’s Werelds beste schaker schiet enorme bok

Stelling na 24. – Dd7??

Stel iemand zou je vragen: “wat is de beste zet voor wit in deze stelling?” Aardige kans dat je binnen de kortste keren zou reageren met “O wat gemakkelijk, natuurlijk Dxg6+. Dat is appeltje eitje!”

Ik vermoed dat de meeste clubschakers zoiets binnen luttele seconden vinden. Zelf zag ik het tenminste direct. Eigenlijk vreemd dat een topper als Magnus Carlsen, met stip de beste schaker in de wereld, dit basale paardvorkje over het hoofd zag. Het is al weer ietsje minder vreemd wanneer je bedenkt dat hij bijzonder weinig tijd had. Magnus had nog slechts 27 seconden op zijn klok. Het was tenslotte blitzschaak. Maar dan nog…?

Ik vermoed dat het duidelijker wordt wanneer wij een kijken naar de laatste zet van wit. Eigenlijk is dit een vreselijk irritant zetje. Wit doet eventjes ‘niets’. Hij had namelijk ook op b6 kunnen slaan en de kwaliteit offeren. Wit zou daarmee voldoende compensatie krijgen voor de kwal omdat het witte paard bijzonder sterk is. Zie de analyse verderop in deze blog.

Nadeel van je tegenstander een gedwongen zet laten doen

Maar een ‘pakzet’ zoals 24. axb6 heeft ook een nadeel. Zwart heeft minder tijd op de klok. Als je dus een zet doet die een reactie afdwingt, is dat veel makkelijker dan 24. Te3.

24. Te3 lokt geen gedwongen antwoord uit. Wit houdt de mogelijkheden die hij heeft nog even achter de hand, Hij heeft diverse ideeën om zijn stelling verder te versterken. Naast de tijdnood zijn die mogelijkheden een ander probleem voor zwart.

Denk bijvoorbeeld aan Tae1. Deze torenzet laat pion a5 aan zijn lot over, maar nemen op a5 is geen goed idee voor zwart. Ten eerste verzwakt hij daarmee zijn eigen pionnenstelling. Ten tweede het is lastig om die a-pion te verdedigen, mocht wit zijn rechtmatige eigendom komen opeisen. Belangrijker: daarmee geeft zwart nog een mooi veld (c5) aan het witte paard.

Een andere gedachte voor wit kan zijn om de toren naar de h-lijn te spelen. Hij heeft dan ook nog ideeën zoals h2-h4. Kortom: het is een lastige stelling voor zwart om te spelen. En dan is een foutje, ook al ben je Magnus Carlsen, zo gemaakt.

Sterker: afgezien van de tactische wending is 24. – Dd7 eigenlijk best logisch. Zwart dekt de pion op e6 en verbindt zijn torens. Hierdoor zou 25. axb6 een slag in de lucht zijn. Kortom: dit was een blunder met een diepere gedachte.

Hieronder vind je een (zeker niet uitputtende) analyse van deze stelling.

Tip. Verkeert jouw tegenstander in tijdnood? Laat hem dan bij voorkeur geen gedwongen zetten doen. Geef hem zo min mogelijk houvast.

Uitzondering op deze vuistregel: als zo’n gedwongen zet zijn ondergang betekent, doe je hem natuurlijk wel.

Geef een reactie