Ruilen of niet ruilen?

Het is een vraag die in vrijwel iedere schaakpartij vroeg of laat een keer aan de orde komt: ruilen of niet? Is het wel zo slim? En waar moet je dan vooral op letten? Eduardas Rozentalis heeft er een heel boek over volgeschreven. Het is een écht ‘doeboek’. Kortom: veel opgaven met antwoorden. Je moet lekker zelf aan het werk.


Het boek is verdeeld in drie delen:

  • Opwarmertjes
  • Gemiddelde opgaven
  • Opgaven voor gevorderden

Elk deel bevat 40 opgaven, veelal afkomstig van GM Rozentalis zelf. Deze delen zijn dan weer keurig verdeeld in opgaven en oplossingen. De oplossingen zijn helder met prima uitleg. De auteur heeft er voor gekozen om eindspellen te behandelen. Naar mijn smaak vergroot dat de praktische waarde omdat het aantal stukken op het bord over het algemeen beperkt is. Daardoor is het boek ook prima geschikt voor instructie.

Tijdens mijn cursussen voor schaaktrainer heb ik vooral geleerd om niet te veel stukken op het bord te zetten, of gecompliceerde stellingen te strippen tot wat absoluut noodzakelijk is. Dat hoef je niet met eindspelen te doen. Een ander voordeel deze opzet is dat je dus helder voor ogen krijgt wat de waarde en functie van de stukken is. Je krijgt van elk niveau een voorbeeld. Eerst een opwarmertje:

Lees meer »

Problemen oplossen door zetten te elimineren

war chess
Photo by Gladson Xavier on Pexels.com

Een van de lastigste onderdelen van het schaakspel is rekenen. Daarbij draait het er niet alleen om dat je de zetten in je geestesoog ziet, maar ook de juiste zetten kiest. Voor eindspelen is er een handige methode.

In het eindspel zijn de mogelijkheden over het algemeen beperkter dan in het middenspel. Uiteraard is het belangrijk om eerst een idee te vormen over wat er in een stelling aan de hand is. Bekijk de kenmerken van de stelling en bepaal of een van beide partijen in het voordeel is. Zo ja? Waarom?

Lees meer »

Eindspel van koning en toren tegen koning en pion

Je hebt vast geleerd hoe je met een dame en een koning tegen een koning en pion speelt. Vaak is dat gewonnen. Echter niet altijd. Maar hoe zit dat met een toren? Dat is een stuk lastiger.


Zie het eerste diagram. Wit is aan zet. Wij kunnen meteen concluderen dat wit voor twee mogelijke uitkomsten vecht. Hij wint of speelt in het slechtste geval remise. Dat doet zich voor wanneer de zwarte pion promoveert. Dan moet de partij met de toren meestal zijn toren opgeven.

Wat meteen opvalt is dat de witte koning zich ergens in Verwegisstan bevindt. Dat is niet positief. Gunstig is dat de toren achter de pion staat. Wat denk je? Kan zwart remise maken?

Door even simpel te tellen weet je het antwoord. Zwart heeft minimaal 5 zetten nodig om de pion te laten promoveren. Dat zijn twee koningszetten en drie pionzetten. Als wij dan ook even tellen hoeveel zetten wit nodig heeft om bij de pion te komen, dan is het antwoord duidelijk. Dat zijn namelijk ook vijf zetten. Wit mag beginnen. De afloop is voorspelbaar.

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)

In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.

Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)

Lees meer »

Eindspel: doorbraak

Diagram 1

Voor de opleiding schaaktrainer 3 verwacht men van de schaaktrainer een zeker niveau. Aangezien ik daaraan onlangs ben begonnen moest ik dus een test afleggen om te bewijzen dat ik over het vereiste niveau beschikte.

Bij wijze van proef ontvangen de deelnemers aan de opleiding een test zodat ze zelf kunnen beoordelen wat hun sterke en zwakke punten zijn.

De test bestaat uit 24 opgaven die men binnen 40 minuten moet oplossen. De meeste opgaven leverden weinig problemen op. Maar er zaten toch wel enkele lastige opgaven bij. De bovenstaande opgave valt wat mij betreft niet in die categorie. Er stond trouwens ook nog ‘doorbraak’ onder. Dus dat was kat in het bakkie! Zonder goed te kijken bedacht ik dat 1. – b4 wel winnend zou zijn. Immers indien wit reageert met 2. axb4 dan wint 2. – c3. En op naar de volgende opgave.

Oeps! Dat bleek toch iets te snel en vooral veel te nonchalant. Het overkomt me helaas ook in gewone partijen. Eind van het liedje was dat ik 5 van de 24 opgaven fout had. En dus zou ik zijn gezakt omdat 4 fouten de max zijn. Maar goed dat het een test betrof.

Wat mankeerde er aan mijn antwoord?

Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om te bedenken waarom 1. – b4 een misser is. Wit speelt simpel 2. dxc4 en er is helemaal geen doorbraak en is het zwart die aan het kortste eind trekt. Wat is dan wel correct?

