Weer een prachtig pionneneindspel

Sinds ik begonnen ben met het bestuderen van pionneneindspelen, val ik van de ene verbazing in de andere. Het lijkt allemaal zo eenvoudig. Maar in werkelijkheid zijn dit soort eindspelen bijzonder lastig. Jesus de la Villa zegt hierover in zijn boek ‘100 Endgames You Must Know’ (ik parafraseer) dat je moet oppassen om af te wikkelen naar pionneneindspelen omdat die vaak bijzonder lastig te berekenen zijn. Zit je er naast? Dan kan het zo maar zijn dat je een half, of zelfs een heel punt moet inleveren. Hier heb je alvast een simpel voorbeeld

Lees meer »

Recensie: Universal Chess Training

Universal Chess Training door Wojciech Moranda (Thinkers Publishing)

Dit boek is niet het zoveelste boek met standaardopgaven. Het gaat evenmin om wit of zwart speelt en wint. Het zijn stellingen uit recente partijen die je in een partij kan tegenkomen.

Je krijgt geen hints of tips die eigenlijk de oplossing al verklappen. Je moet het gewoon lekker zelf uitzoeken. Prima boek!


Wellicht vraagt je jezelf zich af “Wie is Wojciech Moranda?” Zelf kende ik hem ook nog niet. Hij is een Poolse grootmeester met een rating van 2618. Een meer dan behoorlijke schaker, die zich op relatief jonge leeftijd ook is gaan bezighouden met het trainen van anderen, bijvoorbeeld voor de Poolse Nationale Jeugd Academie.

In de inleiding van het boek vertelt Wojciech hoe hij aanvankelijk elk boek verslond waarop hij de hand kon leggen. Het is een weg die velen, waaronder ik zelf, zijn gegaan. Informatie opzuigen over ideeën, manoeuvres en zetten. En dan maar hopen dat het ooit tot iets zal leiden.

Pas toen hij zelf anderen les begon te geven, ontdekte hij dat dit niet de manier was om schaken te leren. Het bracht hem tot het inzicht dat goed leren schaken niet alleen draait om wat er op het bord gebeurt, zoals plannen en ideeën in diverse stadia van een schaakpartij, maar om denkprocessen en besluitvorming. Hij ontwikkelde een eigen trainingssysteem. Op basis van de ontwikkeling van een student is binnen dat systeem duidelijk wat de betreffende student aan training moet verwerken. Tegenwoordig gaat hij in zijn eigen schaakschool uit van de volgende drie fasen:

Lees meer »

Gênante analyse

Carsten Hansen publiceert dagelijks schaakpuzzels in zijn Facebookgroep ‘Winning Quickly at Chess Community’ en op Twitter. De puzzels zijn er in twee categorieën: de eerste noemt hij Chess Tactics for Improvers en de tweede Daily Chess Training. Die laatsten zijn van een zwaarder kaliber dan de eerste (improvers).

Ik doe graag een poging om ze op te lossen. Helaas gaat dat met die tweede lastige categorie niet altijd goed. Recent had ik weer eens last van een hardnekkige kwaal die met enige regelmaat de kop op steekt. Maar voordat ik daar iets over zeg, stel ik voor dat je zelf eerst een poging doet om de schaakpuzzel op te lossen.

Lees meer »

Een geniepig pionneneindspel

Had je al eens gehoord dat pionneneindspelen niet zo eenvoudig zijn als ze vaak lijken? Vast wel. Neem deze studie van Joseph Moravec (uit 1925). Wat is je eerste gedachte als je deze stelling ziet?

Vermoedelijk denk je: het ziet er goed uit voor zwart. Toch? Inderdaad wit moet knokken voor remise. Maar zit dat er ook in?

Lees meer »

Fraaie studie van Prokesh

Studie Prokesh

Enige tijd geleden ontdekte ik een nieuwe site ChessEndGames.net. Daar vind de liefhebber van de laatste fase van het schaakspel heel wat moois. Neem onderstaande stelling. Het lijkt op het eerste gezicht makkelijk om een winstplan te bedenken voor wit.

Nou ja? Winstplan? Zo kun je het toch nauwelijks noemen. De zwarte koning staat zijn eigen pion in de weg en dus gaat wit als een razende met zijn pion op de loop. Helaas blijkt dat een beetje tegen te vallen.

Lees meer »

De macht van het loperpaar

Svidler-Kasparov

Merijn van Delft behandelt op zijn nieuwe dvd: Practical Chess Strategy: the Bishop allerlei strategische motieven met de loper. Het is een boeiende dvd waarin Merijn de kijker regelmatig aan het werk zet met vragen over de stellingen. Die trainingsvragen zijn het handelsmerk van Merijn. Hij pakt het op soortgelijke wijze aan in zijn wekelijkse rubriek voor ChessBase.

Zoals je gezien de titel zou mogen verwachten staat in deze dvd de loper centraal. Merijn behandelt daar als eerste het loperpaar. Eerst neemt hij twee knappe partijen van hem zelf onder de loep. Daarna is het de beurt van Garry Kasparov.

Zelf ben ik een fan van Kasparov’s spel. Vooral vanwege zijn geweldige dynamische speelstijl. In zijn partij tegen Svidler (Linares 1998) demonstreert Garry de kracht van het loperpaar. Aanvankelijk lijkt het daar nog niet op. Maar na de 18e zet van zwart, waarin Garry zijn loperpaar veilig stelt, gaat het steeds beter met de zwarte kansen! (verder lezen)

Lees meer »

Pionneneindspelen: een kwestie van scherp rekenen

Pionneneindspelen lijken op het eerste gezicht eenvoudig. Maar het is vaak schijn die bedriegt. Je moet bijzonder nauwkeurig rekenen, want voordat je het weet verspeel je op een bepaald moment een tempo en is het plotseling helemaal mis. Zie de stelling hierboven.

Ook hier lijkt het allemaal super makkelijk. Wit speelt simpel 1. Kc5 en dat zal toch wel snel winnen? Dat is inderdaad het geval na 1. … Kd7. Maar hoe hoe gaat het verder na 1. … Ke5?

Lees meer »

Een kwestie van zorgvuldig rekenen

In de diagramstelling is wit aan zet. Zwart heeft zojuist d5-d4 gespeeld en valt de witte toren aan. Wat is nu de beste voorzetting voor wit? (verder lezen)

Lees meer »

Schaakpuzzel 49: geniepig pionneneindspel

Pionneneindspellen lijken bedrieglijk eenvoudig, maar zijn vaak helemaal niet zo gemakkelijk. Je moet bijvoorbeeld bij een afwikkeling naar een pionneneindspel dondersgoed opletten. Een fout is zo gemaakt en daardoor zijn al heel wat hele en halve punten verloren gegaan.

Neem deze studie van A. Mandler uit 1938. Het lijkt super eenvoudig. Maar zo simpel is het helemaal niet. Wat is de beste zet voor wit? (oplossing)

Lees meer »