Wie is de beste schaker aller tijden?

Hoe vaak is deze vraag al gesteld? Is het wel interessant om deze oeverloze discussie nieuw leven in te blazen? Worden wij daar met z’n allen niet doodmoe van?

Over de antwoorden bereiken wij ook nooit overeenstemming. Maar omdat ook ik het niet kan laten, doe ik toch even een volstrekt subjectieve duit in het zakje.

Adolf Anderssen en zijn voorgangers?

Adolf Anderssen
Bron: Wikipedia

Tja… op welk moment in de geschiedenis moet je eigenlijk beginnen met te beoordelen wie de grootste aller tijden was? Was het soms François Philidor? Hij was de onbetwist sterkste schaker van de 18e eeuw. Maar, er waren in die tijd geen serieuze toernooien. Dus daarover kunnen we kort zijn: Philidor valt af in de race.

Tussen Philidor en Staunton waren nog wel een paar schakers die een heel aardig potje konden schaken. Maar voor hen geldt hetzelfde als voor Philidor: te weinig serieuze wedstrijden. Howard Staunton heerste in de periode 1843-1851.

Het werd allemaal een stuk serieuzer in 1851. Toen organiseerde men een groot toernooi in Londen. Anderssen won dit toernooi dat men veelal als een officieus wereldkampioenschap schaken beschouwt. De Duitser was de sterkste schaker ter wereld in de periode van 1851 tot 1866. Hij moest zijn dominante positie tijdelijk afstaan aan Paul Morphy Die kwam in 1857 naar Europa en versloeg zo’n beetje iedereen, inclusief Anderssen. 

Paul Morphy

Paul Morphy
Bron: Wikipedia

Was het Paul Morphy? Natuurlijk niet. Die valt meteen af. Toegegeven, hij won zo’n beetje van iedereen in de korte periode waarin hij actief was. In december 1858 speelde hij een match tegen Anderssen en won overtuigend  met 8-3.

Maar hij gaf er al na 2 jaar de brui aan. Over weglopers oordeel ik niet mild. Hij maakte het allemaal nog een tikkeltje erger bij terugkomst in de VS. Hij wilde nog uitsluitend partijen spelen waarin zijn tegenstanders een voorgift kregen. Het lijkt me een tikkeltje arrogant. Paul heeft zijn tegenstanders nooit de kans op een behoorlijke revanche gegeven.

Wilhelm Steinitz

Wilhelm Steinitz
Bron: Wikipedia

Steinitz zag het levenslicht op 17 mei 1836 in Praag. Hij was een Oostenrijks schaker en werd beroemd omdat hij de eerste wereldkampioen schaken was. Men schrijft hem ook grote invloed toe als theoreticus met zijn leer van het positiespel. Overigens valt daar wel het een en ander op af te dingen. Lees daarvoor het boek “On the Origin of Good Moves” van Willy Hendriks.

In 1886 speelde Steinitz een match tegen Zukertort. Je kan deze match beschouwen als de eerste serieuze match om het wereldkampioenschap schaken. Geheel in stijl van die tijd riep Steinitz zichzelf na zijn overwinning uit tot wereldkampioen. Daartoe had hij wel enig recht. Want hij verdedigde zijn titel vier keer met succes, onder andere tegen Tsjigorin en Gunsberg. In 1894 verloor hij zijn wereldtitel aan Emanuel Lasker.

Emanuel Lasker

Emanuel Lasker
Bron: Wikipedia

Emanuel Lasker is een prima kandidaat voor de titel beste schaker aller tijden. Hij was het langst, zo’n slordige 27 jaar, wereldkampioen. Maar in puur schaaktechnische zin, denk ik ook van niet.

Hij was een virtuoos in de praktische schaakzin van het woord. Meer psychologisch, beweert men. Sommigen verdachten hem er zelfs van dat hij zijn tegenstanders hypnotiseerde.

Hij begon zijn carrière als schaker in koffiehuizen en verdiende er een goede boterham mee. Op twintigjarige leeftijd schreef hij zich in voor een sterk toernooi in Breslau en kwam daar als winnaar tevoorschijn. Daarop  besloot zich nog meer op het spelletje te werpen. Uiteindelijk kwam het tot een match met Steinitz in 1894. Hij won en mocht zichzelf dus kronen werd tot wereldkampioen. Daarna verdedigde zijn titel met succes tegen Steinitz, Tarrasch, Marshall, Schlechter en Janovski. In 1921 moest hij zijn meerdere erkennen in Capablanca.

