Eindspel: doorbraak

Diagram 1

Voor de opleiding schaaktrainer 3 verwacht men van de schaaktrainer een zeker niveau. Aangezien ik daaraan onlangs ben begonnen moest ik dus een test afleggen om te bewijzen dat ik over het vereiste niveau beschikte.

Bij wijze van proef ontvangen de deelnemers aan de opleiding een test zodat ze zelf kunnen beoordelen wat hun sterke en zwakke punten zijn.

De test bestaat uit 24 opgaven die men binnen 40 minuten moet oplossen. De meeste opgaven leverden weinig problemen op. Maar er zaten toch wel enkele lastige opgaven bij. De bovenstaande opgave valt wat mij betreft niet in die categorie. Er stond trouwens ook nog ‘doorbraak’ onder. Dus dat was kat in het bakkie! Zonder goed te kijken bedacht ik dat 1. – b4 wel winnend zou zijn. Immers indien wit reageert met 2. axb4 dan wint 2. – c3. En op naar de volgende opgave.

Oeps! Dat bleek toch iets te snel en vooral veel te nonchalant. Het overkomt me helaas ook in gewone partijen. Eind van het liedje was dat ik 5 van de 24 opgaven fout had. En dus zou ik zijn gezakt omdat 4 fouten de max zijn. Maar goed dat het een test betrof.

Wat mankeerde er aan mijn antwoord?

Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om te bedenken waarom 1. – b4 een misser is. Wit speelt simpel 2. dxc4 en er is helemaal geen doorbraak en is het zwart die aan het kortste eind trekt. Wat is dan wel correct?

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – Voorbij de Philidor positie (4)

In de derde aflevering van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Maar hoe pak je het aan als dat een gepasseerd station is? Hierbij denk ik dan aan stellingen waarin de zwarte koning teruggedrongen is naar de achterste rij. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel voor de aanvaller is dat de verdedigende partij nog maar heel weinig bewegingsruimte heeft. Ook moet de verdediger constant letten dat hij niet mat gaat.

En wat zijn dan wel de voordelen voor de verdediger? Ten eerste dat de verdediging in een aantal gevallen van een verbijsterende eenvoud is. En dat de aanvallende partij het voor elkaar moet boksen om de koning weg te jagen van het promotieveld. Maar daarmee houden de voordelen voor de verdediger wel zo’n beetje op. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (3) – De Philidor positie

François-André Danican Philidor (1726 – 1795) was een Franse schaker, musicus en componist. Als schaker was hij veruit de sterkste van zijn tijd.

Je zou hem zelfs de eerste officieuze wereldkampioen kunnen noemen. Het schijnt dat hij zo’n beetje iedereen de baas was. Helaas zijn er geen partijen van hem bewaard gebleven. In die tijd deed men nog niet aan noteren.

Gelukkig is er nog wel iets van zijn werk overgebleven omdat hij een boek heeft geschreven. Van hem is de uitdrukking ‘pionnen zijn de ziel van een stelling’ afkomstig. Er is een opening naar hem genoemd en een belangrijke verdediging in het toreneindspel. In het diagram vind je de stelling waarom het draait. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten: Lucena positie (2)

Als je op de hoogte bent van een aantal stellingen met weinig materiaal en weet wat de juiste manoeuvres in die omstandigheden zijn, dan kun je al heel wat halve en soms hele puntjes extra verdienen.

Je kunt bijvoorbeeld van tevoren goed inschatten of het zinvol is om naar een bepaald eindspel af te wikkelen. Of juist te vermijden!

De stelling in het eerste diagram is zo’n bekende stelling met weinig materiaal. Wit speelt en wint. Over het algemeen schrijft men de oplossing toe aan de Spanjaard Lucena. Het is echter helemaal niet zeker dat hij de manoeuvre die je straks gaat zien ook heeft bedacht. Hij heeft er in ieder geval niets over geschreven in zijn boek dat al in 1497 werd gepubliceerd.

Een soortgelijke stelling werd voor het eerst genoemd in een boek geschreven door Salvio (1634). Hij schrijft de oplossing toe aan Scipione uit Genua. Enfin, laten wij het maar gewoon houden op de stelling van Lucena.

Lucena positie: de juiste manoeuvre

Hoe moet wit het aanpakken? Als de witte koning op d7 zou staan, dan was het een eitje om te winnen. Wit speelt dan gewoon 1. e7-e8D en zwart kan andere, en veel nuttigere, bezigheden gaan zoeken. (Verder lezen…)

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (1)

Tijdens een schaaktraining bij ons op de club (sv Zukertort) gegeven door Eric Roosendaal werd ik me er pijnlijk van bewust dat mijn kennis van eindspelen flink te wensen overlaat. Ik was wel bekend met een aantal stellingen en manoeuvres, maar deze kennis was behoorlijk ver weggezakt. Deze training was een prima opfrisser.

Uiteraard heb ik ook het overvloedige materiaal wat ik bezit, maar nooit goed heb bestudeerd, geraadpleegd voordat ik me aan dit onderwerp durfde te wagen.

