Toernooiboek Tata Steel Chess Tournament 2021

Tata Steel Chess TournamentHet Tata Steel schaaktoernooi van vorig jaar was voor de Nederlandse schaakgemeenschap een bijzondere editie van het ‘Wimbledon van het schaken’. Voor het eerst sinds 1985 (Jan Timman) werd het toernooi gewonnen door een landgenoot. Nou, niet één landgenoot, maar twee.

Anish Giri en Jorden van Foreest eindigden met 8½ uit 13 op de eerste plaats voor Caruana (8) en wereldkampioen Magnus Carlsen (7½)

De Nederlandse toppers mochten in een tiebreak uitmaken wie de geschiedenisboeken in zou gaan als de glorieuze winnaar. Na twee snelschaakpartijen was de stand 1-1. De beslissing moest komen van een Armageddon partij. Nadat de stukken in het rond vlogen en de rook was opgetrokken bleek dat, zoals bekend, Jorden met de eer ging strijken.

Het was een geweldige prestatie van onze landgenoten. Zo’n prachtig wapenfeit moest natuurlijk vereeuwigd worden in een fraai toernooiboek. Het heeft even geduurd voordat het verscheen, maar nu is het er toch, vlak voor de start van een nieuwe editie van het toernooi. Het is trouwens niet ‘zomaar’ een toernooiboek.

Lees meer »

Schaakpuzzel 36

Deze stelling kwam voor in een partij tussen Lev Polugaevsky en Lex Jongsma (Amsterdam IBM 1970).

Lex was vooral bekend om zijn levendige commentaar bij schaaktoernooien, zijn schaakrubriek in De Telegraaf en talloze boeken.


Alexander Kornelis Pieter (Lex) Jongsma (Stadskanaal, 1 juni 1938 – Haarlem, 3 december 2013) was in zijn jeugd een talentvolle schaker. Lex werd in 1957 kampioen van Nederland bij de jeugd. Hiermee kwalificeerde hij zich voor het jeugdwereldkampioenschap. Hij werd derde in dat toernooi. Zoiets is natuurlijk een prestatie van formaat.

Lex koos voor een maatschappelijke carrière en bereikte mede daardoor nooit grote hoogten in ons mooie spel. Hij had wel een meestertitel, maar dan in de rechten. Niet iedereen was gecharmeerd van zijn commentaren bij schaaktoernooien. Hij zat er wel eens naast. Maar dat maakte hij ruimschoots goed door zijn onderhoudende en humorvolle presentatiestijl. Commentaar leveren bij partijen is een kunst die maar weinigen goed verstaan. Hij stak er wat mij betreft met kop en schouders boven uit. Het draait tenslotte vooral om je publiek een fijne middag te bezorgen.

Terug naar de stelling. Lex speelde hier met zwart tegen Lev Polugaevsky. Polugaevsky behoorde jarenlang tot de wereldtop. Het is dus bepaald geen schande als je tegen zo’n grootheid aan het kortste eind trekt. Hoe won wit?

Doe de grote schaakquiz

Dit is een heel leuke quiz voor liefhebbers van schaakgeschiedenis. De quiz is gemaakt door Eric Roosendaal. Het gaat erom dat je de 100 beste of beroemdste schakers uit de geschiedenis herkent aan hun foto’s. De keuze van de 100 meest bekende schakers is natuurlijk enigszins willekeurig of een kwestie van smaak.


Er zijn tien niveaus met elk tien afbeeldingen. Wanneer je een niveau hebt voltooid, krijg je toegang tot het volgende niveau. Je slaagt voor een niveau zodra je alle spelers weet te identificeren. De niveaus worden steeds moeilijker, dus het kan wat moeite kosten om een ​​hoog niveau te bereiken.

Je moet de antwoorden typen, maar in veel gevallen staat de quiz een paar veelvoorkomende spellingvariaties toe. Ook zijn de antwoorden niet hoofdlettergevoelig. En je hebt onbeperkt nieuwe pogingen, dus je kunt fouten altijd corrigeren.

Namens Eric wens ik jullie heel veel plezier. Doe de quiz…

Hoe komt het Hollands aan haar naam?

Als je op zoek gaat naar de naamgeving van schaakopeningen kom je de ene keer verrassend veel informatie tegen en de andere keer bitter weinig. Hoe kwam het Frans bijvoorbeeld aan haar naam?

Het schijnt dat de Franse verdediging haar naam kreeg na een correspondentiepartij in 1834 tussen Londen en Parijs. Meer heb ik, via mijn online zoektocht, niet kunnen achterhalen. Over het Hollands weten wij gelukkig ietsje meer.

Je zou kunnen beweren dat er ten aanzien van het Hollands ook een Franse connectie is. Ene Elias Stein vond 1. – f5 de beste verdediging tegen 1. d4. Hij schreef hierover in 1789 een boek met de titel ‘Nouvel essai sur le jeu des échecs, avec des réflexions militaires relatives à ce jeu’. Dat klinkt behoorlijk Frans. Dat is niet zo gek als je weet wie Elias Stein was. (verder lezen)Lees meer »

De liefde voor hout

Goede oude tijden herleven in deze documentaire uit 1979! Grappig hoe wij Donner zien verkondigen dat échte schakers geen schaakbord in huis hebben. Die behelpen zich volgens hem met zo’n magnetisch zakschaakspelletje.

Ironie en typisch Donner: in de documentaire zit hij, thuis (?), achter een schaakbord! Er is veel meer te beleven met onder andere een piepjong ogende Jan Timman, Hans Ree (van schaken krijg je een slecht karakter) en Max Euwe de wereldkampioen zonder ambitie. Zeker de moeite waarde om even voor te gaan zitten!

Wie is de beste schaker aller tijden?

