Zou jij 17. d5 hebben gevonden?

Zwetend achter het bord…

Naar aanleiding van mijn artikel over de kracht van schaakspelers in de 19e eeuw kwamen er diverse interessante reacties (op schaaksite.nl). Frits Fritschy stelde een intrigerende vraag:

[…] “Maar had je ook de zet 17 d5!! gevonden, en dan bedoel ik nog geeneens in een partij, maar in een opgave ‘wit speelt en wint’? Op zo’n zet zouden ook tegenwoordige grootmeesters trots zijn.”

Deze vraag schreeuwt om een antwoord. Het begon allemaal met de partij Steinitz tegen Von Bardeleben. Wim Weehuizen merkte op:

“[…] Wat mij opviel was dat ze heel diep door konden rekenen. Ik geef hier een partij tussen Steinitz en von Bardeleben uit het toernooi van Hastings van 1895 met aan het eind een aankondiging van mat in 10. En dat ver voor de engines! […]””

Die partij had ik ook in mijn artikel opgenomen, maar dat kon hij om de een of andere reden niet zien. Ik reageerde daarop dat het me weinig moeite kostte om vanuit de positie na 24. … Kh8 het mat te berekenen. Ondanks dat het 10 zetten diep is. Dat klinkt nogal pedant. Maar is het dat ook?

Lees meer »

De macht van het loperpaar

Svidler-Kasparov

Merijn van Delft behandelt op zijn nieuwe dvd: Practical Chess Strategy: the Bishop allerlei strategische motieven met de loper. Het is een boeiende dvd waarin Merijn de kijker regelmatig aan het werk zet met vragen over de stellingen. Die trainingsvragen zijn het handelsmerk van Merijn. Hij pakt het op soortgelijke wijze aan in zijn wekelijkse rubriek voor ChessBase.

Zoals je gezien de titel zou mogen verwachten staat in deze dvd de loper centraal. Merijn behandelt daar als eerste het loperpaar. Eerst neemt hij twee knappe partijen van hem zelf onder de loep. Daarna is het de beurt van Garry Kasparov.

Zelf ben ik een fan van Kasparov’s spel. Vooral vanwege zijn geweldige dynamische speelstijl. In zijn partij tegen Svidler (Linares 1998) demonstreert Garry de kracht van het loperpaar. Aanvankelijk lijkt het daar nog niet op. Maar na de 18e zet van zwart, waarin Garry zijn loperpaar veilig stelt, gaat het steeds beter met de zwarte kansen! (verder lezen)

Lees meer »

Gebruikmaken van zwakke velden bij je tegenstander

Stelling 1

De Fransman Francois-André Philidor was in de 18e eeuw de sterkste schaker ter wereld. Hij schreef destijds een handboek voor schakers. Dat boek gold meer dan een eeuw als hét standaardwerk voor het schaakspel en werd vele malen herdrukt in diverse talen. 

Van hem is de uitspraak afkomstig ‘de pion is de ziel van het schaakspel’. Hij was zijn tijd ver vooruit en formuleerde een aantal belangrijke principes voor het schaakspel.

Hij gaf ook een definitie van een zwak veld. Hij zei dat een veld zwak is wanneer je het niet meer kunt controleren met een van je eigen pionnen. Zie stelling 1.

Als je de definitie van Philidor volgt is het meteen duidelijk dat het veld d5 een zwak veld is voor zwart. Doordat zwart eerder zijn e-pion naar e5 heeft opgespeeld en de c-pion is geruild voor de witte d-pion, kan zwart dit veld dus niet meer met een pion controleren. Verder lezen…Lees meer »

Recensie: Begrijp wat je doet: deel 2 – Damegambiet structuren

Boeken over schaakopeningen zijn vreselijk populair. Je kunt jezelf afvragen waarom. Hebben wij soms de heimelijke wens om onze tegenstanders al in een vroeg stadium te slim af zijn? Of is het vanwege de angst om al na een zet of tien tegen een ruïne aan te moeten kijken? Leidt zo’n openingsboek werkelijk tot meer begrip en betere resultaten?

In dit verband moet ik je iets bekennen. In de loop der tijd heb ik heel wat boeken van mijn favoriete openingen verzameld. Maar écht gelezen heb ik ze niet. Nu kan ik met een zelfgenoegzame glimlach beweren dat ik ze als naslagwerk gebruik. Maar zelfs dat is een schromelijke overdrijving. Ze staan grotendeels stof te happen in mijn boekenkast.

Variantendoolhof

Het probleem dat ik met de meeste openingsboeken heb is dat ze de lezer overstelpen met metersdikke variantenbomen. En alsof dat niet genoeg is, ook nog eens subsubvariantenbomen van subvariantenbomen. De lezer ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Al die varianten nodigen niet uit tot even lekker lezen of naspelen. Op deze manier schaakopeningen bestuderen voelt als het uit je hoofd leren van een woordenboek. Lees meer »