Geniepig eindspelletje

Algemene principes kunnen van enorme waarde zijn. Ook intuïtie speelt in het schaken een belangrijke rol. Maar in het eindspel is het toch vooral een zaak van nauwkeurig rekenen.

Zie het diagram. Wie staat er beter? Eigenlijk kun je dat niet zeggen zonder er concrete varianten in te betrekken. Zwart heeft een kleine materiële voorsprong. Voor de kwaliteit heeft wit slechts één pion gekregen. Maar wat voor een pion! Of beter: pionnen.

Want het is niet alleen de b-pion die zijn promotieveld gevaarlijk dicht is genaderd, maar ook de f-pion doet een aardige duit in het zakje. Daar staat dan wel weer tegenover dat de zwarte koning actiever is en de witte loper op dit moment buitenspel staat. Weer die lastige vraag: wie staat er beter? Zelf kwam ik er niet helemaal goed uit. Jij wel? Oplossing…

Bedriegelijk eindspel

Wanneer er weinig stukken op het bord zijn overgebleven, betekent het niet altijd dat de zaak er eenvoudiger op is geworden.

Ik vond deze stelling via Facebook bij Chessbites. De stelling is een eindspelstudie van Juri Makletsov. Ik heb een enthousiaste poging ondernomen, maar vond helaas geen informatie over Makletsov.

Wit is aan zet
Wat is jouw oordeel over deze stelling? In de reacties op Facebook zaten de meeste mensen er flink naast. Wit vecht voor remise. Dat is denk ik wel duidelijk omdat zwart met de loper gemakkelijk de a-pion kan stoppen.

Zelf vond ik wel het juiste idee, maar zoals bij mij wel vaker voorkomt, ging het met de uitvoering mis. Kan zwart winnen? Oplossing…

Eindspel: koning in het nauw gedreven

Zoals bekend is Magnus Carlsen een eindspel virtuoos. Men zegt wel eens dat hij dit te danken heeft aan het boek Fundamental Chess Endings geschreven door Karsten Müller en Frank Lamprecht. 

De ondertitel luidt ‘Een nieuwe eindspelencyclopedie voor de 21e eeuw’. Het is een lijvig boekwerk wat je niet zo maar eventjes doorneemt op een regenachtige namiddag of zo. Dat is uiteraard ook niet de bedoeling van naslagwerken.

Magnus schijnt het overigens wel te hebben gedaan en het heeft hem bepaald geen windeieren gelegd. Maar ook hij zal er eventjes mee zoet zijn geweest. Het boek telt ongeveer vierhonderd pagina’s en honderden stellingen.

Kennelijk heeft Magnus ook een beter geheugen dan zijn gemiddelde medemens. En dat is geen overbodige luxe want succes in eindspellen berust voor een deel op pure kennis.

Ik kan me levendig voorstellen dat niet iedereen zin heeft om zo’n boek door te worstelen. Zelf zinkt de moed me in de schoenen als ik het boek beet pak en al die stellingen en varianten zie. Maar ik vind eindspellen wel reuze interessant en dus zit ik er af en toe toch in te grasduinen. Maar er zijn ook andere mogelijkheden want gelukkig doet Karsten Müller meer dan lijvige boeken schrijven.

Hij heeft een vaste eindspelrubriek op Playchess (1x per maand). Daarnaast heeft hij een geweldige serie DVD’s op zijn naam staan (je vindt die in de Chessbase Shop) en hij publiceert interessante eindspellen in het ChessBase Magazine. Dit laatste in de vorm van vraag en antwoord. Door er zelf over na te denken, leer je er een hoop van.

Zie het diagram. Ik vond deze stelling in magazine nr. 165. Wit is aan zet. Zwart heeft een pion meer en ook de pion op f3 ziet er dreigend uit. Toch is zwart reddeloos verloren. Hoe wint wit? Zie de oplossing…

De vloek van de dubbelpion

Dubbelpionnen kunnen een lelijke verzwakking van iemands positie vormen. Met name in het eindspel, wanneer alle andere stukken van het bord zijn verdwenen, is er niets meer dat deze verzwakking kan compenseren.

Kortom: het kan ons lelijk opbreken wanneer wij opgescheept zitten met pionnen die gedubbeld zijn.

Zie het diagram. Wit is aan zet. Hoe kan hij het volle punt incasseren? Oplossing…

PS. Goed oppassen, zelf vond ik het juiste idee, maar de uitvoering liet zoals bij mij wel vaker voorkomt te wensen over.

Naschrift: enkele dagen nadat ik deze stelling had gevonden bij de Chessbase Tactiektrainer keek ik in John Nunn’s boek ‘Understanding Chess Endgames’. Daar kwam ik de volgende stelling tegen (zie diagram 2).

De gelijkenis is opvallend! Leidt dit tot dezelfde stelling? Je kunt hier de zetten naspelen…

Het blijkt inderdaad om dezelfde partij te gaan (Pomar-Cuadres. 1974), maar dan met verwisselde kleuren. Men lijkt dat veel vaker te doen bij de tactiektrainer van Chessbase. Waarom? Geen idee. Het is een beetje raar, maar op zich is daar weinig mis mee (lijkt me).

Schaakpuzzel 10: een schitterend eindspel

Kijk eens op je gemak naar deze stelling. Zwart is aan zet. Wie staat er beter? In dergelijke situaties tel ik meestal eerst de materiële verhoudingen. Zwart staat een pion voor, maar dat lijkt dan ook alles wat er voor zijn stelling pleit.

Zwart heeft twee dubbelpionnen en ook zijn stukken lijken slechter te staan. De loper op b6 is een dood stuk hout. Het witte paard blokkeert de pionnen en heeft enige speelruimte. Het beestje kan bijvoorbeeld naar e4 springen. De witte toren neemt een actieve positie in op de zevende rij. Dus opnieuw: wie staat er beter?

Vooruit: laten wij zeggen dat zwart vanwege zijn materiële voorsprong een klein plusje heeft. Als dat jouw oordeel is, dan verkeer je in goed gezelschap. De computer beoordeelt de stelling met -0,18 na een tijdje rekenen en geeft de zetten: 1… Td2 2. Pa4 Ld8 3. Txa7 =. Na nog wat langer hijgen en puffen begint hij met 1… Kg6 Maar ook dan is het evenwicht niet verstoord.

Is dat alles? Of zit er toch nog meer in? Zoek dat maar eens uit! Je vind de oplossing hier…

http://www.chess.com/emboard?id=1449412

 

Lees meer »