s avonds op werkdagen af. Hier in Zweden gaat het er iets anders aan toe.

Toen ik in het voorjaar lid werd van Alingsås Schacksällskap* en wat vluggertjes speelde was men meteen enthousiast over mijn schaakkracht. ‘Ah’ dacht men: ‘wij hebben er een sterke speler voor het eerste team bij!’

Mijn rating werd ingeschat op 2150 en ik zou voor het eerste team uitkomen. Mijn ervaringen in de daaropvolgende rapid- en snelschaakcompetities waren wat mij betreft nogal matig om het maar eens eufemistisch uit te drukken. Ik maakte de raarste fouten en verziekte redelijk wat gewonnen stellingen.

Het riep weinig vraagtekens op
Dus besloot ik aan het begin van het seizoen zelf maar aan de bel te trekken bij de voorzitter en tevens clubkampioen:Lees meer »

Herinneringen aan Eduard Spanjaard

Eduard_SpanjaardHet lijkt al weer een mensenleven geleden. Ik bedoel de mooie tijd die ik beleefd heb in de Remise aan de Kanaalstraat in Utrecht. Ergens midden jaren zeventig maakte ik de overstap van een dorpsclubje naar het grote en destijds toch ook nog wel een tikkeltje elitaire SC Utrecht.

Ik heb daarvan geen moment spijt gehad. De top van de club heb ik nooit gehaald, maar over het algemeen draaide ik aardig mee in de middenmoot en ik heb enkele jaren voor het 2e team gespeeld.

In eerste instantie kwalificeerde ik me voor de lagere teams die op doordeweekse dagen speelden. Mijn drang om hogerop te komen zal wel de reden zijn geweest waarom ik als een soort supporter mee op stap ging met de uitwedstrijden van het eerste team. Mijn droom was ooit tot dit edele gezelschap door te dringen. Zover is het dus nooit gekomen, alhoewel ik wel een keertje mocht invallen toen een teamlid niet kwam opdagen. Op deze manier heb ik de meeste spelers van Utrecht 1 aardig leren kennen. Inclusief de grand maitre van de club: Eduard Spanjaard.Lees meer »

Waarom doen wij dan ook niet meteen e5?

Meteen_e5De meester zou ons schaakonderricht geven. Dat is de ellende met de democratische golf die eind jaren zeventig begin jaren tachtig nog volop na-ijlde. De meerderheid in de club vond het niet eerlijk dat het eerste en tweede team werden getraind en zij niet.

Het standpunt viel te billijken. Dus vertoonde Hans Bouwmeester niet alleen zijn kunsten voor een select groepje, maar voor de hele gemeenschap.

Hans deed het op z’n Bouwmeesteriaans. Bijzonder vakkundig en heel erg systematisch. Hij betoogde hoe je met zwart in de Pirc er naar moest streven om de bevrijdende pionnenopmars naar e5 door te zetten. Volgens zijn uiteenzetting bleek het lang niet eenvoudig. Verder lezen…Lees meer »

Winnen van een grootmeester

Lajos_PortischIk ben een patzer. Niet meer dan een gemiddelde clubspeler. Maar ook patzers hebben hun (zeldzame) glorieuze momenten. Ik speelde ooit een keer remise tegen een grootmeester. Een wereldtopper nog wel. Toegegeven het was slechts een simultaan, maar het lijkt een aardig resultaat.

Lajos Portisch kwam bij ons op de club in Utrecht. Ik speelde met zwart. Mijn favourite Nimzo Indiër verscheen op het bord. Met deze opening heb ik prima resultaten behaald. Op de een of andere manier passen de structuren die ontstaan bij me. Al spoedig ging het de goede kant op. Ik kwam geleidelijk beter te staan. Misschien zelfs wel een stuk beter. Op dat moment kon ik mijn vreugde nauwelijks bedwingen.Lees meer »

Irritante tegenstander weigert te capituleren

emoties_uitlokkenIn de schaakwereld is er een soort van ongeschreven wet die zegt ‘als je positie verloren is behoor je op te geven’. Het is een kwestie van sportiviteit. Maar tja… wetten zijn er om overtreden te worden. Het geldt in de ogen van sommigen zeer zeker voor ongeschreven schaakwetten.

Het eerste probleem is natuurlijk: hoe verloren moet een schaakpartij zijn om op te geven? Daarover kunnen de meningen verschillen. In de grootmeesterpraktijk is het soms al voldoende wanneer er sprake is van een kleine materiële achterstand en wat resteert ‘slechts een kwestie van techniek is’. Grootmeesters verstaan die techniek over het algemeen wel. Deze kwestie van schaaktechniek is voor ons, de wat mindere goden, vaak nog een helse klus.

