Deze puzzel zou 300 ratingpunten onder mijn standaardniveau (bij puzzels op Lichess) moeten zitten. Dus had ik hem snel moeten oplossen. Helaas was dit niet het geval. Ik keek, zocht, zocht nog meer en deed uiteindelijk een voor de hand liggende zet. Die was fout! Er volgden nog meer fouten. Ik was als een kip zonder kop bezig. Wat ging er mis?
Snelle blik
Daarvoor is het leuk om eerst even bijna een jaar terug in de tijd te gaan. Ik gaf een presentatie aan een groep schakers en probeerde ze uit te leggen hoe je met een ‘snelle blik’ (quick sight) vaak al heel veel te weten komt over een stelling. Ik vond het idee van een snelle blik in het uitermate lezenswaardige en nuttige boekje “How to choose a chess move” van Andrew Soltis. Voorafgaande aan deze presentatie had ik flink geoefend. Hoe werkt die snelle blik? Ik citeer Soltis:
“Het proces van het kiezen van een zet begint met een snelle blik op het bord. Maar het is een speciale manier van kijken. Het kost een beginnende schaker weken, zo niet maanden, om te leren hoe hij of zij goed moet kijken.
Het is een vaardigheid die ‘snel zien’ wordt genoemd. Het bestaat uit het herkennen van de krachtigste potentiële zetten. Meestal zijn dat schaakzetten, slaan en dreigen.”
Na mijn korte presentatie gingen we oefenen met een aantal puzzels. Het ging prima totdat er een bijzonder lastige puzzel op het bord verscheen. Zelfs de sterkste schakers uit het groepje kwamen er niet uit. Thuis had het me ook de nodige moeite gekost, maar met de verse kennis die ik had opgedaan uit het boekje en het consequent toepassen van de snelle blik, was het me redelijk vlot gelukt om de puzzel op te lossen.
Omdat het bij de groep niet lukte, gaf ik een hint:
“Je moet naar schaakzetten kijken!”
Er werden talloze zetten geroepen, maar vaak waren het geen schaakzetten, ondanks dat ik steeds nadrukkelijker zei:
“Kijk naar schaakzetten!”
Uiteindelijk kwamen we er samen uit. Het bleek inderdaad een bijzonder onwaarschijnlijk schaakje, maar niettemin, als ze de methode consequent hadden toegepast (alle mogelijke schaakzetten bekijken, hoe dom ze op het eerste gezicht ook lijken) dan was het eigenlijk niet zo moeilijk. Uiteraard kun je vaak allerlei schaak- en slagzetten vrijwel direct afwijzen. Maar het is uitermate nuttig om te weten waar de confrontaties in een stelling zitten. En in dit geval, zoals zo vaak: oog hebben voor wat er op andere plaatsen op het bord gebeurt. De opgave komt aan het slot van dit artikel. Maar zullen we eerst verdergaan met mijn geklungel?
Consequent toepassen
Ik ben nu bijna een jaar verder en tot mijn grote schande, pas ik het idee zelf kennelijk ook niet (of is het nog steeds niet?) consequent toe. Helaas niet in deze stelling. Soltis geeft het advies om regelmatig willekeurige stellingen op te zoeken en dan even te kijken wie schaak kan geven, iets slaan en of er dreigingen zijn. Denk bijvoorbeeld aan stukken die niet of slecht gedekt zijn, penningen en dergelijke. Als je die ziet, vind je ook vaak een potentiële dreiging. Dat is een prima training en kost weinig tijd.
Had ik alle schaakzetten bekeken? Dat wel. Maar had ik bij iedere schaakzet even een paar zetten diep gerekend? Nee, ik deed dus precies wat het bovengenoemde groepje ook deed. Vrijwel direct de zet afwijzen. Ik bleef maar taai volhouden met 13. Txe4+. Het is inderdaad een schaakzet. Maar het leidt niet tot winst.
