Recensie: Begrijp wat je doet: deel 2 – Damegambiet structuren

Boeken over schaakopeningen zijn vreselijk populair. Je kunt jezelf afvragen waarom. Hebben wij soms de heimelijke wens om onze tegenstanders al in een vroeg stadium te slim af zijn? Of is het vanwege de angst om al na een zet of tien tegen een ruïne aan te moeten kijken? Leidt zo’n openingsboek werkelijk tot meer begrip en betere resultaten?

In dit verband moet ik je iets bekennen. In de loop der tijd heb ik heel wat boeken van mijn favoriete openingen verzameld. Maar écht gelezen heb ik ze niet. Nu kan ik met een zelfgenoegzame glimlach beweren dat ik ze als naslagwerk gebruik. Maar zelfs dat is een schromelijke overdrijving. Ze staan grotendeels stof te happen in mijn boekenkast.

Variantendoolhof

Het probleem dat ik met de meeste openingsboeken heb is dat ze de lezer overstelpen met metersdikke variantenbomen. En alsof dat niet genoeg is, ook nog eens subsubvariantenbomen van subvariantenbomen. De lezer ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Al die varianten nodigen niet uit tot even lekker lezen of naspelen. Op deze manier schaakopeningen bestuderen voelt als het uit je hoofd leren van een woordenboek. (verder lezen…)Lees meer »

Schaakpuzzel 2

Andersson-GeorgievDit is de stelling na de 32e zet van zwart in de partij Ulf Andersson – Kiril Georgiev (Sarejevo 1985). De stelling is sterk vereenvoudigd. Wit heeft voordeel. Hij bezit de open c-lijn, de zwarte damevleugel is verzwakt en de witte koning staat actiever. Maar hoe bouwt hij dit voordeel verder uit? Nu ben jij aan zet. Wat is jouw 33e zet voor wit?

Je vindt de oplossing hier…

 

 

 

Lees meer »