Eindspelen lijken soms zo makkelijk. Maar een verkeerde zet en er gaat een half of soms zelfs een heel punt naar de haaien. De vraag is: hoe schat je deze stelling in en kun je dit ook met enkele varianten onderbouwen?
Lees meer »Categorie: Toreneindspel
Schaakpuzzel: gemiste kansen
Deze stelling ontstond na 50e zet in een rapidpartij tussen Zoltan Almasi en Ljubomir Ljubojevic (Amber Rapidplay, Monaco 2001). Wit’s laatste zet was 50. Kf1 (na 49. … Tc2+).
Je kunt er lang of kort over discussiƫren, maar voor mijn gevoel staat de koning niet helemaal ideaal op f1. Wit had ook voor 50. Ke3 kunnen kiezen. Het maakt kennelijk op dit moment ook weinig uit. De vraag is nu: wat is de beste zet voor zwart?
Lees meer »Schaakpuzzel 69: een kwestie van juiste keuzes maken
Deze stelling ontstond na wit’s 42e zet in de partij Ivanchuk – Jobava (Wijk aan Zee 2015). Je kan kiezen uit twee zetten: 42. … Ta4 of 42. … Txg4. Wat is de beste zet?
Lees meer »Wat zelfs toppers (soms) verkeerd doen in toreneindspelen
Deze stelling ontstond na 52e zet van wit in de partij van Svetozar Gligoric tegen Robert James Fischer (kandidatentoernooi 1959). Fischer stond bekend om zijn eindspelvirtuositeit. Hier moest hij een minder staand eindspel verdedigen. Hoe kon zwart remise maken?
Lees meer »Eindspel met toren tegen pion
Waarom zou je eigenlijk aandacht moeten besteden aan eindspelletjes van Koning en toren tegen koning en pion? Zo’n eindspel lijkt op het eerste gezicht een kansloze zaak voor de partij met alleen een miezerige pion. Is het wel zo belangrijk om jezelf hierin te verdiepen?
Het antwoord is: het is lang niet altijd kansloos. En de tweede vraag kunnen we met een volmondig ‘ja’ beantwoorden. Hoe zit dat?
Lees meer »Eindspelpuzzel 1: met toren en pion
Dit eindspel behoort tot de standaardbagage van ieder schaker. Toch zijn die toreneindspelen in al hun eenvoud (weinig materiaal) best lastig. Zwart is aan zet. Ik heb twee vragen:
- Wat is jouw oordeel over deze stelling?
- Wat is de beste zet voor zwart? (antwoorden)
Eindspel van koning en toren tegen koning en pion

Je hebt vast geleerd hoe je met een dame en een koning tegen een koning en pion speelt. Vaak is dat gewonnen. Echter niet altijd. Maar hoe zit dat met een toren? Dat is een stuk lastiger.
Zie het eerste diagram. Wit is aan zet. Wij kunnen meteen concluderen dat wit voor twee mogelijke uitkomsten vecht. Hij wint of speelt in het slechtste geval remise. Dat doet zich voor wanneer de zwarte pion promoveert. Dan moet de partij met de toren meestal zijn toren opgeven.
Wat meteen opvalt is dat de witte koning zich ergens in Verwegisstan bevindt. Dat is niet positief. Gunstig is dat de toren achter de pion staat. Wat denk je? Kan zwart remise maken?
Door even simpel te tellen weet je het antwoord. Zwart heeft minimaal 5 zetten nodig om de pion te laten promoveren. Dat zijn twee koningszetten en drie pionzetten. Als wij dan ook even tellen hoeveel zetten wit nodig heeft om bij de pion te komen, dan is het antwoord duidelijk. Dat zijn namelijk ook vijf zetten. Wit mag beginnen. De afloop is voorspelbaar.
Lees meer »Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)
In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.
Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)
Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – Voorbij de Philidor positie (4)
In de derde aflevering van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Maar hoe pak je het aan als dat een gepasseerd station is? Hierbij denk ik dan aan stellingen waarin de zwarte koning teruggedrongen is naar de achterste rij. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel voor de aanvaller is dat de verdedigende partij nog maar heel weinig bewegingsruimte heeft. Ook moet de verdediger constant letten dat hij niet mat gaat.
En wat zijn dan wel de voordelen voor de verdediger? Ten eerste dat de verdediging in een aantal gevallen van een verbijsterende eenvoud is. En dat de aanvallende partij het voor elkaar moet boksen om de koning weg te jagen van het promotieveld.Ā Maar daarmee houden de voordelen voor de verdediger wel zo’n beetje op. (verder lezen)Lees meer »
Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten: Lucena positie (2)
Als je op de hoogte bent van een aantal stellingen met weinig materiaal en weet wat de juiste manoeuvres in die omstandigheden zijn, dan kun je al heel wat halve en soms hele puntjes extra verdienen.
Je kunt bijvoorbeeld van tevoren goed inschatten of het zinvol is om naar een bepaald eindspel af te wikkelen. Of juist te vermijden!
De stelling in het eerste diagram is zo’n bekende stelling met weinig materiaal. Wit speelt en wint. Over het algemeen schrijft men de oplossing toe aan de Spanjaard Lucena. Het is echter helemaal niet zeker dat hij de manoeuvre die je straks gaat zien ook heeft bedacht. Hij heeft er in ieder geval niets over geschreven in zijn boek dat al in 1497 werd gepubliceerd.
Een soortgelijke stelling werd voor het eerst genoemd in een boek geschreven door Salvio (1634). Hij schrijft de oplossing toe aan Scipione uit Genua. Enfin, laten wij het maar gewoon houden op de stelling van Lucena.
Lucena positie: de juiste manoeuvre
Hoe moet wit het aanpakken? Als de witte koning op d7 zou staan, dan was het een eitje om te winnen. Wit speelt dan gewoon 1. e7-e8D en zwart kan andere, en veel nuttigere, bezigheden gaan zoeken. (Verder lezen…)




