Doe de grote schaakquiz

Dit is een heel leuke quiz voor liefhebbers van schaakgeschiedenis. De quiz is gemaakt door Eric Roosendaal. Het gaat erom dat je de 100 beste of beroemdste schakers uit de geschiedenis herkent aan hun foto’s. De keuze van de 100 meest bekende schakers is natuurlijk enigszins willekeurig of een kwestie van smaak.


Er zijn tien niveaus met elk tien afbeeldingen. Wanneer je een niveau hebt voltooid, krijg je toegang tot het volgende niveau. Je slaagt voor een niveau zodra je alle spelers weet te identificeren. De niveaus worden steeds moeilijker, dus het kan wat moeite kosten om een ​​hoog niveau te bereiken.

Je moet de antwoorden typen, maar in veel gevallen staat de quiz een paar veelvoorkomende spellingvariaties toe. Ook zijn de antwoorden niet hoofdlettergevoelig. En je hebt onbeperkt nieuwe pogingen, dus je kunt fouten altijd corrigeren.

Namens Eric wens ik jullie heel veel plezier. Doe de quiz…

Graag even een zetje verder doorrekenen!

De oefenboeken van de stappenmethode bevatten heel wat materiaal. Maar tot mijn grote schande heb ik ze zelf nooit opgelost.

Het is toch wel een prima idee voor een schaaktrainer om dat zelf eens te doen. Daar ben ik een paar dagen geleden mee begonnen.


Om het mijzelf wat moeilijker te maken dook ik meteen in de mix-opgaven van stap 4.

De grap van die mix-opgaven is natuurlijk dat je geen hints hebt in de vorm van ‘dubbele aanval: jagen en richten’. Als dat er bij staat weet je waar je naar moet zoeken. Die oefeningen met bepaalde thema’s zijn overigens wel bijzonder nuttig voor het leren herkennen van patronen. Maar in een gewone schaakpartij krijg je geen hints zoals ‘penning kopstuk lokken’. Als je dergelijke oefeningen hebt gedaan zitten de patronen hopelijk in je hoofd en herken je ze wanneer ze op het bord verschijnen. Zie het volgende voorbeeld: (verder lezen…)

Lees meer »

Valstrikken in de opening (2): het Englund gambiet

Het Englundgambiet is het lelijke broertje van het Boedapestgambiet. Zwart speelt meteen 1. – e5 als antwoord op 1. d4. En niet zoals bij het Boedapestgambiet pas na 1. d4 Pf6 2. c4 e5. Het Englundgambiet is een tikkeltje dubieus.

Het Boedapestgambiet daarentegen 1. d4 Pf6 2. c4 e5 is een stuk lastiger voor wit. Maar ook het Englundgambiet is niet helemaal zonder gif. Wit moet nauwkeurig spelen om goed uit de opening te komen. Past hij niet op? Dan draait het uit op een vreselijke mislukking! (verder lezen…)

Lees meer »

Tactiek: de juiste zetten zoeken en vinden (2)

Stelling 1

Carsten Hansen plaatst vrijwel dagelijks nieuwe tactische opgaven in zijn facebookgroep ‘Winning quickly at chess’. De opgaven zijn over het algemeen van recente toernooien. Ze zijn pittig.

Gisteren schreef ik een lange blog over het vinden van kandidaatzetten. De aanleiding daarvoor was een les die ik de dag ervoor in een online training aan een stap 4/4+ groep had gegeven. De methode is simpel. Kijk eerst zonder te oordelen naar:

  1. Schaakzetten (en/of schaak en slaan)
  2. Slaan
  3. Dreigingen

Iemand vertelde mij de dag er na dat deze methode nogal bewerkelijk is en daarom niet aan te raden. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeuren. Dat je naar meerdere zetten zou moeten kijken is inderdaad een bezwaar. Maar het is tegelijkertijd ook het grote voordeel van deze methode. De kans dat je iets over het hoofd ziet (een van mijn hardnekkige schaakkwaaltjes) neemt daardoor zienderogen af.

Eigen advies in de wind slaan

Ik ging aan de slag met de stelling 1 en vergat prompt mijn eigen aanbeveling. Na een tijdje nadenken kwam ik met een ingenieuze variant. Tenminste zo lijkt het. Zullen wij even kijken: (verder lezen)

Lees meer »

Tactiek: de juiste zetten vinden en spelen

Heb je het wel eens meegemaakt? Je speelde een partij en kwam goed te staan. Zelfs zo goed dat je dacht ‘dit ga ik winnen’. Je beet jezelf stevig vast in de stelling, maar wat je ook deed, je vond niet de winnende voortzetting.

Het overkomt ons allemaal wel eens. Het valt me op dat wanneer ik bijvoorbeeld een schaakpuzzel probeer op te lossen, dat ik dan al snel een zet zie waarvan ik denk ‘dat is hem’! Maar wat nou als ‘het hem niet is’? Dan loop je het risico eindeloos in herhaling te vallen en uiteindelijk zie je dan hopelijk wel een keer het licht, of ook niet.

