De perfecte openingsvoorbereiding?!

Ostermeyer_SosonkoZeg eens eerlijk: hoe vaak heb jij direct profijt gehad van je openingsvoorbereiding? Als je bent zoals ik, dan is het antwoord waarschijnlijk: minder vaak dan je zou willen. Op grootmeesterniveau is het gemakkelijk om er achter te komen wat je tegenstander speelt. Aan de top weten de dames en heren vaak van te voren tegen wie ze moeten spelen. Maar op clubniveau ligt dat wat anders.

In open toernooien is je tegenstander veelal onbekend tot vlak voor de partij begint. Als je het wel weet, zoals bij tienkampen, dan heb je er in de regel nog weinig aan omdat je de speler in kwestie niet kent. Ook op de club weet je soms pas op de speelavond wie je tegenstander is. Tenminste zo ging het bij de schaakclub Utrecht. Wij speelden er volgens het Keizersysteem. Het was telkens weer een verrassing tegen wie je het moest opnemen.

Het is bij mij slechts één keer in mijn schaakleven voorgekomen dat ik mijn gezwoeg direct kon uitbuiten. Ik speelde een tienkamp bij het toenmalige IBM-toernooi. De dag ervoor was de ‘losbladige’ (ik meen dat het toen ‘Schararchiv’ heette) op de deurmat geplofd. Voor de jongeren onder ons: het was nog in het computerloze tijdperk. De losbladige was een periodiek met de laatste openingsnieuwtjes.

In die tijd áapte ik zo’n beetje het hele openingsrepertoire van Genna Sosonko na. Genna speelde de drakenvariant van het Siciliaans. Dus ik ook. Zelf had ik er een haat-liefde-verhouding mee opgebouwd. Ik werd aanvankelijk enkele malen zeer hardhandig van het bord getimmerd. Maar geleidelijk aan ging het steeds beter. Ik herinner me zelfs dat ik een onafgebroken reeks van circa 20 partijen opbouwde waarin ik niet verloor met dit systeem. Toegegeven: dat was soms meer geluk dan wijsheid, maar toch. Het is een bewijs dat specialisatie zin heeft.

Terug naar de losbladige. Groot nieuws: Sosonko had in een bekende variant een nieuwtje gevonden en dwong daarmee Peter Ostermeyer binnen 23 zetten tot overgave. Ik bekeek deze varianten op de ochtend voordat ik zelf moest spelen. Daarna was het op naar de toernooizaal. Ik had zwart.Lees meer »

Er moet er toch één de zwakste zijn?

Wat een sofDe avond waarvoor je al jaren hebt gevreesd is aangebroken. Het ging de laatste weken eventjes niet zo lekker en je hebt je vaste stekkie in de middenmoot verruild voor een plaatsje iets meer naar onderen. Je bent gedegradeerd tot het prutserskorps. De vaste staartgroep van de club.

Het is niet zomaar een prutser, maar de speler die al jaren een abonnement heeft op de laatste plaats van de Keizerladder. Hij speelt elke week doodgemoedereerd en totaal onwetend van jouw ambities zijn partijtjes onder het genot van steeds meer glaasjes alcohol. De man is vreselijk aardig, maar als hij je in de loop van de avond aanschiet om even een praatje te maken, klinkt hij ook een tikkeltje onsamenhangend. Evenals zijn manier van spelen. Maar dat begint al veel vroeger op de avond. Daarvoor heeft de brave man geen borreltje nodig.

Het probleem met dergelijke spelers is dat ze zelf niet weten wat ze doen. Ze spelen totaal zonder plan. Ze doen zetjes. Het is veel gemakkelijker wanneer je tegenstander zijn strijdmacht op enigszins voorspelbare wijze ontplooit. Niet waar? Scheelt een hoop gepieker. Zo niet deze meneer. Hij blijft je zo’n beetje met elke zet verrassen.Lees meer »