Het is een bekend advies: los vooral veel tactische puzzels op. De gedachte erachter is: schaken is voor een groot deel tactiek. Dus besteed daar je aandacht aan. Maar is dat wel zo verstandig?
Laat ik maar beginnen met een bevestiging van een algemeen heersend idee: door het oplossen van tactische puzzels nemen je tactische vaardigheden toe. Ongemerkt leer je allerlei patronen aan, die je later weer kunt herkennen. Het is natuurlijk ook prima voor je rekenvaardigheden. Daarbij ga ik er wel van uit dat je de puzzels oplost zonder de stukken te verzetten. Kortom: alleen maar voordelen. Of toch niet?
Wat zijn dan de bezwaren?
Het eerste bezwaar ligt voor de hand: in een gewone partij is er doorgaans niemand die je op je schouder tikt en zegt:
“Let op er zit een tactische wending in de stelling!”
Als je dus al weet dat er ‘iets’ is, ga je vaak heel gericht naar dat ‘iets’ zoeken. Daarbij betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik niet eens rustig de tijd neem om eerst een goed overzicht van de stelling te krijgen en te evalueren. Want mijn intuïtie (op basis van duizenden puzzels die ik heb geprobeerd op te lossen) stuurt me vaak al in een bepaalde richting. Het is dan al snel ‘bingo’. De kans is groot dat je nu denkt:
“Nou Michel, je vertelt me helemaal geen nieuws!”
Inderdaad: het is een bezwaar wat je vaker hoort. Ik laat het dus maar verder rusten. Belangrijk is, denk ik wel dat we per stelling even rustig de tijd nemen om ietsje verder te kijken dan onze neus lang is.
Hints: voor- en nadelen
Bij veel opgaven krijg je ook hints. Bijvoorbeeld dat iets een matcombinatie is en dan ook regelmatig met welke stukken of tactische motieven gerangschikt op patronen. Kortom: de indeling geeft al de nodige aanwijzingen voor een eventuele oplossing. Je vindt zo’n indeling bijvoorbeeld in het boek “A Modern Guide to Checkmating Patterns”. Overigens een prima leerboek en zeker een aanrader.
Er zit een logisch idee achter. Op die manier leer je bepaalde patronen veel sneller en beter. Maar de vraag is dan weer: herken je het ook in een echte partij zonder die hints? In dat opzicht pleit ik er voor om in dergelijke boeken op z’n minst, bijvoorbeeld in een laatste hoofdstuk, een mix van opgaven te geven. Daarmee benader je dan weer wat meer een echte partij en kun je voor jezelf nagaan of je het patroon ook werkelijk herkent zonder hints. Zoiets doet men trouwens in de stappenmethode ook. Bij elke stap hoort een oefenboek met mix opgaven.
Er is een niet te onderschatten bezwaar…
Het is een bezwaar waar ik nooit iemand over, hoor. Dat is…?
Verkeerde conditionering!
Ze zeggen wel eens:
“Je bent wat je veelvuldig doet!”
Met andere woorden: als je iets maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf een gewoonte. Welke gewoonte kweken we bij onszelf aan als we tactische puzzels oplossen?
Vooral kijken naar onze eigen mogelijkheden!
Helaas overkomt het me ook dat ik te weinig vragen stel nadat mijn tegenstander een zet heeft gedaan. Eigen zetjes bedenken is toch vaak een van de eerste dingen waar mijn hoofd mee bezig is. Je ziet dat ook tijdens trainingen en tijdens commentaar bij schaaktoernooien. De trainer/commentator tovert een zet op het demonstratiebord en vervolgens zijn er mensen die direct allerlei zetten beginnen te roepen. Mijn hoofd werkt vaak op dezelfde manier. Niet zelden zijn het onbenullige blunders. Natuurlijk zitten er ook geweldige opmerkingen tussen. Maar de wilde slagen in de lucht zijn talrijk.
Kortom: een verkeerde conditionering ligt op de loer. Je bent wat je veelvuldig doet.
Killer Chess Training drukte me op de (nare) feiten
Sinds ongeveer anderhalf jaar ben ik lid van ‘Killer Chess Training’. Daarover een andere keer meer. Wat je daar onder andere leert zijn belangrijke aspecten bij het beoordelen van stellingen. Het zijn de beroemde drie vragen*:
- Waar zitten de zwakke plekken in de stellingen?
- Wat is het slechtste stuk?
- Wat is mijn tegenstander van plan?
Even voor de volledigheid: deze vragen zijn vooral nuttig in stellingen waarin het niet meteen duidelijk is wat de beste voortzetting is. Maar ze kunnen ook prima helpen bij stellingen waarin tactiek een rol speelt. Belangrijk is, dat je eerst de stelling onderzoekt en beoordeelt.