Een van de vele prima boeken in mijn bezit is ‘Dvoretsky’s Endgame Manual’ van de helaas te vroeg overleden schaaktrainer Mark Dvoretsky. Over toreneindspelen schreef Mark in zijn boek:

“Toreneindspelen zijn wellicht de belangrijkste en moeilijkste van alle eindspelen. Het meest belangrijke omdat ze in de praktijk veel vaker voorkomen dan andere eindspelen. Moeilijker omdat de student veel meer kennis moet opdoen vanwege de grote verscheidenheid aan mogelijkheden.”

Toreneindspelen kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Nederige types zoals ik, bakken er soms helemaal niets van. Maar ook sterkere spelers gaan regelmatig in de fout. Talloze halve en hele puntjes gaan onnodig naar de verkeerde partij. Het is dus hoog tijd om aandacht te besteden aan de meest voorkomende eindspelen. Wellicht vraag jij jezelf af:

“Waarom komen toreneindspelen vaker voor dan andere eindspelen?”

Een belangrijke reden is de positie van de torens in de beginstelling. Ze staan op  de hoeken van het bord en komen vaak pas laat in het spel. En dus is de kans dat ze na alle schermutselingen overblijven ook een stuk groter.

Toreneindspelen zijn boeiend en razend moeilijk!

Je hoort wel eens zeggen dat de meeste toreneindspelen in remise eindigen. En dus zijn ze niet boeiend? Denk nog eens na! Toreneindspelen zitten vol met allerlei schitterende wendingen. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling (zie hierboven). Wat zou jij hier doen met wit? (Verder lezen…)

Lees meer »

Jezelf op het verkeerde been zetten (2)

Als je denkt dat er een bepaalde uitkomst is, dan ga je er onwillekeurig naartoe redeneren en loop je het risico allerlei zaken uit het oog te verliezen. Het is een bekende fout die mensen overal maken. Uiteraard ben ik er ook niet immuun voor.

Kijk eens naar de volgende stelling. Zwart heeft zojuist 52. – Tf5 gespeeld en nu is wit aan de beurt.

Zwart staat er beroerd voor. Wit heeft twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel. Daardoor is vrijwel elk eindspel gemakkelijk gewonnen voor wit. Maar dat zie ik natuurlijk niet.

Want op ChessTempo win je partijen met fraaie manoeuvres en combinaties. Niet met banale zetten. Toch? Kortom, ik ging weer eens hopeloos de mist in. Dat zal jou nu niet meer overkomen (je weet wel een gewaarschuwd mens telt voor twee). Oplossing…

Gegevens chesstempo

  • Standaard Rating: 2087.2
  • Gemiddelde oplostijd: 08:36
  • Aantal pogingen: 979
    Succes percentage: 39.12% (all time low?)

 

Enige eindspelkennis kan goed van pas komen

Bij tactische opgaven denken wij meestal niet direct aan eindspelen. Dat is echter een vergissing. In eindspelen komen heel wat tactische wendingen voor. Maar dat is niet het onderwerp van deze blog.

Kennis van eindspelen kan soms prima van pas komen bijvoorbeeld als het gaat om te beoordelen of een afwikkeling naar een eindspel goed uitpakt. Zie de stelling in het diagram.

Zwart is aan zet. Je voelt aan je water dat er ‘iets’ in moet zitten. Nou ja, dat weet je uiteraard als je schaakpuzzels oplost. Die puzzels zijn er niet voor niets. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je dergelijke momenten ook in een gewone partij onderkent.Lees meer »

Verraderlijk eindspel

Hoe minder stukken op het bord, des te makkelijker het wordt? Nou niet direct. Neem nou deze stelling. Wit heeft zojuist 41. Tc2-c1 gespeeld. Het lijkt een onbegrijpelijke zet, want het ligt toch veel meer voor de hand om de toren op de tweede rij te houden? Het is toch een stuk hardnekkiger dan Tc1?

Maar wellicht is wit’s 41e zet toch wel begrijpelijk. Mogelijk heeft hij de zwarte reactie over het hoofd gezien. Overigens kan zwart ook in het geval van bijvoorbeeld 41. Tc2-Tf2 uiteindelijk binnendringen op de tweede rij. Maar dan heeft wit in ieder geval nog wat tegenspel. Nu kan zwart het snel uitmaken. Hoe?

Rating: 2038.4
Gemiddelde oplostijd: 5:21
Aantal pogingen: 737
Succespercentage: 48.03%

Koning in de aanval

Meestal is de koning een beetje een lafbek. Hij verschuilt zich het liefst zo snel mogelijk achter een barrière van pionnen. Over het algemeen kruipt hij pas later, ergens in het eindspel uit zijn schulp om actief aan de krijgshandelingen deel te nemen. 

Toch zijn er wel uitzonderingen op deze vuistregel. Eén van de bekendste voorbeelden is de partij tussen Nigel Short (met wit) en onze landgenoot Jan Timman. Deze partij werd gespeeld in het Interpolistoernooi van 1991. Daar greep de witte monarch beslissend in. Jan Timman moest al na 34 zetjes de handdoek in de ring gooien.

In de partij tussen David Navarra (wit) en Zurab Sturua gingen de stukken in rap tempo de doos in. Vaak is dat een recept voor een snelle remise. Maar niet in deze partij. Wit is aan zet en wint. De hint is na de inleiding wel duidelijk: ook de witte koning eist een rolletje voor zichzelf op. Alhoewel de dame, net als in de partij tussen Short en Timman, de eer krijgt om de genadeslag toe te dienen. Oplossing…