Wie is de beste schaker aller tijden?

De beste schaker aller tijden?
De beste schaker aller tijden?

Hoe vaak is deze vraag al gesteld? Is het wel interessant om deze oeverloze discussie nieuw leven in te blazen? Worden wij daar met z’n allen niet doodmoe van?

Over de antwoorden bereiken wij ook nooit overeenstemming. Maar omdat ook ik het niet kan laten, doe ik toch even een volstrekt subjectieve duit in het zakje.

Was het Paul Morphy? Natuurlijk niet. Die valt meteen af. Hij gaf er na 2 jaar al de brui aan. Toen Morphy terugkwam van zijn overwinningstocht in Europa wilde hij uitsluitend nog partijen spelen waarin zijn tegenstanders een voorgift kregen. Het lijkt me een tikkeltje arrogant. Paul heeft zijn tegenstanders nooit de kans op een behoorlijke revanche gegeven.

Emanuel Lasker is een veel betere kandidaat. Hij is het langst, zo’n slordige 27 jaar, wereldkampioen geweest. Maar in puur schaaktechnische zin, denk ik ook van niet. Hij was een virtuoos in de praktische schaakzin van het woord. Meer psychologisch, beweert men. Sommigen verdachten hem er zelfs van dat hij zijn tegenstanders hypnotiseerde.

José Raúl Capablanca is evenmin een kandidaat. Zijn stijl was geolied, maar iemand die het schaakspel niet interessant meer vindt, verspeelt het recht op het predicaat ‘de beste schaker aller tijden’. Bovendien kwam er aan zijn hegemonie al vrij snel een einde. En zeg nou eens zelf: Karpov is toch gewoon een sterk verbeterde versie van Capa?

Alexander Aljechin is een aansprekende kandidaat. Hij was een schaker zoals wij het graag zien: de man van de briljante aanvallen. Met de keuze van zijn tegenstanders was hij een stuk minder moedig. Eigenlijk speelde hij alleen matches tegen schakers die hij meende te kunnen pakken, zoals Bogoljubov en onze eigen Max Euwe. Bij onze Max verslikte hij zich behoorlijk, wellicht zelfs in de letterlijke zin van het woord. Over het alcoholmisbruik van Aljechin verschillen de gemoederen nog steeds van mening. Gezien het ontwijken van sterke tegenstanders is Alexander de Grote echter wel exit.

Of Michael Botwinnik? Nee, nee, en nog eens nee. Hij was een geweldige schaker, daar niet van, maar hij kon het zo lang uithouden op zijn schaaktroon omdat hij zijn rechten op een revanchematch fantastisch uitbuitte. Maar als je zo vaak je titel verliest …? Uh eh, wacht eens even? Hij heeft naar mijn smaak wel een record in handen: het meeste aantal keren je wereldtitel verliezen. Ga maar na:

  • Tegen Bronstein in 1951 ging het al bijna mis: 12-12. Dat is met de hakken over de sloot. Die tel ik als een halve keer.
  • Hij liep in 1954 tegen Smyslov alweer een blauw oog op, opnieuw 12-12. Dat is opgeteld dus één hele keer.
  • Vervolgens ging het in 1957 écht mis tegen Smyslov (=2).
  • Daarna tegen Tal (=3).
  • Tenslotte kwam aan zijn hegemonie definitief een einde tegen Petrosian in 1963 (=4).

Niemand doet hem dit knappe staaltje van titelverliezen vooralsnog na. Boze tongen beweren trouwens dat hij zo lang aan de macht kon blijven door zijn connecties binnen de almachtige Sowjetbureaucratie.

Dan maar Robert James Fischer? Natuurlijk niet. Ten eerste omdat hij ooit van Donner verloor. Hier vind je de hele partij  (de beslissende fout is 25. Td4. In plaats daarvan was 25. Dg3 Kh7 26. h5! en daarna pas Td4 een stuk beter).  Maar vooral vanwege de eerder genoemde reden bij Morphy. Hij was ook een afvallige. Wat voor Morphy gold, geldt dus ook voor hem.

