Je intuïtie volgen lijkt een uitstekend idee bij schaken. Toch kan het daardoor voorkomen dat je belangrijke zetten mist. Of nog erger jezelf voor de mal houdt. Bovenstaande stelling roept enkele interessante vragen op. Zwart speelde hier 23. … Tf5?? Zullen we samen kijken wat er mis kan gaan bij het oplossen van deze eenvoudige puzzel?
Ik vond deze stelling op ChessTempo.com. Hij komt uit een partij tussen Svend Ove Van Seelen en Ernst Fatzer (Bern 1974). Als je bij ChessTempo niet inlogt en toch met de tactische training gaat stoeien (zie menu schaaktraining en kies vervolgens schaaktactiek) dan krijg je telkens eenvoudige opgaven.
Wil je opgaven die een relatie tot je eigen rating hebben? Dan kun je bij Lichess.org iets soortgelijks doen. Daar log je wel in en ga je naar puzzels. Vervolgens kun je de moeilijkheidsgraad verlagen met -300 of -600 ratingpunten (tov je gebruikelijke puzzelrating). Je kunt ook nog even “met rating” uitschakelen. Het gaat hier immers niet om de rating, maar om de oefening. Zoiets is een prima training om snel even wat tactische wendingen te oefenen.
Op Chesstempo.com zijn het puzzels met een rating ergens tussen de 1200 en 1500. Dat is een verschil met de situatie waarin je wel inlogt. Dan krijg je na elke goede oplossing geleidelijk steeds moeilijkere puzzels. Ook dat is uiteraard zeer nuttig, maar die makkelijke opgaven zijn zinvol om vlot patronen te (leren) herkennen en te oefenen. Je zou dus zeggen dat je deze opgave binnen luttele seconden kunt oplossen. Dat kan, maar dan moet je niet zoals ik deed, blind je intuïtie volgen. Wat ging er fout? Nu wordt het heel gênant.
Een prima oefening is om ook bij deze eenvoudige opgaven geconcentreerd te blijven. Naar meerdere mogelijkheden te zoeken en vervolgens alles netjes uitrekenen. Ik moet bekennen dat het bij mij daar wel eens aan schort. Zullen we het houden op gemaktzucht? Of misschien wel zelfoverschatting?
Nu terug naar de stelling. Zwart speelde hier 23. … Tf5
Niet denken en niet goed kijken
Het gaat hier om gemakkelijke opgaven en dus ligt het voor de hand dat je gaat kijken naar zetten die de zaak snel beslissen. Het eerste wat dan opvalt, is de zwarte koningsstelling. Die is behoorlijk verzwakt. Het riep bij mij meteen de (verkeerde) vraag op:
“Kan ik hem mat zetten?”
Wit kan beginnen met schaakgeven op g3 en dan de koning opjagen. De koning opjagen? Eigenlijk valt dat een beetje tegen. Je hebt dus:
24. Tg3+ Kf8 25. Dh8+ Ke7
En dan? Niks. Want de koning heeft een redelijk veilige plek op e7 gevonden. Ik zat nog even in gedachten te prutsen, toen ik me afvroeg:
“Is er dan iets anders wat ik over het hoofd zie?”
Na een paar seconden ging er ook bij mij eindelijk een lampje branden. Ik moet niet 25. Dh8+?? spelen, maar simpel 25. Dh6+ en ik haal de toren die op d2 staat van het bord. Wel zo eenvoudig. Daarmee zijn we bij de volgende vragen beland. Het is altijd verstandig om wanneer je tegenstander heeft gezet jezelf af te vragen:
“Wat is er veranderd in de stelling?”
en
“Kleven er ook nadelen aan deze zet?”
Als ik mezelf deze vragen had gesteld, zou ik waarschijnlijk ook direct het goede antwoord gevonden hebben en niet na pas een minuut. Dan zie je onmiddellijk:
“Hm.. hij valt mijn dame aan. Maar zojuist dekten de torens elkaar en nu niet meer.”
Als er hangende stukken zijn, of slecht verdedigd, dan is dat altijd aanleiding om te kijken of je er tactisch van kunt profiteren. Je kent vast wel het gezegde:
“Loose pieces drop off!”
Hieronder nog even de stelling na 23. … Tf5?? Als je dat met de eerste stelling vergelijkt is meteen duidelijk dat de toren op d2 nu niet meer is gedekt.
Lees ook de blog over ‘semi-gedekte-stukken’
Nog meer geklungel
Bovenstaande stelling was de puzzel van de dag op Lichess.com na de 21e zet van zwart. Die ‘puzzels van de dagen’ zijn meestal heel eenvoudig. Deze is daarop geen uitzondering. Tenminste: als je beter kijkt dan ik in eerste instantie deed. Mijn intuïtie zat me weer eens behoorlijk in de weg. Los je de puzzel zelf even op voordat je verder leest?
Aardige kans dat je vrij snel (of direct) zag dat 22. Lg5+ heel erg winnend is. Wat volgt is geforceerd mat:
22. Lg5+Kc8 23. Te8+ Lxe8 24. Td8#.
Simpel. Maar gek genoeg zag ik het niet direct. Ik vroeg me namelijk, zonder dat ik goed naar de stelling had gekeken af:
“Hm… wit staat een stuk achter. Hoe kan ik dat terugwinnen?”