Hoe vaak is deze vraag al gesteld? Is het wel interessant om deze oeverloze discussie nieuw leven in te blazen? Worden wij daar met z’n allen niet doodmoe van?

Over de antwoorden bereiken wij ook nooit overeenstemming. Maar omdat ook ik het niet kan laten, doe ik toch even een volstrekt subjectieve duit in het zakje.

Adolf Anderssen en zijn voorgangers?

Adolf Anderssen
Bron: Wikipedia

Tja… op welk moment in de geschiedenis moet je eigenlijk beginnen met te beoordelen wie de grootste aller tijden was? Was het soms François Philidor? Hij was de onbetwist sterkste schaker van de 18e eeuw. Maar, er waren in die tijd geen serieuze toernooien. Dus daarover kunnen we kort zijn: Philidor valt af in de race.

Tussen Philidor en Staunton waren nog wel een paar schakers die een heel aardig potje konden schaken. Maar voor hen geldt hetzelfde als voor Philidor: te weinig serieuze wedstrijden. Howard Staunton heerste in de periode 1843-1851.

Het werd allemaal een stuk serieuzer in 1851. Toen organiseerde men een groot toernooi in Londen. Anderssen won dit toernooi dat men veelal als een officieus wereldkampioenschap schaken beschouwt. De Duitser was de sterkste schaker ter wereld in de periode van 1851 tot 1866. Hij moest zijn dominante positie tijdelijk afstaan aan Paul Morphy Die kwam in 1857 naar Europa en versloeg zo’n beetje iedereen, inclusief Anderssen. 

Paul Morphy

Paul Morphy
Bron: Wikipedia

Was het Paul Morphy? Natuurlijk niet. Die valt meteen af. Toegegeven, hij won zo’n beetje van iedereen in de korte periode waarin hij actief was. In december 1858 speelde hij een match tegen Anderssen en won overtuigend  met 8-3.

Maar hij gaf er al na 2 jaar de brui aan. Over weglopers oordeel ik niet mild. Hij maakte het allemaal nog een tikkeltje erger bij terugkomst in de VS. Hij wilde nog uitsluitend partijen spelen waarin zijn tegenstanders een voorgift kregen. Het lijkt me een tikkeltje arrogant. Paul heeft zijn tegenstanders nooit de kans op een behoorlijke revanche gegeven.Lees meer »

Herinneringen aan Eduard Spanjaard

Eduard SpanjaardHet lijkt al weer een mensenleven geleden. Ik bedoel de mooie tijd die ik beleefd heb in de Remise aan de Kanaalstraat in Utrecht. Ergens midden jaren zeventig maakte ik de overstap van een dorpsclubje naar het grote en destijds toch ook nog wel een tikkeltje elitaire SC Utrecht.

Ik heb daarvan geen moment spijt gehad. De top van de club heb ik nooit gehaald, maar over het algemeen draaide ik aardig mee in de middenmoot en ik heb enkele jaren voor het 2e team gespeeld.

In eerste instantie kwalificeerde ik me voor de lagere teams die op doordeweekse dagen speelden. Mijn drang om hogerop te komen zal wel de reden zijn geweest waarom ik als een soort supporter mee op stap ging met de uitwedstrijden van het eerste team. Mijn droom was ooit tot dit edele gezelschap door te dringen. Zover is het dus nooit gekomen, alhoewel ik wel een keertje mocht invallen toen een teamlid niet kwam opdagen. Op deze manier heb ik de meeste spelers van Utrecht 1 aardig leren kennen. Inclusief de grand maître van de club: Eduard Spanjaard.Lees meer »

Trivia: waaraan dankt het Hollands haar naam?

Het Hollands ontstaat, zoals wij allemaal wel weten, na de zetten 1. d4 f5. Maar dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag waar jij altijd al slapeloze nachten van hebt gehad.

Was deze opzet populair onder Nederlanders en kreeg de opening op die manier haar naam?

Nou, nee, niet direct. Grappig genoeg hebben wij Nederlanders er eigenlijk weinig mee te maken. Het was Elias Stein, afkomstig uit de Elzas (op de grens tussen Frankrijk en Duitsland), die in 1789 een schaakboek schreef met de titel:

Nouvel essai sur le jeu des échecs, avec des réflexions militaires relatives à ce jeu.

In het boek hield hij een pleidooi voor de zet 1… f5 als beste verdediging tegen 1. d4. Over wat de beste verdediging is, kunnen wij natuurlijk eindeloos van mening verschillen, maar het Hollands heeft nooit een geweldige status bereikt. Het wordt nog altijd als een tikkeltje verdacht gezien.Lees meer »

Schaken als kijksport?

De laatste jaren hebben schaakbestuurders pogingen ondernomen om de schaaksport aantrekkelijker te maken voor een breed publiek. Het heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de bedenktijd van de spelers werd ingekort.

Ook het door velen verafschuwde fenomeen van afgebroken partijen behoort tot het verleden. Over dat laatste ben ik niet rouwig. Het is echter twijfelachtig of deze maatregelen enig effect hebben gesorteerd.

De wijze heren besloten dat lange matches uit den boze waren. Het moest allemaal snel, snel en liefst nog véééél sneller. Dus voerde men een soort van sudden death toe in de vorm van blitzschaak. Bijvoorbeeld: men speelt eerst twee reguliere partijen en als er dan geen beslissing is gevallen gaat het over op rapid en vervolgens op blitzpartijen. Het ontbreekt er nog maar aan dat als er dan nog geen beslissing is gevallen plotseling Hans van der Togt met een bevallige assistente en het rad van fortuin in beeld verschijnt. Dat trok tenminste wel kijkers. Of deze maatregelen het schaken als kijkspel aantrekkelijker hebben gemaakt?Lees meer »