We kunnen discussiëren over de volgorde waarin je deze vragen stelt. Kijk je naar een opgave, dan ligt deze volgorde voor de hand. Maar in een partij begin je natuurlijk met de derde vraag en heb je vaak het antwoord op de eerste vraag al bij de hand, tenzij er iets in de stelling is veranderd.
Te veel vragen stellen werkt uiteraard niet. Ik ben dus ook geen voorstander van eindeloze checklijstjes. Die gaan als eerste over boord in het heetst van de strijd. Ook voor deze vragen geldt dat het nut per stelling varieert. In de ene stelling kunnen ze veel belangrijker zijn dan in de andere. Maar ze geven een prima denkrichting aan. Ze zetten ook aan tot eventjes nadenken over wat zich voor onze neus afspeelt.
Wat is je tegenstander van plan?
Het is de vraag die we altijd zouden moeten beantwoorden nadat onze tegenstander een zet heeft gedaan. Zelfs de meest onbenullige zet kan toch een dreiging inhouden. Vraag jezelf af:
- Wat is er veranderd in de stelling?
- Dreigt er iets? Stel dat ik niets doe, wat doet mijn tegenstander dan?
- Deugt die zet eigenlijk wel? Heeft deze zet ook nadelen voor mijn tegenstander?
- Welk stuk of veld was voorheen wel gedekt en nu niet meer?
Dat soort vragen! Daarom zou het ook fijn zijn dat wanneer je tactische puzzels oplost, je de vorige zet van je tegenstander kunt zien, zoals bijvoorbeeld bij lichess.org of chesstempo.com. Sta er dan even bij stil!
Nog een waarschuwing: oefeningen zoals ‘puzzle rush’ zijn vermakelijk, maar ze leren je verkeerd gedrag aan. Het gaat er niet om dat je razendsnel puzzels oplost, maar dat je ze correct oplost. Niet alleen de juiste zetten vinden, maar ook de reactie(s) van je tegenstander en mogelijke verdedigingen.
Eindelijk: de stelling
Zullen we de stelling eens doornemen op basis van de drie vragen?
Ik heb bewust de tekst onder de stelling aangepast. Dat is namelijk de eerste vraag die we onszelf moeten stellen. Zwart speelde in de partij Bukavshin (2618) tegen Inarkiev (2706) Moskou 2015:
17. … Dd8-d5?
Het eerste wat je natuurlijk ziet, is de dreiging 18. … Dxg2 mat. Het is zelfs een dubbelaanval: ook pion a2 hangt. Maar dat is uiteraard niet alles. De zwarte koningsstelling is gehavend. De loper op g7 stelt niet zoveel voor. Het witte paard op g5 oogt dreigend. De pion op h5 is ongedekt en in het verlengde daarvan kan h7 ook een aanvalsobject worden. Er is nog iets: voorlopig heeft wit als enige de c-lijn in bezit en het invalsveld c7 is onverdedigd. Het paard op a5 doet ook niet zoveel. Maar dat kun je ook zeggen van de loper op e3. Die staat daar pion d4 te dekken. Overigens kan wit die loper ook activeren met Ld2-b4 als dat zo uitkomt.
Eerst: de matdreiging!
Maar wit moet toch vooral wat aan de matdreiging doen. Dat kan op diverse manieren, bijvoorbeeld met:
- f3
- Df3
- Pf3
Op zich verdedigen deze zetten wit tegen de matdreiging en wit heeft ook dan de betere kansen. Deze zetten hebben echter als nadeel dat ze ook een tikkeltje passief zijn. Vooral het paard terugtrekken is iets wat je liever niet doet. Er is nog een andere zet die de dreiging verdedigt en als voordeel heeft dat wit iets terug doet.
18. Le4!
Wat mij betreft met een vet uitroepteken! Wit geeft zijn loper er aan om te verdedigen en tegelijkertijd zelf de tegenaanval te openen. Zwart nam het cadeautje niet aan. Dat was zeer verstandig. Maar ook na:
18. … Dd7 stond hij verloren.
Je vindt hieronder een complete(re) analyse. Het is natuurlijk vooral interessant om te kijken wat er zou gebeuren als zwart wel op e4 neemt. Dan volgt uiteraard Dxh5 en blijkt dat zwart uiterst kwetsbaar is. Je kunt de rest van de partij in de viewer of je webbrowser naspelen.