Zullen we samen naar de stelling kijken? Zwart heeft materieel voordeel: een stuk en een pion. Maar de zwarte koning is uiterst kwetsbaar in het centrum en is daar ook niet snel weg. Ook met de ontwikkeling wil het nog niet vlotten. Vier stukken staan zich nog op hun oorspronkelijke plek te vervelen. Het paard op. d7 staat de loper op c8 in de weg. En het paard op e4? Dat is uiteraard eentje om in de gaten te houden. Maar vooralsnog zit die vast in een penning.
Ook wit is nog niet volledig ontwikkeld, maar de lopers voelen zich kiplekker en ook de toren op e1 staat te popelen om zich in het strijdgewoel te mengen (penning over de e-lijn). Als we inventariseren welke schaakzetten wit heeft, dan komen we uit op twee zetten:
- Txe4+
- Dh5+
Mijn intuïtie vertelde me, kijk naar Txe4+! De zet ligt voor de hand en dus beet ik me daarin vast. Fout! Kijk altijd eerst naar meerdere kandidaten en loop die na. Maar wat ik ook probeerde, het lukte me niet om een sluitende variant te produceren. Eigenwijs als ik ben speelde ik de zet toch. Miskleun!
Zullen we nu samen met een iets ruimere blik kijken? Zwart heeft zojuist 12. De5-a5 gespeeld. Logisch dat de dame opzij moest omdat ze door de loper werd aangevallen. Op a5 lijkt de dame goed te staan, want ze valt de toren op e1 aan. Maar er is nog iets anders aan de hand. De dame is ongedekt. Daarin zit een aanknopingspunt – een mogelijke penning over de vijfde rij – maar dat zag ik dus over het hoofd. Kennelijk heb ik niet zo’n scherpe snelle blik. Vervolgens keek ik naar andere kandidaten:
- De2
- Dd1
- Pe2
Maar je kunt op je vingers natellen dat deze zetten niet de oplossing zijn. Dus ging ik eindelijk beter naar 13. Dh5+ kijken. Eerder stopte ik al met rekenen na 13… g6. Daarbij zag ik dus een ‘kleinigheid’ over het hoofd. Na 13. Dh5+ staan de beide dames op één lijn. Alleen de pion f5 zit er tussen. En dan is 14. Txe4+ natuurlijk ijzersterk. Zie de analyse hieronder (naar beneden scrollen). Of hier kijken…
Diep rekenen is vaak niet nodig
Ik las ergens de volgende wijsheid: “Over het algemeen hoef je maar enkele zetten te rekenen en dan weet je of een bepaalde tactiek kans van slagen heeft!” Die wijsheid was hier ook geldig. Ik had maar even hoeven te kijken naar 13. Dh5+ en bijvoorbeeld 13… g6+ en dan 14. Txe4+ en ik was zeker verder gekomen. Maar ik hield dus al op met rekenen na 13… g6+. Om wat extra zout in mijn wonden te wrijven: precies zoals het groepje had gedaan. Direct een zet afwijzen. Overigens was de zet veel onwaarschijnlijker dan 13. Dh5+. Zo bekeken was het groepje dus een stuk slimmer dan ik. Deze heb je dus nog van me tegoed. Moet ik nog zeggen dat je vooral naar alle schaakzetten moet kijken? Even naar beneden scrollen voor de oplossing. Je kunt ook hier kijken…


Zo mooi!
Wat gebeurt er als zwart direct de loper slaat op f8 ipv eerst naar f7?
Ook dan volgt 39 Pxh3. Zwart heeft geen zetten anders dan met zijn koning. Belangrijk is dat het zwarte paard niet weg kan. Het moet f3 blijven bestrijken, omdat Wit anders met Pf3 de zwarte dame wint. In de tekstvariant wordt de zwarte dame niet gewonnen maar deze is wel gevangen. Zwart staat dan machteloos tegenover de opstomende witte pionnen.