Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)

In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.

Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)

Lees meer »

Rampen in de opening

Al vroeg in een schaakpartij kan er veel misgaan. Op laag niveau zijn allerlei ongelukken in de opening de gewoonste zaak van de wereld. Maar ook sterke spelers maken schieten soms bokken van formaat.

Wat zijn de meest voorkomende fouten in de opening?

  • Je stukken niet of verkeerd ontwikkelen
  • De koning in het centrum laten staan
  • Gebrekkige openingskennis
  • De essentie van de stelling niet begrijpen

In het eerste voorbeeld speelt wit kennelijk op de automatische piloot. Dat gaan wij veel vaker zien. Stukken ongedekt laten staan is een prima inleiding op onvoorziene brokken (verder lezen…)

Lees meer »

Valstrikken in de opening (1)

Nu het gewone schaakleven helemaal stil ligt, verplaatsen de activiteiten zich naar de virtuele wereld. Sinds kort geef ik online schaakles aan een groepje enthousiaste en talentvolle jeugdschakers. Afgelopen week was het onderwerp: rampen in de opening.

Gelukkig zijn er prima databases beschikbaar en is het makkelijk om te zoeken op korte partijen. Want je kunt op je klompen aanvoelen dat er dan in de opening iets vreselijk is misgegaan. Je kunt onderscheid maken naar twee categorieën:

  1. Een speler maakt een blunder zonder dat deze is uitgelokt door zijn of haar tegenstander.
  2. Een speler gaat in de fout omdat zijn tegenstander hem of haar daartoe heeft verleid.

In deze blog concentreer ik me op de tweede categorie. En daar is heel wat te beleven! Verder lezen…

Lees meer »

Eindspel: doorbraak

Diagram 1

Voor de opleiding schaaktrainer 3 verwacht men van de schaaktrainer een zeker niveau. Aangezien ik daaraan onlangs ben begonnen moest ik dus een test afleggen om te bewijzen dat ik over het vereiste niveau beschikte.

Bij wijze van proef ontvangen de deelnemers aan de opleiding een test zodat ze zelf kunnen beoordelen wat hun sterke en zwakke punten zijn.

De test bestaat uit 24 opgaven die men binnen 40 minuten moet oplossen. De meeste opgaven leverden weinig problemen op. Maar er zaten toch wel enkele lastige opgaven bij. De bovenstaande opgave valt wat mij betreft niet in die categorie. Er stond trouwens ook nog ‘doorbraak’ onder. Dus dat was kat in het bakkie! Zonder goed te kijken bedacht ik dat 1. – b4 wel winnend zou zijn. Immers indien wit reageert met 2. axb4 dan wint 2. – c3. En op naar de volgende opgave.

Oeps! Dat bleek toch iets te snel en vooral veel te nonchalant. Het overkomt me helaas ook in gewone partijen. Eind van het liedje was dat ik 5 van de 24 opgaven fout had. En dus zou ik zijn gezakt omdat 4 fouten de max zijn. Maar goed dat het een test betrof.

Wat mankeerde er aan mijn antwoord?

Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om te bedenken waarom 1. – b4 een misser is. Wit speelt simpel 2. dxc4 en er is helemaal geen doorbraak en is het zwart die aan het kortste eind trekt. Wat is dan wel correct?

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (slot)

A. Stripunsky (2570) J. Sammour-Hasburn (2463)

Soms is het helemaal niet nodig om stukken te offeren. Er zijn tal van situaties waarbij tegenstanders vrijwillig hun koningsstelling verzwakken.  Dan is het slechts een kwestie van nauwkeurig spelen en hengel je het punt gemakkelijk binnen. Nou ja, enige tactische vaardigheid is uiteraard nog steeds noodzakelijk. 

De Berlijnse verdediging van het Spaans heeft een uiterst solide reputatie. Het leidt vaak tot dodelijk saaie stellingen. Vladimir Kramnik won er zijn match om het wereldkampioenschap tegen Kasparov mee. Enkele jaren geleden werd deze opening tot vervelens toe gespeeld in toptoernooien. Tegenwoordig zie je hem (geloof ik) gelukkig minder vaak.*

Maar dit is een voorbeeld van ‘Berlijn gaat helemaal de mist in’. Zwart heeft met g7-g5 en later g4 zijn koningsstelling onherstelbaar beschadigd. Een voor de hand liggende zet is hier bijvoorbeeld 20. Dxg4+. Maar helemaal overtuigend is het niet. Wit heeft beter. Zie jij hoe hij zwart vrijwel direct tot opgeven dwingt? Je vindt hier de oplossing en de hele partij…

Saaie Berlijnse verdediging?

Misschien moet ik mijn woorden maar meteen weer inslikken. Dat er ook interessante partijen mogelijk zijn via de Berlijnse verdediging bewees wereldkampioen Magnus Carlsen in zijn partij tegen Alireza Firouzja (Tata Steel Chess 2020). Daarin zette Magnus het zestienjarige talent hardhandig van het bord. Zie de analyse van Yannick Pelletier op youtube…

Schaakpuzzel 1

Het is een goed idee om elke dag een paar schaakpuzzeltjes op te lossen. Daarmee scherp je jouw tactische vaardigheden verder aan. Er zijn natuurlijk talloze websites en apps. Denk aan ChessTempo, Chess.com en Chessbase om er maar een paar te noemen.