Komen wij tenslotte terecht bij de drie super K’s:

  • Karpov
  • Kasparov
  • Korchnoi

Op Korchnoi kom ik zo terug. Nu eerst de twee grootste K’s die het ook tot wereldkampioen schopten. Ik vind het lastig kiezen tussen die twee. Anatoly Karpov was een tijdje ongenaakbaar en werd op een gemene manier van zijn titel beroofd. Welke idioot haalt het in zijn hoofd om een schaakmatch te beëindigen die iets te lang duurt? Van schaken krijg je toch nooit genoeg? Boksers die elkaar verrot slaan lap je ook weer op. Je schopt ze terug in de ring net zo lang tot er eentje knock-out is of het aantal afgesproken ronden is gehaald.

Garry Kasparov was op een geweldige achterstand gezet en kreeg via een achterdeurtje alsnog een kans. Ik moet zeggen die heeft hij wel met beide handen aangegrepen. Maar het verschil tussen beide heren was toch nooit zo vreselijk groot.

Komt bij dat Karpov het beste toernooiresultaat aller tijden op zijn naam heeft geschreven (Linares 1994). De bezetting van dit evenement was beresterk. Voor het toernooi beweerde Kasparov:

‘Degene die dit toenooi wint, is wereldkampioen toernooischaak.’

Karpov scoorde 11 uit 13 en zette Kasparov lelijk te kijk. Dus ‘werd’ Karpov al weer wereldkampioen met knarsetandende instemming van zijn grote rivaal. Bovendien is Karpov de enige wereldkampioen die ik meerdere keren in levende lijve heb ontmoet en met hem gesproken. Dus heb ik voor Karpov een zwak plekje.

Hoe zit het nou met Victor Korchnoi? Dat zit zo. Ten eerste is er algemene overeenstemming over het feit dat hij de sterkste speler is die nooit wereldkampioen is geworden. Maar er zijn nog andere redenen waarom ik hem noem. Bijvoorbeeld zijn lange carrière op topniveau. Hij streed in de volgende jaren mee om de hoogste eer: 1962, 1968, 1971, 1974, 1977, 1980, 1983, 1985, 1988 en 1991. Dat is natuurlijk niet mis.

Bovendien bleef hij gewoon doorgaan. En uiteindelijk werd hij dan toch ook nog wereldkampioen bij de senioren in 2006. Zijn carrière begon in de jaren ’40 van de vorige eeuw en eindigde in 2012 wegens een beroerte en niet omdat hij er vrijwillig de brui aan gaf. Ik denk dat je met recht kunt stellen dat gemeten over zijn hele carrière Victor de verschrikkelijke de sterkste speler aller tijden is.

Misschien is het verstandig om eventjes te wachten met ons oordeel. Wat gaat Magnus Carlsen ons nog brengen? Hij is met een gouden lepel in de mond geboren. Zijn voornaam betekent simpel ‘groot’. Die torenhoge rating zegt ook niet alles. Het schijnt iets met ratinginflatie te maken te hebben. Eigenlijk zijn al die schaakgenieën onvergelijkbaar.

Ik moet eventjes terugdenken aan mijn hardloopcarrière. Oké die was niet zo briljant, maar voordat je in lachen uitbarst: mijn pr op de marathon zou in de jaren ’20 van de vorige eeuw goed zijn geweest voor een heus wereldrecord. Niet dat het tegenwoordig bijzonder is, zelfs niet in ons kikkerlandje, maar toch.

Daarmee zijn wij bij de kern van de zaak aanbeland: eigenlijk zijn al die resultaten uit het verleden onvergelijkbaar met heden. Dus stel ik voor om deze vraag nooit meer te stellen, laat staan te beantwoorden. Want er komt altijd weer iemand die veel beter is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s