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – Voorbij de Philidor positie (4)

In de derde aflevering van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Maar hoe pak je het aan als dat een gepasseerd station is? Hierbij denk ik dan aan stellingen waarin de zwarte koning teruggedrongen is naar de achterste rij. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel voor de aanvaller is dat de verdedigende partij nog maar heel weinig bewegingsruimte heeft. Ook moet de verdediger constant letten dat hij niet mat gaat.

En wat zijn dan wel de voordelen voor de verdediger? Ten eerste dat de verdediging in een aantal gevallen van een verbijsterende eenvoud is. En dat de aanvallende partij het voor elkaar moet boksen om de koning weg te jagen van het promotieveld. Maar daarmee houden de voordelen voor de verdediger wel zo’n beetje op. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (3) – De Philidor positie

François-André Danican Philidor (1726 – 1795) was een Franse schaker, musicus en componist. Als schaker was hij veruit de sterkste van zijn tijd.

Je zou hem zelfs de eerste officieuze wereldkampioen kunnen noemen. Het schijnt dat hij zo’n beetje iedereen de baas was. Helaas zijn er geen partijen van hem bewaard gebleven. In die tijd deed men nog niet aan noteren.

Gelukkig is er nog wel iets van zijn werk overgebleven omdat hij een boek heeft geschreven. Van hem is de uitdrukking ‘pionnen zijn de ziel van een stelling’ afkomstig. Er is een opening naar hem genoemd en een belangrijke verdediging in het toreneindspel. In het diagram vind je de stelling waarom het draait. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten: Lucena positie (2)

Als je op de hoogte bent van een aantal stellingen met weinig materiaal en weet wat de juiste manoeuvres in die omstandigheden zijn, dan kun je al heel wat halve en soms hele puntjes extra verdienen.

Je kunt bijvoorbeeld van tevoren goed inschatten of het zinvol is om naar een bepaald eindspel af te wikkelen. Of juist te vermijden!

De stelling in het eerste diagram is zo’n bekende stelling met weinig materiaal. Wit speelt en wint. Over het algemeen schrijft men de oplossing toe aan de Spanjaard Lucena. Het is echter helemaal niet zeker dat hij de manoeuvre die je straks gaat zien ook heeft bedacht. Hij heeft er in ieder geval niets over geschreven in zijn boek dat al in 1497 werd gepubliceerd.

Een soortgelijke stelling werd voor het eerst genoemd in een boek geschreven door Salvio (1634). Hij schrijft de oplossing toe aan Scipione uit Genua. Enfin, laten wij het maar gewoon houden op de stelling van Lucena.

Lucena positie: de juiste manoeuvre

Hoe moet wit het aanpakken? Als de witte koning op d7 zou staan, dan was het een eitje om te winnen. Wit speelt dan gewoon 1. e7-e8D en zwart kan andere, en veel nuttigere, bezigheden gaan zoeken. (Verder lezen…)

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (1)

Tijdens een schaaktraining bij ons op de club (sv Zukertort) gegeven door Eric Roosendaal werd ik me er pijnlijk van bewust dat mijn kennis van eindspelen flink te wensen overlaat. Ik was wel bekend met een aantal stellingen en manoeuvres, maar deze kennis was behoorlijk ver weggezakt. Deze training was een prima opfrisser.

Uiteraard heb ik ook het overvloedige materiaal wat ik bezit, maar nooit goed heb bestudeerd, geraadpleegd voordat ik me aan dit onderwerp durfde te wagen.

Een van de vele prima boeken in mijn bezit is ‘Dvoretsky’s Endgame Manual’ van de helaas te vroeg overleden schaaktrainer Mark Dvoretsky. Over toreneindspelen schreef Mark in zijn boek:

“Toreneindspelen zijn wellicht de belangrijkste en moeilijkste van alle eindspelen. Het meest belangrijke omdat ze in de praktijk veel vaker voorkomen dan andere eindspelen. Moeilijker omdat de student veel meer kennis moet opdoen vanwege de grote verscheidenheid aan mogelijkheden.”

Toreneindspelen kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Nederige types zoals ik, bakken er soms helemaal niets van. Maar ook sterkere spelers gaan regelmatig in de fout. Talloze halve en hele puntjes gaan onnodig naar de verkeerde partij. Het is dus hoog tijd om aandacht te besteden aan de meest voorkomende eindspelen. Wellicht vraag jij jezelf af:

“Waarom komen toreneindspelen vaker voor dan andere eindspelen?”

Een belangrijke reden is de positie van de torens in de beginstelling. Ze staan op  de hoeken van het bord en komen vaak pas laat in het spel. En dus is de kans dat ze na alle schermutselingen overblijven ook een stuk groter.

Toreneindspelen zijn boeiend en razend moeilijk!

Je hoort wel eens zeggen dat de meeste toreneindspelen in remise eindigen. En dus zijn ze niet boeiend? Denk nog eens na! Toreneindspelen zitten vol met allerlei schitterende wendingen. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling (zie hierboven). Wat zou jij hier doen met wit?

Lees meer »