Voor de volledigheid vind je hier de hele partij (met aantekeningen van ChessBase) …
Huiswerk
Ik haalde ‘killer chess training’ al even aan. Een van de belangrijke aspecten (er is veel meer dan dat) van deze training is het huiswerk. Dat heb je in twee vormen:
- De vriendelijke versie (die vaak trouwens helemaal niet zo vriendelijk is, zelfs IM’s en GM’s maken daarbij fouten).
- De killer versie (echt heel moeilijk).
Als je het huiswerk instuurt, kijken ze het na en voorziet men het van aantekeningen. Bovendien worden alle stellingen in wekelijkse online webinars besproken.
De vriendelijke versie bestaat uit 6 relatief makkelijke tactische opgaven. Daarna volgt een blad met 6 opgaven waarbij calculeren centraal staat. Bovenstaande stelling kwam van zo’n calculatieblad. Het laatste blad bevat 6 mix opgaven. Voor alle opgaven geldt dat je geen hints krijgt. Dat lijkt me een bijzonder belangrijk aspect.
Bij alle opgaven moet je zelf dus eerst kijken wat er aan de hand is. Je moet dus helemaal zelf aan de slag, zoals in een echte partij. Vooral bij de mix opgaven is het van groot belang dat je de drie vragen stelt. Dat kun je prima trainen. Want als je dat soort vragen regelmatig stelt bij het oplossen van opgaven, dan is de kans groot dat je het in een partij ook gaat doen. Maar het is essentieel dat je het in een trainingssituatie consequent toepast. Dus ook bij het naspelen van partijen.
Creëer een goede gewoonte! Dus eerst vragen stellen en daarna pas zetten bedenken (of naspelen).
De moraal van dit verhaal is…
Uiteraard zijn tactische opgaven uitermate nuttig. Maar te veel (of uitsluitend) is letterlijk een beetje te veel van het goede. Los ook puzzels op waarbij je van te voren niet weet wat er in een stelling speelt. Maak jezelf eigen om vragen te stellen en even rustig de tijd te nemen voor een stelling. Omdat het zo leuk is, heb ik hieronder nog een mix opgave voor je.
De drie vragen
Zullen we die vragen er even bij halen?
1. Waar zitten de zwakke plekken?
Je zou beter kunnen vragen: waar niet? De witte koningsstelling is verzwakt. Maar ook de zwarte koning is niet veilig. Met name de zwarte velden rond de koning hebben geen verdediger. Dan heb je nog een losse pion op c6 (niet echt van belang).
2. Wat is het slechtste stuk?
Dat is ongetwijfeld de loper op a5. Die staat daar uit zijn neus te peuteren. De overige stukken hebben een functie.
3. Wat is mijn tegenstander van plan?
Als wit niks doet, dan speelt zwart zijn troef uit: 1. … d3! Wit trekt aan het kortste eind. De volgende vraag is natuurlijk:
Welke kandidaatzetten heeft wit?
De kandidaten voor mij waren:
- fxg3
- Ld8
Stockfish was het helemaal met mee eens. Overigens geeft het elektronische monster nog zetten zoals:
- g5
- De8+
- Dd2
Maar die zetten hebben met elkaar gemeen dat ze wit niks substantieels opleveren. Het antwoord ligt dus opgesloten in de drie vragen: de loper activeren maakt alle verschil van de wereld! Hieronder vind je een completere analyse (of kun je het naspelen in de browser).
Je kunt dus binnenkort meer mix opgaven verwachten!
*Je vindt die vragen ook in het boek van Jacob Aagaard: “Positional Play” (serie grandmaster preparation). Het boek bevat een groot aantal opgaven en is dus prima oefenmateriaal.
Meer over Ivan Bukavshin
Henk Smout gaf nog een nuttige aanvulling. Ivan Bukavshin was een talentvolle schaker die helaas al vroeg is overleden. Hij overleed in januari 2016 op 20-jarige leeftijd, volgens het eerste bericht door een beroerte, dat bleek later een tot op heden onopgehelderde vergiftiging te zijn.
New In Chess heeft een boek over hem uitgegeven. Hier vind je een excerpt en hier kun je het boek bestellen.


In newinchess.com/media/wysiwyg/product_pdf/8242.pdf wordt 16.Pg5 De7 17.d5! nog sterker geacht dan het door Boekavsjin gespeelde 16.e5.
Ivan Alexandrovitsj Boekavsjin is in januari 2016 op 20-jarige leeftijd overleden, volgens het eerste bericht door een beroerte, dat bleek later een tot op heden onopgehelderde vergiftiging te zijn.
Het uitroepteken van Aleksejev zal wel terecht zijn, maar 17.Pxh7 is ook niet mis!
Je doelt op de analyse van de hele partij? Ik heb enkele varianten toegevoegd. 16. Pg5 gevolgd door 17. Pxh7 is inderdaad sterker.