Slopen van de vijandelijke koningsstelling (loperoffer op h7 of h2)

Stelling 1

Het is verstandig om te bekijken wat de omstandigheden zijn waarin het loperoffer op h7 (of h2) mogelijk is. Aan de hand van deze kennis kun je snel bepalen of het offer correct is of dat je het er beter niet op waagt. Zie stelling 1.

Dit zijn de voorwaarden voor een succesvol offer:

  • Een loper op de diagonaal b1-h7, die zichzelf kan opofferen.
  • Een paard (op f3) dat na het offer op h7 naar g5 kan springen.
  • De dame kan naar h5.
  • Pion op e5 (niet altijd nodig).
  • Een loper op de diagonaal c1-h6 is ook bijzonder handig.
  • Zwart is niet in staat om de dame of een loper naar de diagonaal b1-h7 te brengen.
  • Zwart heeft geen paard op f6 en kan ook niet zonder bezwaren een paard naar dit veld spelen.

Vraag jezelf nu even af: zijn deze voorwaarden aanwezig in stelling 1? (verder lezen)…

Lees meer »

Gebruikmaken van zwakke velden bij je tegenstander

Stelling 1

De Fransman Francois-André Philidor was in de 18e eeuw de sterkste schaker ter wereld. Hij schreef destijds een handboek voor schakers. Dat boek gold meer dan een eeuw als hét standaardwerk voor het schaakspel en werd vele malen herdrukt in diverse talen. 

Van hem is de uitspraak afkomstig ‘de pion is de ziel van het schaakspel’. Hij was zijn tijd ver vooruit en formuleerde een aantal belangrijke principes voor het schaakspel.

Hij gaf ook een definitie van een zwak veld. Hij zei dat een veld zwak is wanneer je het niet meer kunt controleren met een van je eigen pionnen. Zie stelling 1.

Als je de definitie van Philidor volgt is het meteen duidelijk dat het veld d5 een zwak veld is voor zwart. Doordat zwart eerder zijn e-pion naar e5 heeft opgespeeld en de c-pion is geruild voor de witte d-pion, kan zwart dit veld dus niet meer met een pion controleren. Verder lezen…Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (3)

In zijn fraaie boek ‘The Chess Toolbox’ wijdt Thomas Willemze een hoofdstuk aan de ‘Greek Gift’. Hij laat zien hoe je met tempo je stukken richting de vijandelijke koning kunt manoeuvreren.

Thomas Willemze behandelt uiteraard veel meer onderwerpen in dit uit de kluiten gewassen en vooral zeer instructieve boekwerk. Denk daarbij aan het afruilen van (de juiste) stukken, je torens effectief inzetten en uiteraard aanval en verdediging. Het boek bevat bovendien heel wat oefeningen. Kortom: een schatkamer voor schakers die zich verder willen ontwikkelen.

Stelling 1

De auteur begint met het volgende voorbeeld (zie stelling 1). De witte dame is er alleen op uitgetrokken en heeft een pionnetje op b7 opgepeuzeld. Het behoeft nauwelijks toelichting dat dergelijke excursies niet zonder bezwaren zijn. De witte dame bevindt zich ver van de plek waar straks de strijd gaat ontbranden.

Als wij verder naar de stelling kijken, dan zien wij dat alle ingrediënten voor een succesvol loperoffer op h2 aanwezig zijn. De zwarte lopers kijken dreigend naar de witte koningsstelling. Die koningsstelling is niet al te best verdedigd.

Bovendien kan zwart handig gebruikmaken van de ongelukkig positie van de witte dame en daardoor zijn stukken met tempo in het spel brengen. Dat is noodzakelijk omdat de loper meteen op h2 offeren nog niet werkt omdat het paard op e7 in de weg staat. Dus begint zwart met 1. – Tb8! 2. Dxa6 Tb6!

Een belangrijke tussenzet. Hiermee jaagt zwart de dame naar a5 en daardoor kan het paard op e7 met tempo de weg vrijmaken voor de zwarte dame. (verder lezen)

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (2)

Afbeelding: wikipedia

Een van de bekendste manieren om de vijandelijke koning een kopje kleiner te maken is het loperoffer op h2 of h7. In het Engelse taalgebied spreekt men in dit verband over ‘the Greek gift’.

Kennelijk zit er bij die Griekse cadeautjes een addertje onder het gras. Het is niet geheel duidelijk waar deze term precies vandaan komt, maar waarschijnlijk heeft het iets te maken met het paard van Troje. Het bekende verhaal uit de Griekse mythologie.

De Grieken belegerden de stad Troje (Turkije). Dat had nogal wat voeten in de aarde totdat de Grieken een list bedachten. Het lukte uiteindelijk de stad binnen te dringen doordat soldaten zich verstopten in een reusachtig houten paard, dat door de nietsvermoedende inwoners van Troje binnen de stadsmuren werd gehaald. Daarna was het pleit snel beslecht.

Wikipedia zegt in dit verband: “Bij uitbreiding staat het voor een gewenste zaak die ergens wordt binnengehaald, maar waarin een ongewenste lading is verborgen. De ontvangers bewerkstelligen argeloos hun eigen ondergang.” Wij Nederlanders hebben natuurlijk ons eigen paard van Troje: het turfschip van Breda.