Als je jezelf op deze manier op het verkeerde been zet, ga je zoeken naar zetten die je ideeën bevestigen. Oftewel zoeken naar een speld in een hooiberg die er niet is. Vervolgens keek ik naar zetten als 22. Txd7+ en daarna b3 en b4, maar ik kwam er niet uit. Wit wint wel wat materiaal terug, maar houdt een materiële achterstand, bijvoorbeeld:
22. Txd7+ Kxd7 23. Pc5+ Kc6 24. Lxf2 Lb6 25. Pd3 Lxf2 26. Pxf2
Ook andere mogelijkheden zoals:
22. Lxf2 Txa4 23. b4 h6 (na 23. … Lb6 zou wit alsnog een herkansing krijgen met 24. Lh4+ g5 25. Lxg5+ Kc8 en 26. Te8+) 24. Te2 c6 25. bxa5 en wit staat beter.
Pas daarna deed ik wat ik in eerste instantie had moeten doen, namelijk. Mezelf afvragen:
“Welke alternatieven heb ik in deze stelling?”
Ik moet mezelf meteen verbeteren. Naar alternatieven kijken is niet de eerste stap. Wat ik eerst had moeten doen was:
de stelling evalueren.
Dat is iets anders dan zetjes willen doen waarvan je intuïtief denkt dat ze de beste zijn. En dan ook nog de fout maken om daaraan te blijven hangen!
Stelling beoordelen
Probeer dus eerst een stelling objectief te beoordelen. Kijk naar dingen zoals:
- Veiligheid van de koningen
- Activiteit van de stukken
- Zwaktes en relatief makkelijke aanvalsdoelen
- Materiaalverhouding
- Pionnenstructuur
Dan kost het in deze stelling weinig moeite om te concluderen dat de zwarte koning midden in de vuurlinie staat en de witte koning relatief veilig is. Ook de witte stukken zijn veel actiever. Vergelijk bijvoorbeeld eens de torens en de lopers.
De witte torens staan mooi centraal opgesteld en bezetten open lijnen en ze vallen iets aan. De zwarte toren op a8 staat uit zijn neus te peuteren. De toren op c4 valt het paard aan, maar speelt geen rol in de verdediging van de zwarte koning. De zwarte loper op d7 is gepend en ook de loper op a5 is nou niet direct een pronkstuk van activiteit.
Laten we de zwarte stelling niet helemaal de vernieling in praten. Het zwarte paard valt iets aan in tegenstelling tot het witte paard op a4.
Het beeld is wel duidelijk: ik had op zoek moeten gaan naar een manier om de zwarte koning te grazen te nemen en me niet bezig moeten houden met materiële zaken.
Bovenstaande stelling ontstond na de 23e zet in een rapidpartij tussen Matthias Bluebaum (2660) en Eduardo Iturrizaga Bonelli (2637). Het was een opgave uit mijn vriendelijke huiswerk van Killer Chess Training. De materiaalverhouding is ruwweg in evenwicht. Wat meteen opvalt is dat twee zwarte stukken ongedekt zijn en het paard weliswaar ver op vijandelijke helft staat, maar slechts eenmaal gedekt. Het is om grootmeester Mykhaylo Oleksiyenko te citeren een ‘semi gedekt stuk’. Zoiets zet je op een spoor:
“Kan ik gebruikmaken van de ‘losse’ zwarte stukken?”
Weer ging mijn intuïtie met me op de loop. Ik keek, zocht en keek weer. Maar kon niks vinden. Totdat het me begon te dagen:
“Is er soms nog iets anders mis met de zwarte stelling?”
Of:
“Welke nadelen kleven er aan de laatste zet van zwart?”
Er is inderdaad iets mis met 23. …Td7. Het ligt in eerste instantie misschien minder voor de hand, maar zwart heeft nog een andere zwakte. Welke?
- Pion g7!
De witte loper op b2 kijkt al begerig naar dit pionnetje. Het witte paard is het tweede stuk dat deze pion onder vuur kan nemen. Zo geschiedde:
24. Ph5!
Nu blijkt ook waarom 23. … Td7 zo’n slechte zet was. Zwart kan zich niet verdedigen met:
24. … g6 25. Pf6+ Kg7 26. Pxd7+
Ook de verdediging:
24. … f6 faalt op 25. Lxf6
Het beste is dan waarschijnlijk om verder te gaan met
24. Ph5! f6 25. Lxf6 Pxf3+ 26. gxf3 Td1+ 27. Kf2 gxf6 28. Txe6+
De partij ging verder met:
24. … Tad8 25. Lxg7 Td5
En zwart gaf het enkele zetten later op. Je vindt hier de hele partij.
Conclusie: ik was een beetje dom en bedacht zonder goed te kijken zetjes op basis van mijn intuïtie. Dat werkt overigens vaak best goed, maar lang niet altijd. Dat is het probleem. Het is slimmer om eerst even te kijken wat er in de stelling aan de hand is. Dat kan gelukkig ook heel snel. Stel jezelf eerst wat vragen. Het is ook een uitstekende gewoonte tijdens partijen om regelmatig te evalueren en op basis daarvan zetten te doen.




