Pionneneindspelen: een kwestie van scherp rekenen

Pionneneindspelen lijken op het eerste gezicht eenvoudig. Maar het is vaak schijn die bedriegt. Je moet bijzonder nauwkeurig rekenen, want voordat je het weet verspeel je op een bepaald moment een tempo en is het plotseling helemaal mis. Zie de stelling hierboven.

Ook hier lijkt het allemaal super makkelijk. Wit speelt simpel 1. Kc5 en dat zal toch wel snel winnen? Dat is inderdaad het geval na 1. … Kd7. Maar hoe hoe gaat het verder na 1. … Ke5?

Ook dat lijkt tamelijk eenvoudig. Wit gaat door op de ingeslagen weg en neemt de pion c6 van het bord. 2. Kxc6 gevolgd door 2. … Ke4 3. b5 axb5 4. a5! en de witte a-pion is nog slechts drie stappen verwijderd van promotie. En dan…? Dan gaat het ‘makkelijke’ er een beetje van af. Want wat gebeurt er aan de andere kant van het bord?

Zwart speelt niet het te verwachten 4. … Kxe3? Maar 4. … d4! Het maakt nogal wat verschil. Op e3 staat de zwarte koning op een bijzonder ongelukkige plek. Als de zwarte pion straks promoveert op het veld g1, dan zit er plotseling een heel vervelend schaakje op a7 in (na promotie van de witte b-pion).

Wit moet wel reageren op 4. … d4. Hij kan het niet toelaten dat zwart de pion op c3 neemt en vervolgens met een schaak promoveert. Enfin het is zo langzamerhand wel duidelijk dat dit pionneneindspel toch lastiger is dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Je vindt hieronder de complete analyse van de stelling.

Tenslotte: ook in de slotstelling zal het nog wel enig gedoe zijn alvorens wit de zege kan claimen. Maar bij nauwkeurig spel moet dat wel lukken.

Geef een reactie