Rare openingszetten

Maak jij dat ook wel eens mee? Je bent aardig op de hoogte van de theorie van je favoriete opening en dan gooit je tegenstander roet in het eten met een rare zet die je nergens in de boekjes terugvindt. Dat is even slikken, want nu moet je zelf iets bedenken.

Het overkwam me eerder dit jaar. Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: achter het bord kwam ik er niet goed uit (eufemisme voor: ik zat flink te prutsen). Mijn tegenstander speelde in het Catalaans 3. – Ld7 (zie diagram).

Deze zet lijkt op het eerste gezicht belachelijk. De loper staat de andere stukken lelijk in de weg. Toch zit er wel een idee achter. In het Catalaans en natuurlijk ook in het damegambiet heeft zwart vaak problemen met de ontwikkeling van zijn dameloper. Waar moet die naar toe? (verder lezen)Lees meer »

Schaakpuzzel 22: de vuistregel van de 3 zetten

Pasgeleden las ik ergens (ik ben vergeten waar precies) dat je in elke stelling minimaal naar 3 zetten moet kijken voordat je een beslissing neemt. Dit is natuurlijk bedoelt als ruwe vuistregel.

Het lijkt me zeker een zinnige regel. Het overkomt mij tenminste wel eens dat ik me concentreer op 1 of 2 zetten en vervolgens een beter alternatief glad over het hoofd zie. Door onze blik wat te verruimen voorkomen wij dergelijke typische gevalletjes van tunnelvisie en pikken en passant heel wat extra puntjes mee.

Een dergelijke vorm van blikvernauwing zou je ook kunnen overkomen in de diagramstelling. Op het eerste gezicht lijkt de oplossing van deze schaakpuzzel voor de hand te liggen. 1. … Pf4 is toch kat in het bakje voor zwart?

Inderdaad verliest wit in de meeste varianten. Maar hij komt er in één variant slechts met een blauw oog vanaf. Toch is deze zet niet helemaal uit de lucht gegrepen. Wellicht brengt dit je op een idee? Klik hier voor de oplossing…

Ik heb deze partij en stelling gevonden bij Chess Tempo

Anti Siciliaans: de Alapin

Sinds enige tijd ben ik actief op chess.com. Ik kwam bij toeval op deze site terecht omdat iemand me uitnodigde een partij met hem te spelen. Zo’n verzoek weiger je natuurlijk niet. Bovendien leek het me een mooie kans, na jaren zonder Caïssa, om mijn openingsrepertoire weer een beetje op te frissen. Ik hoopte vooral veel lekker scherpe partijen met de Najdorfvariant te kunnen spelen. Helaas kwam ik in dat opzicht bedrogen uit.

Kennelijk zijn er nogal wat spelers die de ingewikkelde hoofdvarianten van het Siciliaans liever uit de weg gaan. Jammer, want er zit zoveel in! Je kunt de Najdorf bijvoorbeeld heel scherp en tactisch spelen, maar ook positioneel. Dat is het mooie van de Najdorf. Helaas gaan de dingen niet altijd zoals je wenst. In plaats daarvan kreeg ik de Alapin voorgeschoteld.

http://www.chess.com/emboard?id=1433554

Het grote voordeel van de Alapin is dat je relatief weinig theorie hoeft te bestuderen. Wit kan zich gemakkelijk ontwikkelen en bouwt een solide stelling op. Maar daarmee heb je dan ook wel een beetje alle voordelen gehad. Alhoewel: ik kan er nog eentje bedenken. Ik hoorde een grootmeester onlangs verklaren in een commentaar op playchess.com: Lees meer »

De perfecte openingsvoorbereiding?!

Ostermeyer_SosonkoZeg eens eerlijk: hoe vaak heb jij direct profijt gehad van je openingsvoorbereiding? Als je bent zoals ik, dan is het antwoord waarschijnlijk: minder vaak dan je zou willen. Op grootmeesterniveau is het gemakkelijk om er achter te komen wat je tegenstander speelt. Aan de top weten de dames en heren vaak van te voren tegen wie ze moeten spelen. Maar op clubniveau ligt dat wat anders.

