Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (3) – De Philidor positie

François-André Danican Philidor (1726 – 1795) was een Franse schaker, musicus en componist. Als schaker was hij veruit de sterkste van zijn tijd.

Je zou hem zelfs de eerste officieuze wereldkampioen kunnen noemen. Het schijnt dat hij zo’n beetje iedereen de baas was. Helaas zijn er geen partijen van hem bewaard gebleven. In die tijd deed men nog niet aan noteren.

Gelukkig is er nog wel iets van zijn werk overgebleven omdat hij een boek heeft geschreven. Van hem is de uitdrukking ‘pionnen zijn de ziel van een stelling’ afkomstig. Er is een opening naar hem genoemd en een belangrijke verdediging in het toreneindspel. In het diagram vind je de stelling waarom het draait. (verder lezen)Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten: Lucena positie (2)

Als je op de hoogte bent van een aantal stellingen met weinig materiaal en weet wat de juiste manoeuvres in die omstandigheden zijn, dan kun je al heel wat halve en soms hele puntjes extra verdienen.

Je kunt bijvoorbeeld van tevoren goed inschatten of het zinvol is om naar een bepaald eindspel af te wikkelen. Of juist te vermijden!

De stelling in het eerste diagram is zo’n bekende stelling met weinig materiaal. Wit speelt en wint. Over het algemeen schrijft men de oplossing toe aan de Spanjaard Lucena. Het is echter helemaal niet zeker dat hij de manoeuvre die je straks gaat zien ook heeft bedacht. Hij heeft er in ieder geval niets over geschreven in zijn boek dat al in 1497 werd gepubliceerd.

Een soortgelijke stelling werd voor het eerst genoemd in een boek geschreven door Salvio (1634). Hij schrijft de oplossing toe aan Scipione uit Genua. Enfin, laten wij het maar gewoon houden op de stelling van Lucena.

Lucena positie: de juiste manoeuvre

Hoe moet wit het aanpakken? Als de witte koning op d7 zou staan, dan was het een eitje om te winnen. Wit speelt dan gewoon 1. e7-e8D en zwart kan andere, en veel nuttigere, bezigheden gaan zoeken. (Verder lezen…)

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten (1)

Tijdens een schaaktraining bij ons op de club (sv Zukertort) gegeven door Eric Roosendaal werd ik me er pijnlijk van bewust dat mijn kennis van eindspelen flink te wensen overlaat. Ik was wel bekend met een aantal stellingen en manoeuvres, maar deze kennis was behoorlijk ver weggezakt. Deze training was een prima opfrisser.

Uiteraard heb ik ook het overvloedige materiaal wat ik bezit, maar nooit goed heb bestudeerd, geraadpleegd voordat ik me aan dit onderwerp durfde te wagen.

Een van de vele prima boeken in mijn bezit is ‘Dvoretsky’s Endgame Manual’ van de helaas te vroeg overleden schaaktrainer Mark Dvoretsky. Over toreneindspelen schreef Mark in zijn boek:

“Toreneindspelen zijn wellicht de belangrijkste en moeilijkste van alle eindspelen. Het meest belangrijke omdat ze in de praktijk veel vaker voorkomen dan andere eindspelen. Moeilijker omdat de student veel meer kennis moet opdoen vanwege de grote verscheidenheid aan mogelijkheden.”

Toreneindspelen kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Nederige types zoals ik, bakken er soms helemaal niets van. Maar ook sterkere spelers gaan regelmatig in de fout. Talloze halve en hele puntjes gaan onnodig naar de verkeerde partij. Het is dus hoog tijd om aandacht te besteden aan de meest voorkomende eindspelen. Wellicht vraag jij jezelf af:

“Waarom komen toreneindspelen vaker voor dan andere eindspelen?”

Een belangrijke reden is de positie van de torens in de beginstelling. Ze staan op  de hoeken van het bord en komen vaak pas laat in het spel. En dus is de kans dat ze na alle schermutselingen overblijven ook een stuk groter.

Toreneindspelen zijn boeiend en razend moeilijk!

