Schaakpuzzel 49: geniepig pionneneindspel

Pionneneindspellen lijken bedrieglijk eenvoudig, maar zijn vaak helemaal niet zo gemakkelijk. Je moet bijvoorbeeld bij een afwikkeling naar een pionneneindspel dondersgoed opletten. Een fout is zo gemaakt en daardoor zijn al heel wat hele en halve punten verloren gegaan.

Neem deze studie van A. Mandler uit 1938. Het lijkt super eenvoudig. Maar zo simpel is het helemaal niet. Wat is de beste zet voor wit? (oplossing)

Lees meer »

Eindspelpuzzel 1: met toren en pion

Dit eindspel behoort tot de standaardbagage van ieder schaker. Toch zijn die toreneindspelen in al hun eenvoud (weinig materiaal) best lastig. Zwart is aan zet. Ik heb twee vragen:

  1. Wat is jouw oordeel over deze stelling?
  2. Wat is de beste zet voor zwart? (antwoorden)
Lees meer »

Schaakpuzzel 44: van ruilen komt…?

Mijn wijze moeder peperde het me al vroeg in: “van ruilen, komt huilen!” Dat zei ze bij voorkeur wanneer ik iets met een vriendje had geruild en bleek dat ik de spreekwoordelijke kat in de zak had gekregen. Dat voelt niet lekker aan. Maar het is wel een wijze les voor ons mooie schaakspel.

Daar geldt trouwens de regel op een iets andere manier: het draait er niet zozeer om wat je ruilt, maar wat je overhoudt. Bij die vraag had Sveshnikov (ja die van de variant die naar hem is genoemd) wellicht ook wat beter stil moeten staan. De vraag is: Is het verstandig voor wit om de lopers te ruilen?

In deze stelling draait het trouwens niet zozeer meer om de eerste zet. Die heb ik al zo’n beetje verklapt. Het zit een tikkeltje dieper. Het complete antwoord…

Lees meer »

Ruilen of niet ruilen?

Het is een vraag die in vrijwel iedere schaakpartij vroeg of laat een keer aan de orde komt: ruilen of niet? Is het wel zo slim? En waar moet je dan vooral op letten? Eduardas Rozentalis heeft er een heel boek over volgeschreven. Het is een écht ‘doeboek’. Kortom: veel opgaven met antwoorden. Je moet lekker zelf aan het werk.


Het boek is verdeeld in drie delen:

  • Opwarmertjes
  • Gemiddelde opgaven
  • Opgaven voor gevorderden

Elk deel bevat 40 opgaven, veelal afkomstig van GM Rozentalis zelf. Deze delen zijn dan weer keurig verdeeld in opgaven en oplossingen. De oplossingen zijn helder met prima uitleg. De auteur heeft er voor gekozen om eindspellen te behandelen. Naar mijn smaak vergroot dat de praktische waarde omdat het aantal stukken op het bord over het algemeen beperkt is. Daardoor is het boek ook prima geschikt voor instructie.

Tijdens mijn cursussen voor schaaktrainer heb ik vooral geleerd om niet te veel stukken op het bord te zetten, of gecompliceerde stellingen te strippen tot wat absoluut noodzakelijk is. Dat hoef je niet met eindspelen te doen. Een ander voordeel deze opzet is dat je dus helder voor ogen krijgt wat de waarde en functie van de stukken is. Je krijgt van elk niveau een voorbeeld. Eerst een opwarmertje: (verder lezen)

Lees meer »

Problemen oplossen door zetten te elimineren

war chess
Photo by Gladson Xavier on Pexels.com

Een van de lastigste onderdelen van het schaakspel is rekenen. Daarbij draait het er niet alleen om dat je de zetten in je geestesoog ziet, maar ook de juiste zetten kiest. Voor eindspelen is er een handige methode.