José Raul Capablanca

José Raúl Capablanca
Bron: Wikipedia

Capablanca speelde in 1921 een tweekamp met Lasker. Lasker wilde aanvankelijk helemaal niet spelen en was bereid zijn titel cadeau te doen. Lasker had ook grote moeite met het klimaat in Havanna. Capablanca won overtuigend (vier keer winst) en nam de wereldtitel over van Lasker.

Het leek er op dat zijn hegemonie lang zou duren. Hij won in 1927 een groot internationaal toernooi in New York. Alle reden dus om een match aan te durven met de Rus Aljechin. Het onverwachte gebeurde: Capablanca onderschatte zijn tegenstander en verloor. Aljechin gaf hem nooit een kans op een revanchematch.

José Raúl Capablanca is dus evenmin een kandidaat. Zijn stijl was geolied, maar hij stond veel te kort aan de top en kreeg de wereldtitel ook een beetje cadeau. En zeg nou eens zelf: Karpov is toch gewoon een sterk verbeterde versie van Capa?

Alexander Aljechin

Alexander Aljechin
Bron: Wikipedia

Alexander Aljechin is een aansprekende kandidaat. Hij was een schaker zoals wij het graag zien: de man van de briljante aanvallen. Met de keuze van zijn tegenstanders was hij een stuk minder moedig. Eigenlijk speelde hij alleen matches tegen schakers die hij meende te kunnen pakken, zoals Bogoljubov en onze eigen Max Euwe.

Bij onze Max verslikte hij zich behoorlijk, wellicht zelfs in de letterlijke zin van het woord. Over het alcoholmisbruik van Aljechin verschillen de gemoederen nog steeds van mening. Maar dat gedoe over zijn alcoholmisbruik is niet eerlijk tegenover onze Max. Die was in de periode rond 1935 waarschijnlijk de sterkste speler van dat moment. Helaas was hij niet goed voorbereid op de revanchematch en verloor zijn titel al weer in 1937.

Een ander bijzonder feit is dat Aljechin daarna in het harnas is gestorven. Maar toen was hij al duidelijk over zijn hoogtepunt heen en had zijn reputatie een flink knauw gekregen omdat hij toernooien in Nazi Duitsland had gespeeld. Hij werd in 1946 dood gevonden in een hotelkamer in Estoril (Portugal). De doodsoorzaak is nooit opgehelderd. Gezien het ontwijken van sterke tegenstanders is Alexander de Grote echter wel exit.

Michael Botwinnik

Of Michael Botwinnik? Nee, nee, en nog eens nee. Hij was een geweldige schaker, daar niet van, maar hij kon het zo lang uithouden op zijn schaaktroon omdat hij zijn rechten op een revanchematch fantastisch

Michael Botwinnik
Bron: Wikipedia

uitbuitte. Maar als je zo vaak je titel verliest …? Uh eh, wacht eens even? Hij heeft naar mijn smaak wel een record in handen: het meeste aantal keren je wereldtitel verliezen. Ga maar na:

  • Tegen Bronstein in 1951 ging het al bijna mis: 12-12. Dat is met de hakken over de sloot. Die tel ik als een halve keer.
  • Hij liep in 1954 tegen Smyslov alweer een blauw oog op, opnieuw 12-12. Dat is opgeteld dus één hele keer.
  • Vervolgens ging het in 1957 écht mis tegen Smyslov (=2).
  • Daarna tegen Tal (=3).
  • Tenslotte kwam aan zijn hegemonie definitief een einde tegen Petrosian in 1963 (=4).

Niemand doet hem dit knappe staaltje van titelverliezen vooralsnog na. Boze tongen beweren trouwens dat hij zo lang aan de macht kon blijven door zijn connecties binnen de almachtige Sowjetbureaucratie.

Robert James Fischer

Robert James Fischer
Bron: Wikipedia

Dan maar Robert James Fischer? Natuurlijk niet. Ten eerste omdat hij ooit van Donner verloor. Hier vind je de hele partij  (de beslissende fout is 25. Td4. In plaats daarvan was 25. Dg3 Kh7 26. h5! en daarna pas Td4 een stuk beter).  Maar vooral vanwege de eerder genoemde reden bij Morphy. Hij was ook een afvallige. Wat voor Morphy gold, geldt dus ook voor hem.

Neemt natuurlijk niet weg dat hij een indrukwekkende carrière heeft gehad. In de aanloop naar zijn WK-match tegen Boris Spassky verpletterde hij Mark Taimanov en Bent Larsen ieder met 6-0. Ook Petrosian bleek een maatje te klein voor de ontketende Amerikaan.

Karpov, Kasparov of Korchnoi?