Je hoort wel eens zeggen dat de meeste toreneindspelen in remise eindigen. En dus zijn ze niet boeiend? Denk nog eens na! Toreneindspelen zitten vol met allerlei schitterende wendingen. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling (zie hierboven). Wat zou jij hier doen met wit? (Verder lezen…)

Lees meer »

Een avontuur dat verkeerd afloopt

Is het verstandig om pionnetjes te snoepen in de opening? Er zijn talloze openingsvarianten waarin een van beide partijen verleidt wordt om een pionnetje te verschalken. Een hele bekende is natuurlijk de vergiftigde pion die zwart kan oppeuzelen in de Najdorf variant van het Siciliaans.

De beroemdste voorbeelden komen, denk ik, uit de match tussen Fischer en Spassky (1972). Daar kwam deze variant tweemaal op het bord. De eerste keer (7e matchpartij) ging het nog goed voor Fischer, maar de tweede keer (11e matchpartij) moest Fischer het onderspit delven.

Overigens is over deze variant het laatste woord nog steeds niet gezegd. Voorzover ik weet gaat het vele zetten diep en is de huidige stand van zaken dat bij goed spel van beide kanten de partij in remise eindigt. Ik bemoei me niet met dat soort geheugenspelletjes.

Zelf liep ik tijdens het analyseren van een partij tegen een hele andere vorm van een pion aan die de witspeler beter niet had aangepakt. Zie de stelling. Zwart speelt en wint. Oplossing.  

Jezelf op het verkeerde been zetten (2)

Als je denkt dat er een bepaalde uitkomst is, dan ga je er onwillekeurig naartoe redeneren en loop je het risico allerlei zaken uit het oog te verliezen. Het is een bekende fout die mensen overal maken. Uiteraard ben ik er ook niet immuun voor.

Kijk eens naar de volgende stelling. Zwart heeft zojuist 52. – Tf5 gespeeld en nu is wit aan de beurt.

Zwart staat er beroerd voor. Wit heeft twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel. Daardoor is vrijwel elk eindspel gemakkelijk gewonnen voor wit. Maar dat zie ik natuurlijk niet.

Want op ChessTempo win je partijen met fraaie manoeuvres en combinaties. Niet met banale zetten. Toch? Kortom, ik ging weer eens hopeloos de mist in. Dat zal jou nu niet meer overkomen (je weet wel een gewaarschuwd mens telt voor twee). Oplossing…

Gegevens chesstempo

  • Standaard Rating: 2087.2
  • Gemiddelde oplostijd: 08:36
  • Aantal pogingen: 979
    Succes percentage: 39.12% (all time low?)

 

Enige eindspelkennis kan goed van pas komen

Bij tactische opgaven denken wij meestal niet direct aan eindspelen. Dat is echter een vergissing. In eindspelen komen heel wat tactische wendingen voor. Maar dat is niet het onderwerp van deze blog.

Kennis van eindspelen kan soms prima van pas komen bijvoorbeeld als het gaat om te beoordelen of een afwikkeling naar een eindspel goed uitpakt. Zie de stelling in het diagram.

Zwart is aan zet. Je voelt aan je water dat er ‘iets’ in moet zitten. Nou ja, dat weet je uiteraard als je schaakpuzzels oplost. Die puzzels zijn er niet voor niets. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je dergelijke momenten ook in een gewone partij onderkent.Lees meer »

Gepriegel

Soms is het nog een heel gedoe voordat je iemand mat kunt zetten. Zie het diagram. Zwart is aan zet. Hij heeft de witte koning in een hoek gedreven. Maar dat betekent nog niet dat wit zomaar mat gaat. Soms is dat nog best een hele hoop gepriegel. 

Ik moet bekennen dat het me nog heel wat moeite kostte omdat ik aanvankelijk op het verkeerde paard wedde. Maar gelukkig zag ik mijn misser op tijd in en behoor toch nog tot de 50,09% die de puzzel correct heeft opgelost.

Mat zetten is de enige kans voor zwart. Want als het hem niet lukt de witte monarch een kopje kleiner te maken, verschijnt er aan de andere kant van het bord een nieuwe dame. En daarna valt het doek onverbiddelijk voor zwart. Hoe wast zwart dit varkentje? Oplossing…

Lees meer »