Gebruikmaken van zwakke velden bij je tegenstander

Stelling 1

De Fransman Francois-André Philidor was in de 18e eeuw de sterkste schaker ter wereld. Hij schreef destijds een handboek voor schakers. Dat boek gold meer dan een eeuw als hét standaardwerk voor het schaakspel en werd vele malen herdrukt in diverse talen. 

Van hem is de uitspraak afkomstig ‘de pion is de ziel van het schaakspel’. Hij was zijn tijd ver vooruit en formuleerde een aantal belangrijke principes voor het schaakspel.

Hij gaf ook een definitie van een zwak veld. Hij zei dat een veld zwak is wanneer je het niet meer kunt controleren met een van je eigen pionnen. Zie stelling 1.

Als je de definitie van Philidor volgt is het meteen duidelijk dat het veld d5 een zwak veld is voor zwart. Doordat zwart eerder zijn e-pion naar e5 heeft opgespeeld en de c-pion is geruild voor de witte d-pion, kan zwart dit veld dus niet meer met een pion controleren. Verder lezen…Lees meer »

Recensie: Begrijp wat je doet: deel 2 – Damegambiet structuren

Boeken over schaakopeningen zijn vreselijk populair. Je kunt jezelf afvragen waarom. Hebben wij soms de heimelijke wens om onze tegenstanders al in een vroeg stadium te slim af zijn? Of is het vanwege de angst om al na een zet of tien tegen een ruïne aan te moeten kijken? Leidt zo’n openingsboek werkelijk tot meer begrip en betere resultaten?

In dit verband moet ik je iets bekennen. In de loop der tijd heb ik heel wat boeken van mijn favoriete openingen verzameld. Maar écht gelezen heb ik ze niet. Nu kan ik met een zelfgenoegzame glimlach beweren dat ik ze als naslagwerk gebruik. Maar zelfs dat is een schromelijke overdrijving. Ze staan grotendeels stof te happen in mijn boekenkast.

Variantendoolhof

Het probleem dat ik met de meeste openingsboeken heb is dat ze de lezer overstelpen met metersdikke variantenbomen. En alsof dat niet genoeg is, ook nog eens subsubvariantenbomen van subvariantenbomen. De lezer ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Al die varianten nodigen niet uit tot even lekker lezen of naspelen. Op deze manier schaakopeningen bestuderen voelt als het uit je hoofd leren van een woordenboek. (verder lezen…)Lees meer »

Schaakpuzzel 2

Andersson-GeorgievDit is de stelling na de 32e zet van zwart in de partij Ulf Andersson – Kiril Georgiev (Sarejevo 1985). De stelling is sterk vereenvoudigd. Wit heeft voordeel. Hij bezit de open c-lijn, de zwarte damevleugel is verzwakt en de witte koning staat actiever. Maar hoe bouwt hij dit voordeel verder uit? Nu ben jij aan zet. Wat is jouw 33e zet voor wit?

Je vindt de oplossing hier…

 

 

 

Lees meer »