Vuurspuwende draak

Diagram 1

De stelling hiernaast roept goede en ook wel pijnlijke herinneringen bij me op. Ik weet niet eens precies wanneer ik ben begonnen met schaken. Het was geloof ik net voor de hele hype die ontstond rond de match van de eeuw tussen Boris Spassky en Robert James Fischer.

Het begon met partijtjes tegen mijn vader en enkele vrienden. Aanvankelijk won mijn vader nog wel van me. Maar dat was snel verleden tijd.

Een van mijn favoriete openingen was de Drakenvariant van het Siciliaans. Het heeft eventjes geduurd voordat ik er goede resultaten mee behaalde. In de beginperiode ben ik een aantal keren zeer hardhandig van het bord getimmerd. Het valt ook niet mee om je te wapenen tegen het geweld dat witspelers ontketenen met de pionnenstorm op de koningsvleugel.

Lees meer »

Anti Siciliaans: de Alapin

Sinds enige tijd ben ik actief op chess.com. Ik kwam bij toeval op deze site terecht omdat iemand me uitnodigde een partij met hem te spelen. Zo’n verzoek weiger je natuurlijk niet. Bovendien leek het me een mooie kans, na jaren zonder Caïssa, om mijn openingsrepertoire weer een beetje op te frissen. Ik hoopte vooral veel lekker scherpe partijen met de Najdorfvariant te kunnen spelen. Helaas kwam ik in dat opzicht bedrogen uit.

Kennelijk zijn er nogal wat spelers die de ingewikkelde hoofdvarianten van het Siciliaans liever uit de weg gaan. Jammer, want er zit zoveel in! Je kunt de Najdorf bijvoorbeeld heel scherp en tactisch spelen, maar ook positioneel. Dat is het mooie van de Najdorf. Helaas gaan de dingen niet altijd zoals je wenst. In plaats daarvan kreeg ik de Alapin voorgeschoteld.

http://www.chess.com/emboard?id=1433554

Het grote voordeel van de Alapin is dat je relatief weinig theorie hoeft te bestuderen. Wit kan zich gemakkelijk ontwikkelen en bouwt een solide stelling op. Maar daarmee heb je dan ook wel een beetje alle voordelen gehad. Alhoewel: ik kan er nog eentje bedenken. Ik hoorde een grootmeester onlangs verklaren in een commentaar op playchess.com: Lees meer »

De perfecte openingsvoorbereiding?!

Ostermeyer_SosonkoZeg eens eerlijk: hoe vaak heb jij direct profijt gehad van je openingsvoorbereiding? Als je bent zoals ik, dan is het antwoord waarschijnlijk: minder vaak dan je zou willen. Op grootmeesterniveau is het gemakkelijk om er achter te komen wat je tegenstander speelt. Aan de top weten de dames en heren vaak van te voren tegen wie ze moeten spelen. Maar op clubniveau ligt dat wat anders.

In open toernooien is je tegenstander veelal onbekend tot vlak voor de partij begint. Als je het wel weet, zoals bij tienkampen, dan heb je er in de regel nog weinig aan omdat je de speler in kwestie niet kent. Ook op de club weet je soms pas op de speelavond wie je tegenstander is. Tenminste zo ging het bij de schaakclub Utrecht. Wij speelden er volgens het Keizersysteem. Het was telkens weer een verrassing tegen wie je het moest opnemen.

Het is bij mij slechts één keer in mijn schaakleven voorgekomen dat ik mijn gezwoeg direct kon uitbuiten. Ik speelde een tienkamp bij het toenmalige IBM-toernooi. De dag ervoor was de ‘losbladige’ (ik meen dat het toen ‘Schararchiv’ heette) op de deurmat geplofd. Voor de jongeren onder ons: het was nog in het computerloze tijdperk. De losbladige was een periodiek met de laatste openingsnieuwtjes.

In die tijd áapte ik zo’n beetje het hele openingsrepertoire van Genna Sosonko na. Genna speelde de drakenvariant van het Siciliaans. Dus ik ook. Zelf had ik er een haat-liefde-verhouding mee opgebouwd. Ik werd aanvankelijk enkele malen zeer hardhandig van het bord getimmerd. Maar geleidelijk aan ging het steeds beter. Ik herinner me zelfs dat ik een onafgebroken reeks van circa 20 partijen opbouwde waarin ik niet verloor met dit systeem. Toegegeven: dat was soms meer geluk dan wijsheid, maar toch. Het is een bewijs dat specialisatie zin heeft.

Terug naar de losbladige. Groot nieuws: Sosonko had in een bekende variant een nieuwtje gevonden en dwong daarmee Peter Ostermeyer binnen 23 zetten tot overgave. Ik bekeek deze varianten op de ochtend voordat ik zelf moest spelen. Daarna was het op naar de toernooizaal. Ik had zwart.Lees meer »