Vuurspuwende draak

Diagram 1

De stelling hiernaast roept goede en ook wel pijnlijke herinneringen bij me op. Ik weet niet eens precies wanneer ik ben begonnen met schaken. Het was geloof ik net voor de hele hype die ontstond rond de match van de eeuw tussen Boris Spassky en Robert James Fischer.

Het begon met partijtjes tegen mijn vader en enkele vrienden. Aanvankelijk won mijn vader nog wel van me. Maar dat was snel verleden tijd.

Een van mijn favoriete openingen was de Drakenvariant van het Siciliaans. Het heeft eventjes geduurd voordat ik er goede resultaten mee behaalde. In de beginperiode ben ik een aantal keren zeer hardhandig van het bord getimmerd. Het valt ook niet mee om je te wapenen tegen het geweld dat witspelers ontketenen met de pionnenstorm op de koningsvleugel.

Lees meer »

Je elo met een paar honderd punten opkrikken? (1)

1. Karpov-Bareev (Linares 1994)

Heb jij enig idee hoe de gemiddelde clubschaker zijn Elo-rating zonder idioot veel inspanning met ruwweg 200 punten kan verhogen? Moet hij daarvoor als een bezetene tactische puzzels oplossen? Zijn tegenstanders te slim af zijn met de laatste openingsnieuwtjes? Of zit er niks anders op om toch nog maar een keer dat boek over strategische concepten door te ploegen?

Dat zijn uiteraard allemaal zaken waarmee iedereen zijn schaakvaardigheden naar een hoger niveau kan tillen. Maar verwacht er geen wereldschokkende wonderen van. Zoiets is een project voor de langere termijn. Niet iedereen heeft er de tijd of energie voor.

Je vraagt jezelf onwillekeurig af: is er misschien een makkelijkere manier om meer puntjes bij elkaar sprokkelen? Die is er. Hoe dat werkt? Je leest het in een serie artikelen die de komende tijd op dit blog verschijnen.

Lees meer »

Schaakopgave 2: de verdediging uitschakelen

Een geslaagde aanval op de koning komt zelden of nooit uit de lucht vallen. Om met succes te kunnen toeslaan moet je een zeker overwicht hebben. Dat is in het diagram rechts zeker het geval.

Zwart heeft een extra pion, maar daar heeft hij niets aan. Wit beheerst de open e-lijn en de toren kijkt gevaarlijk uit over de zevende rij. Ook de andere witte stukken nemen betere posities in dan de zwarte. Vergelijk de toren op a8 eens met die op e7!

Tel daarbij op dat er zich slechts één verdediger in de buurt van de zwarte monarch ophoudt en je voelt wel aan dat er ‘iets’ in zit. Wat is de beste zet voor wit? Oplossing…

 

 

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (1)

Tijdens een schaaktraining bij ons op de club (sv Zukertort) gegeven door Eric Roosendaal werd ik me er pijnlijk van bewust dat mijn kennis van eindspelen flink te wensen overlaat. Ik was wel bekend met een aantal stellingen en manoeuvres, maar deze kennis was behoorlijk ver weggezakt. Deze training was een prima opfrisser.

Uiteraard heb ik ook het overvloedige materiaal wat ik bezit, maar nooit goed heb bestudeerd, geraadpleegd voordat ik me aan dit onderwerp durfde te wagen.

Een van de vele prima boeken in mijn bezit is ‘Dvoretsky’s Endgame Manual’ van de helaas te vroeg overleden schaaktrainer Mark Dvoretsky. Over toreneindspelen schreef Mark in zijn boek:

“Toreneindspelen zijn wellicht de belangrijkste en moeilijkste van alle eindspelen. Het meest belangrijke omdat ze in de praktijk veel vaker voorkomen dan andere eindspelen. Moeilijker omdat de student veel meer kennis moet opdoen vanwege de grote verscheidenheid aan mogelijkheden.”

Toreneindspelen kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Nederige types zoals ik, bakken er soms helemaal niets van. Maar ook sterkere spelers gaan regelmatig in de fout. Talloze halve en hele puntjes gaan onnodig naar de verkeerde partij. Het is dus hoog tijd om aandacht te besteden aan de meest voorkomende eindspelen. Wellicht vraag jij jezelf af:

“Waarom komen toreneindspelen vaker voor dan andere eindspelen?”

Een belangrijke reden is de positie van de torens in de beginstelling. Ze staan op  de hoeken van het bord en komen vaak pas laat in het spel. En dus is de kans dat ze na alle schermutselingen overblijven ook een stuk groter.

Toreneindspelen zijn boeiend en razend moeilijk!

Je hoort wel eens zeggen dat de meeste toreneindspelen in remise eindigen. En dus zijn ze niet boeiend? Denk nog eens na! Toreneindspelen zitten vol met allerlei schitterende wendingen. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling (zie hierboven). Wat zou jij hier doen met wit? (Verder lezen…)

Lees meer »

Een avontuur dat verkeerd afloopt

Is het verstandig om pionnetjes te snoepen in de opening? Er zijn talloze openingsvarianten waarin een van beide partijen verleidt wordt om een pionnetje te verschalken. Een hele bekende is natuurlijk de vergiftigde pion die zwart kan oppeuzelen in de Najdorf variant van het Siciliaans.

De beroemdste voorbeelden komen, denk ik, uit de match tussen Fischer en Spassky (1972). Daar kwam deze variant tweemaal op het bord. De eerste keer (7e matchpartij) ging het nog goed voor Fischer, maar de tweede keer (11e matchpartij) moest Fischer het onderspit delven.

Overigens is over deze variant het laatste woord nog steeds niet gezegd. Voorzover ik weet gaat het vele zetten diep en is de huidige stand van zaken dat bij goed spel van beide kanten de partij in remise eindigt. Ik bemoei me niet met dat soort geheugenspelletjes.

Zelf liep ik tijdens het analyseren van een partij tegen een hele andere vorm van een pion aan die de witspeler beter niet had aangepakt. Zie de stelling. Zwart speelt en wint. Oplossing.