Recensie: Begrijp wat je doet: deel 2 – Damegambiet structuren

Boeken over schaakopeningen zijn vreselijk populair. Je kunt jezelf afvragen waarom. Hebben wij soms de heimelijke wens om onze tegenstanders al in een vroeg stadium te slim af zijn? Of is het vanwege de angst om al na een zet of tien tegen een ruïne aan te moeten kijken? Leidt zo’n openingsboek werkelijk tot meer begrip en betere resultaten?

In dit verband moet ik je iets bekennen. In de loop der tijd heb ik heel wat boeken van mijn favoriete openingen verzameld. Maar écht gelezen heb ik ze niet. Nu kan ik met een zelfgenoegzame glimlach beweren dat ik ze als naslagwerk gebruik. Maar zelfs dat is een schromelijke overdrijving. Ze staan grotendeels stof te happen in mijn boekenkast.

Variantendoolhof

Het probleem dat ik met de meeste openingsboeken heb is dat ze de lezer overstelpen met metersdikke variantenbomen. En alsof dat niet genoeg is, ook nog eens subsubvariantenbomen van subvariantenbomen. De lezer ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Al die varianten nodigen niet uit tot even lekker lezen of naspelen. Op deze manier schaakopeningen bestuderen voelt als het uit je hoofd leren van een woordenboek. (verder lezen…)Lees meer »

Blijf met je tengels van mijn pion af!

Ik moet je wat bekennen. Ik ben nogal behoudend ingesteld. En vind het dus heel vervelend wanneer iemand mij al direct in de opening een pion ontfutseld. Gambieten zijn niet zo mijn stijl. Stel dat wij elkaar ooit op de 64 velden ontmoeten, dan is de kans minimaal dat ik je binnen tien zetten een pion cadeau geef. Tenzij ik blunder natuurlijk.

Toch kom ik er met mijn openingsrepertoire niet helemaal onderuit. Ik speel namelijk Catalaans. Dat is een oersolide opening. Over het algemeen mag wit daarbij, met goed spel van beide zijden, op een klein plusje rekenen.

Hoewel het een uitermate complexe opening is, met talloze varianten, gaat het er meestal niet heel erg heftig aan toe. De strijd brandt echter wel in volle heftigheid los wanneer zwart de pion op c4 van het bord hakt en probeert dit kleinood te behouden. Bijvoorbeeld: …..?Lees meer »

Een elegant slotakkoord

Wanneer jouw tegenstander het Londense systeem tegen je speelt, moet je goed weten hoe je dit aanpakt. Want als je het even verkeerd doet, is de kans groot dat wit korte metten met je maakt. Dit is een typerend voorbeeld.

Kenmerkend voor het Londense systeem zijn de zetten 1. d4 2. Pf3 en 3. Lf4. Wit kiest er voor om de c-pion nog even rustig te laten staan. Deze gaat meestal pas later naar c3. Je krijgt dan een soort van Slavische structuur. Maar dan met wit in plaats van zwart.

De witte loper gaat vervolgens naar d3 en kijkt al heel verleidelijk naar pion h7. Het paard verhuist van b1 naar d2 en staat klaar om zijn collega op f3 te hulp te schieten zodra deze zich in het strijdgewoel begeeft.

Het Londense systeem is uitermate solide. Een ander voordeel is dat wit weinig theorie hoeft te kennen. Hij kan dit systeem tegen diverse zwarte antwoorden op 1. d4 spelen. Bovendien zit er het nodige venijn in deze opstelling. Dat blijkt weer eens uit de partij in de diagramstelling.

Je kunt deze partij in z’n geheel naspelen. Op die manier zie je hoe wit zijn aanval opbouwt. Let er vooral even op dat zwart niet de beste verdediging heeft gekozen. Hij verzuimde de diagonaal van de witte loper op c2 te verstoppen.

In de slotstelling is het helemaal afgelopen. Zie jij hoe wit de partij binnen enkele zetten, op elegante wijze, beslist? Klik op deze link en je vindt de hele partij met de oplossing…

 

Denken als een patser

Wely-CarlsenStel jezelf eens voor dat je in een toernooi tegen Magnus Carlsen speelt. Hoe groot acht jij de kans op een overwinning? Als ik even voor mijzelf een kansberekening maak, dan kom ik tot 1 op de 1000 partijen.

Wellicht denk je nou: ‘Michel is dat niet een tikkeltje arrogant van je om te denken dat jij ooit een heel punt tegen Magnus zult scoren?’ Ik ben er van overtuigd dat het me zal lukken. Daarvoor heb ik twee redenen. De eerste moet je natuurlijk bij Magnus zelf zoeken. Waarschijnlijk is hij op een bepaald moment zo verveeld en zo zat van mijn geklungel dat hij eventjes niet oplet en ik mijn kans kan grijpen. Verder lezen…

Lees meer »

O nee momenten

Heb jij dat ook wel eens? Je doet een zet, je hebt het stuk nog niet losgelaten en meteen zie je dat het een blunder is. Waarom wij dan pas het licht zien is mij een volslagen raadsel. Feit is dat het me vele malen is overkomen.

De laatste tijd ben ik wel een stuk voorzichtiger geworden. Wellicht komt het doordat ik honderden (of zijn het inmiddels duizenden?) tactische puzzels heb opgelost. Meestal is de opgave zoiets als wit of zwart doet een zet en wint. Maar voordat ik naar mogelijke winstvoortzettingen kijk, dwing ik mijzelf eerst te kijken wat de virtuele tegenstander dreigt. Het heeft geholpen. Het is al weer eventjes geleden dat ik een partij heb verloren. Maar helemaal gladjes is alles zeker niet verlopen. Zie het eerste diagram.

Ik was aanvoerder van de zwarte stukken. Het is ergens in de opening vreselijk misgegaan en ik kijk naar een troosteloze stelling. Wit heeft niet alleen een pion meer, maar ook een tamelijk eenvoudig plan om zwart verder onder druk te zetten. (verder lezen)Lees meer »