Chess Tactics Pro is een leuke app voor op je telefoon of tablet (iPhone en Android). De gratis versie geeft je elke dag zes nieuwe puzzels verdeeld over:

  • 2 eenvoudige puzzels
  • 2 gemiddelde puzzels
  • 2 moeilijke puzzels

Uiteraard kun je voor een luttel bedrag nog allerlei extra puzzels kopen. Voor de kosten hoef je het niet te laten.

Hieronder vind je een voorbeeld van een ‘moeilijke’ puzzel. Wit speelt en wint. Je vindt de oplossing door op het diagram te klikken.

Puzzel 1

Kijken, denken en dan pas zetten

Stelling 1

Wanneer kinderen leren schaken krijgen ze van hun trainers talloze adviezen. Een bekend advies is “ga op je handen zitten”. Het is zo’n advies wat wij op jonge leeftijd nonchalant in de wind slaan. En dus leren wij onszelf verkeerde gewoontes aan.

Met als gevolg “jong geleerd, oud gedaan”. Ook ervaren schakers doen soms zetten zonder goed te kijken en na te denken. Het is iets wat ons allemaal overkomt.

Het advies om op je handen te gaan zitten is goed bedoeld. Maar wel een beetje beperkt. Want je moet natuurlijk meer doen nadat je tegenstander heeft gezet. Denk aan:

  • Wat er is veranderd in de stelling?
  • Welke zetten kan mijn tegenstander doen die hij eerder niet kon spelen?
  • Dreigt er iets?
  • Wat is mijn tegenstander van plan?
  • Moet ik daar op reageren?
  • Of kan ik zelf iets ondernemen?
  • En dan pas: wat kan (moet) ik spelen?

Het devies is dus niet om op je handen te gaan zitten, maar om eerst goed te kijken, daarna na te denken en vervolgens pas te zetten. Wat kan er misgaan wanneer dit advies negeert?

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (5)

Botwinnik-Keres (Moskou 1952)

Via Facebook kwam ik een leuke partij tegen waarin de zwartspeler zijn loper op h2 offert. Deze partij was goed voor de schoonheidsprijs van de 2e KNSB-ronde. Naast een fraai stukoffer vind je ook nog enkele nuttige opmerkingen over de opening.  

Je zou denken dat de ruilvariant van het damegambiet wel helemaal uitgekauwd is. Maar dat valt gelukkig mee. Spelers als Botwinnik en later Kasparov hadden veel succes met de opzet waarin wit e4 doorzet. Een mooi voorbeeld is de partij tussen Botwinnik en Keres uit 1952. Hier en in talloze andere partijen gaat de zwarte loper naar e7.

Tegenwoordig is een wat andere opzet voor zwart in zwang gekomen. Zwart speelt de loper naar een actiever veld: d6. Vroeger was deze zet zeldzaam omdat er twee duidelijke nadelen zijn.

Ten eerste: wit heeft de bedoeling om de e-pion naar e4 en eventueel e5 door te schuiven. Als dat lukt kost het zwart een stuk vanwege het pionvorkje. Het tweede nadeel is de penning van het paard op f6. Luis Rodi behandelt de zwarte opzet uitgebreid in Yearbook 130 van New In Chess in het artikel ‘Why not 6…Bd6 in the Carslbad”. Ja, waarom ook niet? Verder lezen…

Lees meer »

Grootmeesters zijn ook maar mensen (2)

Kasparov – Karpov (Moskou, 1/10/1985)

Eigenlijk zou de titel van deze blog ook ‘Wereldkampioenen zijn ook maar mensen’ moeten zijn. De groten der schaakaarde gaan soms in de fout. Zelfs toppers als Karpov en Kasparov zagen wel eens een tactische wending over het hoofd. En ook Magnus Carlsen is niet immuun voor blunders. 

Maar misschien is het ook niet zo gek als je bedenkt dat de beide K’s elkaar tot het uiterste hebben bevochten. Timman zegt hierover in zijn boek ‘The longest game’:

“Over een periode van zes jaar speelden ze vijf wereldkampioenschapsmatches tegen elkaar. In het totaal zaten ze maar liefst vier volledige maanden tegenover elkaar, deden 5540 zetten in 144 partijen. Met enig recht kun je stellen dat dit veruit de langste partij was die ooit werd gespeeld.”

Meer dan 5.000 zetten? Dan zit er vast wel eens een wat ‘mindere zet’ tussen. Zie het diagram. Het is de elfde partij van hun tweede match uit 1985. Wit had enig initiatief in deze partij. Maar de stelling is nog steeds min of meer in evenwicht. Tenminste totdat Karpov met zwart 22. – Tc8-d8?? speelde.

Ik zou dit willen kwalificeren als een megablunder voor een speler van het formaat Karpov. Zelfs redelijk sterke clubspelers mogen zo’n fout niet maken. Want het thema is toch tamelijk basaal. (verder lezen)…Lees meer »