In open toernooien is je tegenstander veelal onbekend tot vlak voor de partij begint. Als je het wel weet, zoals bij tienkampen, dan heb je er in de regel nog weinig aan omdat je de speler in kwestie niet kent. Ook op de club weet je soms pas op de speelavond wie je tegenstander is. Tenminste zo ging het bij de schaakclub Utrecht. Wij speelden er volgens het Keizersysteem. Het was telkens weer een verrassing tegen wie je het moest opnemen.

Het is bij mij slechts één keer in mijn schaakleven voorgekomen dat ik mijn gezwoeg direct kon uitbuiten. Ik speelde een tienkamp bij het toenmalige IBM-toernooi. De dag ervoor was de ‘losbladige’ (ik meen dat het toen ‘Schararchiv’ heette) op de deurmat geplofd. Voor de jongeren onder ons: het was nog in het computerloze tijdperk. De losbladige was een periodiek met de laatste openingsnieuwtjes.

In die tijd áapte ik zo’n beetje het hele openingsrepertoire van Genna Sosonko na. Genna speelde de drakenvariant van het Siciliaans. Dus ik ook. Zelf had ik er een haat-liefde-verhouding mee opgebouwd. Ik werd aanvankelijk enkele malen zeer hardhandig van het bord getimmerd. Maar geleidelijk aan ging het steeds beter. Ik herinner me zelfs dat ik een onafgebroken reeks van circa 20 partijen opbouwde waarin ik niet verloor met dit systeem. Toegegeven: dat was soms meer geluk dan wijsheid, maar toch. Het is een bewijs dat specialisatie zin heeft.

Terug naar de losbladige. Groot nieuws: Sosonko had in een bekende variant een nieuwtje gevonden en dwong daarmee Peter Ostermeyer binnen 23 zetten tot overgave. Ik bekeek deze varianten op de ochtend voordat ik zelf moest spelen. Daarna was het op naar de toernooizaal. Ik had zwart.Lees meer »

Profilaxe: hoe voorkom je vervelende plannen van je tegenstander?

Mastering_Postional_ChessIk heb zojuist een interessant boek binnengekregen van Daniel Naroditsky. Grappig: niet alleen grootmeesters worden telkens jonger, maar auteurs kennelijk ook. De voormalige junior wereldkampioen (2007) publiceerde zijn boek ‘Mastering Positional Chess’ op vijftienjarige leeftijd.

Wat een prestatie! Op het boek kom ik later nog wel eens terug. Wat mijn aandacht trok was een partij tussen Botwinnik en Paul Keres. Botwinnik zet Paul Keres tamelijk hardhandig van het bord.

Het is een mooi voorbeeld van profilaxe. Daniel zegt daarover: ‘Dit voorbeeld leert ons over het belang van de vraag: ‘wat doet mijn tegenstander als hij aan zet is?’ Hoewel deze vraag altijd gesteld dient te worden in kritieke posities, maakt het je niet imuun voor de ideeën van je tegenstander.’ Ik voeg er zelf aan toe: ‘had ik me die vraag maar eens wat vaker gesteld, niet uitsluitend in kritieke posities, maar bij elke zet!’

Het is sowieso wel handig om nadat je tegenstander een zet heeft gedaan een kort checklijstje af te werken. Geef antwoorden op vragen als:

  • Wat is er veranderd in de stelling?
  • Valt mijn tegenstander nu iets aan, bijvoorbeeld een stuk of een veld?
  • Naar welke velden kan dit stuk zich verder verplaatsen?
  • Maakt de zet ruimte vrij voor andere stukken?

Hiermee kun jij jezelf heel wat schaakellende besparen. Zullen wij kijken hoe Botwinnik het aanpakt? Je kunt deze partij ook in je browser afspelen…Lees meer »