Anatoly Karpov
Bron: Wikipedia

Komen wij tenslotte terecht bij de drie super K’s: Karpov, Kasparov en Korchnoi. Op Korchnoi kom ik zo terug. Nu eerst de twee grootste K’s die het ook tot wereldkampioen schopten. Ik vind het lastig kiezen tussen die twee. Anatoly Karpov was een tijdje ongenaakbaar en werd op een gemene manier van zijn titel beroofd.

Welke idioot haalt het in zijn hoofd om een schaakmatch te beëindigen die iets te lang duurt? Van schaken krijg je toch nooit genoeg? Boksers die elkaar verrot slaan lap je ook weer op. Je schopt ze terug in de ring net zo lang tot er eentje knock-out is of het aantal afgesproken ronden is gehaald.

Garry Kasparov
Bron: Wikipedia

Garry Kasparov was op een geweldige achterstand gezet en kreeg via een achterdeurtje alsnog een kans. Ik moet zeggen die heeft hij wel met beide handen aangegrepen. Maar het verschil tussen beide heren was toch nooit zo vreselijk groot.

Komt bij dat Karpov het beste toernooiresultaat aller tijden op zijn naam heeft geschreven (Linares 1994). De bezetting van dit evenement was beresterk. Voor het toernooi beweerde Kasparov:

‘Degene die dit toenooi wint, is wereldkampioen toernooischaak.’

Karpov scoorde 11 uit 13 en zette Kasparov lelijk te kijk. Dus ‘werd’ Karpov al weer wereldkampioen met knarsetandende instemming van zijn grote rivaal. Bovendien is Karpov de enige wereldkampioen die ik meerdere keren in levende lijve heb ontmoet en met hem gesproken. Dus heb ik voor Karpov een zwak plekje.

Victor Korchnoi
Bron: Wikipedia

Hoe zit het nou met Victor Korchnoi? Dat zit zo. Ten eerste is er algemene overeenstemming over het feit dat hij de sterkste speler is die nooit wereldkampioen is geworden. Maar er zijn nog andere redenen waarom ik hem noem. Bijvoorbeeld zijn lange carrière op topniveau. Hij streed in de volgende jaren mee om de hoogste eer: 1962, 1968, 1971, 1974, 1977, 1980, 1983, 1985, 1988 en 1991. Dat is natuurlijk niet mis.

Bovendien bleef hij gewoon doorgaan. En uiteindelijk werd hij dan toch ook nog wereldkampioen bij de senioren in 2006. Zijn carrière begon in de jaren ’40 van de vorige eeuw en eindigde in 2012 wegens een beroerte en niet omdat hij er vrijwillig de brui aan gaf. Ik denk dat je met recht kunt stellen dat gemeten over zijn hele carrière Victor de verschrikkelijke de sterkste speler aller tijden is.

Magnus Carlsen

Magnus Carlsen
Bron: Wikipedia

Magnus is druk bezig met het zichzelf toe-eigenen van de titel “Grootste schaker aller tijden”.  Toen ik dit artikel voor het eerst schreef in 2013 had ik nog wat bedenkingen. Toen was het toch nog zoiets als “bewijs het maar!” Maar inmiddels heeft hij al heel veel bewezen. In 2014 had hij het ratingrecord dat  Kasparov in 1999 vestigde met een elo van 2851 ruimschoots overschreden. Hij legde de lat uitzonderlijk hoog op 2882. Hij is een tikkeltje teruggezakt naar 2865 (februari 2022) en is dus nog een eindje verwijderd van zijn streven om als eerste de 2900 grens te doorbreken.

Wat gaat Magnus Carlsen ons nog brengen? Hij is met een gouden lepel in de mond geboren. Zijn voornaam betekent simpel ‘groot’. Die torenhoge rating zegt ook niet alles. Het schijnt iets met ratinginflatie te maken te hebben. Eigenlijk zijn al die schaakgenieën onvergelijkbaar.

Ik moet eventjes terugdenken aan mijn hardloopcarrière. Oké die was bepaald niet briljant, maar voordat je in lachen uitbarst: mijn pr op de marathon zou in de jaren ’20 van de vorige eeuw goed zijn geweest voor een heus wereldrecord. Niet dat het tegenwoordig bijzonder is, zelfs niet in ons kikkerlandje, maar toch.

Daarmee zijn wij bij de kern van de zaak aanbeland: eigenlijk zijn al die resultaten uit het verleden onvergelijkbaar met heden. Dus stel ik voor om deze vraag nooit meer te stellen, laat staan te beantwoorden. Want er komt altijd weer iemand die veel beter is.

Laatste update: 13 februari 2022

3 gedachtes over “Wie is de beste schaker aller tijden?

Geef een reactie