Hoe zet je een aanval op?

De stappenmethode vertelt hierover:

  • Stukken erbij
  • Toegang maken
  • Verdedigers uitschakelen
  • Mat zetten

Het spreekt voor zich dat een aanval alleen kans van slagen heeft indien de aanvallende partij op het deel van het bord waarop hij wil aanvallen een zeker overwicht heeft. Het draait om meer (actieve) stukken inzetten. Die moet je dus naar het strijdtoneel leiden.

Ik heb wel partijen gezien waarin één van de spelers een overwicht heeft en dan slechts met enkele stukken ten aanval trekt. Ze laten dan de rest van het leger werkeloos toekijken. Als het de tegenstander dan lukt om de aanvallende stukken te ruilen, dan verdwijnt de energie uit zo’n aanval als de bekende sneeuw voor de zon. Het draait er om je tegenstander geen kans te geven om een goede verdediging te organiseren.

Kortom: telkens nieuwe dreigingen creëren en het initiatief vasthouden.

Vervolgens kun je kijken of het mogelijk is een bres in de vijandelijke linies te slaan. Loperoffers op h7 en h2 zijn hiervan tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Daar ga ik me de komende tijd dan ook mee bezighouden. (verder lezen)

Lees meer »

Recensie: Begrijp wat je doet: deel 2 – Damegambiet structuren

Boeken over schaakopeningen zijn vreselijk populair. Je kunt jezelf afvragen waarom. Hebben wij soms de heimelijke wens om onze tegenstanders al in een vroeg stadium te slim af zijn? Of is het vanwege de angst om al na een zet of tien tegen een ruïne aan te moeten kijken? Leidt zo’n openingsboek werkelijk tot meer begrip en betere resultaten?

In dit verband moet ik je iets bekennen. In de loop der tijd heb ik heel wat boeken van mijn favoriete openingen verzameld. Maar écht gelezen heb ik ze niet. Nu kan ik met een zelfgenoegzame glimlach beweren dat ik ze als naslagwerk gebruik. Maar zelfs dat is een schromelijke overdrijving. Ze staan grotendeels stof te happen in mijn boekenkast.

Variantendoolhof

Het probleem dat ik met de meeste openingsboeken heb is dat ze de lezer overstelpen met metersdikke variantenbomen. En alsof dat niet genoeg is, ook nog eens subsubvariantenbomen van subvariantenbomen. De lezer ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Al die varianten nodigen niet uit tot even lekker lezen of naspelen. Op deze manier schaakopeningen bestuderen voelt als het uit je hoofd leren van een woordenboek. (verder lezen…)Lees meer »

Blijf met je tengels van mijn pion af!

Ik moet je wat bekennen. Ik ben nogal behoudend ingesteld. En vind het dus heel vervelend wanneer iemand mij al direct in de opening een pion ontfutseld. Gambieten zijn niet zo mijn stijl. Stel dat wij elkaar ooit op de 64 velden ontmoeten, dan is de kans minimaal dat ik je binnen tien zetten een pion cadeau geef. Tenzij ik blunder natuurlijk.

Toch kom ik er met mijn openingsrepertoire niet helemaal onderuit. Ik speel namelijk Catalaans. Dat is een oersolide opening. Over het algemeen mag wit daarbij, met goed spel van beide zijden, op een klein plusje rekenen.

Hoewel het een uitermate complexe opening is, met talloze varianten, gaat het er meestal niet heel erg heftig aan toe. De strijd brandt echter wel in volle heftigheid los wanneer zwart de pion op c4 van het bord hakt en probeert dit kleinood te behouden. Bijvoorbeeld: …..?Lees meer »

Een elegant slotakkoord

Wanneer jouw tegenstander het Londense systeem tegen je speelt, moet je goed weten hoe je dit aanpakt. Want als je het even verkeerd doet, is de kans groot dat wit korte metten met je maakt. Dit is een typerend voorbeeld.

Kenmerkend voor het Londense systeem zijn de zetten 1. d4 2. Pf3 en 3. Lf4. Wit kiest er voor om de c-pion nog even rustig te laten staan. Deze gaat meestal pas later naar c3. Je krijgt dan een soort van Slavische structuur. Maar dan met wit in plaats van zwart.

De witte loper gaat vervolgens naar d3 en kijkt al heel verleidelijk naar pion h7. Het paard verhuist van b1 naar d2 en staat klaar om zijn collega op f3 te hulp te schieten zodra deze zich in het strijdgewoel begeeft.

Het Londense systeem is uitermate solide. Een ander voordeel is dat wit weinig theorie hoeft te kennen. Hij kan dit systeem tegen diverse zwarte antwoorden op 1. d4 spelen. Bovendien zit er het nodige venijn in deze opstelling. Dat blijkt weer eens uit de partij in de diagramstelling.

Je kunt deze partij in z’n geheel naspelen. Op die manier zie je hoe wit zijn aanval opbouwt. Let er vooral even op dat zwart niet de beste verdediging heeft gekozen. Hij verzuimde de diagonaal van de witte loper op c2 te verstoppen.

In de slotstelling is het helemaal afgelopen. Zie jij hoe wit de partij binnen enkele zetten, op elegante wijze, beslist? Klik op deze link en je vindt de hele partij met de oplossing…