Toch kan ik me voorstellen dat je het niet sportief vindt om door te blijven spelen. Zelf doe ik het ook niet. Ik heb me wel eens een keer bewust mat laten zetten. Maar dat was juist om mijn tegenstander te complimenteren vanwege zijn fraaie combinatie.

Het is inderdaad wat gênant wanneer mensen eindeloos blijven doormodderen in een totaal verloren stelling. Vroeger ergerde ik me dood aan dergelijke, in mijn ogen, malloten. Die patzers begrepen natuurlijk helemaal niets van ons mooie schaakspel. Het resultaat van al die ergernis was dat ik links en rechts heel wat puntjes morste. Ik kan me herinneren dat ik iemand pardoes pat zette in een technisch simpel gewonnen pionneneindspel. Zo eentje van het niveau van ‘ome Jan leert zijn neefje schaken’. Of moet ik zeggen pionnendiploma? Ik kreeg een hartverzakking toen ik me realiseerde wat ik had gedaan.Lees meer »

Wij zijn geen schaakcomputers

Lalic_MurchadhaZou jouw oordeel of gevoel over een stelling, invloed hebben op de zetten die je doet? De vraag stellen is hem eigenlijk beantwoorden.

Natuurlijk heeft je oordeel over een stelling invloed op het partijverloop. De context waarin wij opereren is vaak bepalend hoe wij met bepaalde situaties omgaan. Stel je hebt het idee duidelijk beter te staan. Dan is het logisch dat je zoekt naar zetten die jouw stelling versterken, of de partij in je voordeel kunnen beslissen.

Zoiets kan behoorlijk verblindend werken. Ik ben ontelbare keren slachtoffer geweest van de roze bril die ik zelf opzette. In plaats van naar zetten te zoeken die de stelling consolideren, zoek je naar mogelijke winstvarianten. Je vindt ze niet en uiteindelijk doe je tegen beter weten in toch een zet in de ijdele hoop dat het je voordeel oplevert. Aardige kans dat het averechts werkt en jouw stelling als een kaartenhuis in elkaar dondert.Lees meer »

De perfecte openingsvoorbereiding?!

Ostermeyer_SosonkoZeg eens eerlijk: hoe vaak heb jij direct profijt gehad van je openingsvoorbereiding? Als je bent zoals ik, dan is het antwoord waarschijnlijk: minder vaak dan je zou willen. Op grootmeesterniveau is het gemakkelijk om er achter te komen wat je tegenstander speelt. Aan de top weten de dames en heren vaak van te voren tegen wie ze moeten spelen. Maar op clubniveau ligt dat wat anders.

In open toernooien is je tegenstander veelal onbekend tot vlak voor de partij begint. Als je het wel weet, zoals bij tienkampen, dan heb je er in de regel nog weinig aan omdat je de speler in kwestie niet kent. Ook op de club weet je soms pas op de speelavond wie je tegenstander is. Tenminste zo ging het bij de schaakclub Utrecht. Wij speelden er volgens het Keizersysteem. Het was telkens weer een verrassing tegen wie je het moest opnemen.

Het is bij mij slechts één keer in mijn schaakleven voorgekomen dat ik mijn gezwoeg direct kon uitbuiten. Ik speelde een tienkamp bij het toenmalige IBM-toernooi. De dag ervoor was de ‘losbladige’ (ik meen dat het toen ‘Schararchiv’ heette) op de deurmat geplofd. Voor de jongeren onder ons: het was nog in het computerloze tijdperk. De losbladige was een periodiek met de laatste openingsnieuwtjes.

In die tijd áapte ik zo’n beetje het hele openingsrepertoire van Genna Sosonko na. Genna speelde de drakenvariant van het Siciliaans. Dus ik ook. Zelf had ik er een haat-liefde-verhouding mee opgebouwd. Ik werd aanvankelijk enkele malen zeer hardhandig van het bord getimmerd. Maar geleidelijk aan ging het steeds beter. Ik herinner me zelfs dat ik een onafgebroken reeks van circa 20 partijen opbouwde waarin ik niet verloor met dit systeem. Toegegeven: dat was soms meer geluk dan wijsheid, maar toch. Het is een bewijs dat specialisatie zin heeft.

Terug naar de losbladige. Groot nieuws: Sosonko had in een bekende variant een nieuwtje gevonden en dwong daarmee Peter Ostermeyer binnen 23 zetten tot overgave. Ik bekeek deze varianten op de ochtend voordat ik zelf moest spelen. Daarna was het op naar de toernooizaal. Ik had zwart.Lees meer »