In het eindspel zijn de mogelijkheden over het algemeen beperkter dan in het middenspel. Uiteraard is het belangrijk om eerst een idee te vormen over wat er in een stelling aan de hand is. Bekijk de kenmerken van de stelling en bepaal of een van beide partijen in het voordeel is. Zo ja? Waarom?

Lees meer »

Eindspel van koning en toren tegen koning en pion

Je hebt vast geleerd hoe je met een dame en een koning tegen een koning en pion speelt. Vaak is dat gewonnen. Echter niet altijd. Maar hoe zit dat met een toren? Dat is een stuk lastiger.


Zie het eerste diagram. Wit is aan zet. Wij kunnen meteen concluderen dat wit voor twee mogelijke uitkomsten vecht. Hij wint of speelt in het slechtste geval remise. Dat doet zich voor wanneer de zwarte pion promoveert. Dan moet de partij met de toren meestal zijn toren opgeven.

Wat meteen opvalt is dat de witte koning zich ergens in Verwegisstan bevindt. Dat is niet positief. Gunstig is dat de toren achter de pion staat. Wat denk je? Kan zwart remise maken?

Door even simpel te tellen weet je het antwoord. Zwart heeft minimaal 5 zetten nodig om de pion te laten promoveren. Dat zijn twee koningszetten en drie pionzetten. Als wij dan ook even tellen hoeveel zetten wit nodig heeft om bij de pion te komen, dan is het antwoord duidelijk. Dat zijn namelijk ook vijf zetten. Wit mag beginnen. De afloop is voorspelbaar.

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)

In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.

Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)

Lees meer »

Eindspel: doorbraak

Diagram 1

Voor de opleiding schaaktrainer 3 verwacht men van de schaaktrainer een zeker niveau. Aangezien ik daaraan onlangs ben begonnen moest ik dus een test afleggen om te bewijzen dat ik over het vereiste niveau beschikte.

Bij wijze van proef ontvangen de deelnemers aan de opleiding een test zodat ze zelf kunnen beoordelen wat hun sterke en zwakke punten zijn.

De test bestaat uit 24 opgaven die men binnen 40 minuten moet oplossen. De meeste opgaven leverden weinig problemen op. Maar er zaten toch wel enkele lastige opgaven bij. De bovenstaande opgave valt wat mij betreft niet in die categorie. Er stond trouwens ook nog ‘doorbraak’ onder. Dus dat was kat in het bakkie! Zonder goed te kijken bedacht ik dat 1. – b4 wel winnend zou zijn. Immers indien wit reageert met 2. axb4 dan wint 2. – c3. En op naar de volgende opgave.

Oeps! Dat bleek toch iets te snel en vooral veel te nonchalant. Het overkomt me helaas ook in gewone partijen. Eind van het liedje was dat ik 5 van de 24 opgaven fout had. En dus zou ik zijn gezakt omdat 4 fouten de max zijn. Maar goed dat het een test betrof.

Wat mankeerde er aan mijn antwoord?

Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om te bedenken waarom 1. – b4 een misser is. Wit speelt simpel 2. dxc4 en er is helemaal geen doorbraak en is het zwart die aan het kortste eind trekt. Wat is dan wel correct?

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – Voorbij de Philidor positie (4)

In de derde aflevering van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Maar hoe pak je het aan als dat een gepasseerd station is? Hierbij denk ik dan aan stellingen waarin de zwarte koning teruggedrongen is naar de achterste rij. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel voor de aanvaller is dat de verdedigende partij nog maar heel weinig bewegingsruimte heeft. Ook moet de verdediger constant letten dat hij niet mat gaat.

En wat zijn dan wel de voordelen voor de verdediger? Ten eerste dat de verdediging in een aantal gevallen van een verbijsterende eenvoud is. En dat de aanvallende partij het voor elkaar moet boksen om de koning weg te jagen van het promotieveld. Maar daarmee houden de voordelen voor de verdediger wel zo’n beetje op. (verder lezen)Lees meer »