Dat is bij een puzzeltje niet zo erg. Maar in een schaakpartij is het natuurlijk bijzonder vervelend. Onlangs vond ik bij twee Duitse schaakmeesters: Georgios Soleidis alias The Big Greek en Elisabeth Paehtz een methode die praktische voordelen heeft en die je makkelijk in praktijk kunt brengen.

Even tussendoor: beide schaakmeesters hebben een kanaal op Youtube met heel veel materiaal. Soleidis in het Duits en Paehtz in het Engels.

Als je het gevoel hebt dat er een combinatie mogelijk is dan loop je simpel alle zetten die mogelijk zijn na. Je gaat op zoek naar ‘kandidaatzetten’. Daarbij is het belangrijk dat je onbevangen naar een stelling kijkt en niet meteen met een oordeel komt. Eerst de mogelijke zetten inventariseren en dan pas kijken wat de beste zetten zijn. (verder lezen)

Lees meer »

Wat elke schaker van toreneindspelen moet weten – de methode van Karstedt (5)

In aflevering 3 van deze serie hebben wij de Philidorpositie besproken. Daarin snijdt de verdediging de vijandige koning de pas af. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar waarin dat een gepasseerd station is.

Kan de verdedigende partij dan alsnog remise maken? Zoals gebruikelijk is het antwoord: dat hangt er vanaf. Maar er zijn zeker stellingen denkbaar waarin de verdediger remise kan afdwingen. (verder lezen…)

Lees meer »

Rampen in de opening

Al vroeg in een schaakpartij kan er veel misgaan. Op laag niveau zijn allerlei ongelukken in de opening de gewoonste zaak van de wereld. Maar ook sterke spelers maken schieten soms bokken van formaat.

Wat zijn de meest voorkomende fouten in de opening?

  • Je stukken niet of verkeerd ontwikkelen
  • De koning in het centrum laten staan
  • Gebrekkige openingskennis
  • De essentie van de stelling niet begrijpen

In het eerste voorbeeld speelt wit kennelijk op de automatische piloot. Dat gaan wij veel vaker zien. Stukken ongedekt laten staan is een prima inleiding op onvoorziene brokken (verder lezen…)

Lees meer »

Valstrikken in de opening (1)

Nu het gewone schaakleven helemaal stil ligt, verplaatsen de activiteiten zich naar de virtuele wereld. Sinds kort geef ik online schaakles aan een groepje enthousiaste en talentvolle jeugdschakers. Afgelopen week was het onderwerp: rampen in de opening.

Gelukkig zijn er prima databases beschikbaar en is het makkelijk om te zoeken op korte partijen. Want je kunt op je klompen aanvoelen dat er dan in de opening iets vreselijk is misgegaan. Je kunt onderscheid maken naar twee categorieën:

  1. Een speler maakt een blunder zonder dat deze is uitgelokt door zijn of haar tegenstander.
  2. Een speler gaat in de fout omdat zijn tegenstander hem of haar daartoe heeft verleid.

In deze blog concentreer ik me op de tweede categorie. En daar is heel wat te beleven! Verder lezen…

Lees meer »

Eindspel: doorbraak

Diagram 1

Voor de opleiding schaaktrainer 3 verwacht men van de schaaktrainer een zeker niveau. Aangezien ik daaraan onlangs ben begonnen moest ik dus een test afleggen om te bewijzen dat ik over het vereiste niveau beschikte.

Bij wijze van proef ontvangen de deelnemers aan de opleiding een test zodat ze zelf kunnen beoordelen wat hun sterke en zwakke punten zijn.

De test bestaat uit 24 opgaven die men binnen 40 minuten moet oplossen. De meeste opgaven leverden weinig problemen op. Maar er zaten toch wel enkele lastige opgaven bij. De bovenstaande opgave valt wat mij betreft niet in die categorie. Er stond trouwens ook nog ‘doorbraak’ onder. Dus dat was kat in het bakkie! Zonder goed te kijken bedacht ik dat 1. – b4 wel winnend zou zijn. Immers indien wit reageert met 2. axb4 dan wint 2. – c3. En op naar de volgende opgave.

Oeps! Dat bleek toch iets te snel en vooral veel te nonchalant. Het overkomt me helaas ook in gewone partijen. Eind van het liedje was dat ik 5 van de 24 opgaven fout had. En dus zou ik zijn gezakt omdat 4 fouten de max zijn. Maar goed dat het een test betrof.

Wat mankeerde er aan mijn antwoord?

Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om te bedenken waarom 1. – b4 een misser is. Wit speelt simpel 2. dxc4 en er is helemaal geen doorbraak en is het zwart die aan het kortste eind trekt. Wat is dan wel correct?

Lees meer »