Je hoort schakers wel eens verzuchten: “Als ik niet zoveel fouten zou maken, was ik een veel sterkere speler!” Een of meer fouten in een partij is nog daaraantoe. Die maken we allemaal en hoeven lang niet altijd dodelijk te zijn. Maar blunders? Die doen pijn. Heel veel pijn.
Het is me zelf te vaak overkomen. Het is hilarisch als je bedenkt dat ik ooit blunderde tegen Can Kabadayi, de al meerdere keren bekroonde auteur van deze prima training (o.a. Chessable-auteur van het jaar 2024). Het was in 2015 bij een weekendtoernooi in Malmö. Ik gaf totaal onnodig een loper weg. Dat was, meen ik me te herinneren, een typisch gevalletje van wat de auteur mobility restrictions noemt.
Met de kennis van nu was dat makkelijk te voorkomen. Waar het in deze training om draait, is dergelijke grote en onnodige fouten te voorkomen. Dat kan prima als we onszelf aanleren telkens een korte blundercheck uit te voeren. Hoe dat werkt leer je in deze Chessable-training.
Wat is een blunder?
De auteur definieert een blunder als een zet die de stelling zodanig verandert dat er een winnende tactische mogelijkheid voor jouw tegenstander ontstaat. Dit verschilt van het simpelweg niet opmerken van een bestaande tactische dreiging van de tegenstander. Het gaat erom dat jouw zet de stelling actief verslechtert. Er is een belangrijk onderscheid tussen twee processen:
- Een dreiging over het hoofd zien – Niet de zet van een tegenstander zien die een tactisch probleem voor je creëert.
- Blunderen – Jouw zet verandert de stelling op zo’n manier dat de tegenstander een beslissende tactische kans krijgt.
Waar het om draait is de eigen manier van denken aanpassen. Alert zijn en goed kijken naar de mogelijkheden die je tegenstander krijgt wanneer u een zet speelt. Zoiets moet men zich eigen maken. Een prima idee is om regelmatig (dagelijks) een aantal puzzels op te lossen en jezelf telkens af te vragen: wat verandert er in een stelling na mijn zet? Daarbij is de door de auteur bedachte checklijst een uitermate handig hulpmiddel.
CLAMP
In deze training draait om het “CLAMP-concept”. CLAMP is een afkorting voor:
- Checks (schaakjes)
- Loose pieces and loose squares (ongedekte of onvoldoende gedekte stukken en velden)
- Alignment (het woordenboek vertaalt het met “uitlijningen”, maar dat dekt naar mijn smaak de lading niet. Zie de toelichting hieronder).
- Mobility restrictions (beperkingen in mobiliteit van stukken)
- Passed pawns (vrijpionnen)
Het begrip alignment verdient een nadere toelichting. Alignments ontstaan wanneer stukken bijvoorbeeld op één lijn, rij of diagonaal staan (penningen). Maar het kan ook zijn dat de aangevallen stukken binnen het bereik van een paard (paardvork) of een pion zijn. De auteur werkt dit thema prima uit. Bij iedere opgave komt hij erop terug en geeft aan wat de oorzaak van een blunder was.
Veel nuttige oefeningen
Na de gebruikelijke introductie zet de auteur de student al snel aan het werk. Het begint met een aantal grappige opgaven. Het is de bedoeling dat we met een stuk meerdere zetten doen om zodoende schaak te kunnen geven. Dit is een bijzonder leuke oefening in het trainen van ‘bordvisie’. Een voorbeeld. Zie onderstaande, onconventionele stelling. Het is de bedoeling dat je met de loper zet en in maximaal 4 zetten schaak geeft. Doe het op zo’n manier dat de loper niet genomen kan worden door de zwarte stukken.
Klik hier voor het antwoord
Het antwoord: Lh6-f8-a3-b2
Deze oefening is zeker niet de lastigste uit deze serie. Over het algemeen redde ik me prima. Maar er waren toch ook een paar slippertjes. Vervolgens bespreekt de auteur elk onderdeel van de CLAMP-formule apart. Hij doet dit uiteraard ook aan de hand van allerlei opgaven. De training gaat verder met puzzels op vier verschillende niveaus. Het begint allemaal vrij gemakkelijk, maar bij elke stap worden de puzzels telkens wat lastiger. Aanvankelijk maakte ik vrijwel geen fouten, maar bij niveau 3 en 4 ging het enkele keren mis. Je krijgt van elk niveau een voorbeeld.
Niveau 1: welke pion mag de witte dame hier slaan: b3 of h5?
Klik hier voor het antwoord
Deze was makkelijk: Dxb3 is correct. De pion op h5 is vergiftigd. Dxh5 is een blunder vanwege Pxg3+ (typisch gevalletje van ‘alignment’).
Niveau 2: mag wit de pion op b4 slaan?
Klik hier voor het antwoord
Ja, dat mag! Alleen natuurlijk als u even een klein beetje heeft gerekend. 1. Lxb4 Db6+ 2. c5! dekt de loper. Niet 1. Lb2 want dan staat wit slecht na 1. … a5!
Niveau 3: kies met zwart tussen …Lg4 en …Pxh5
Klik hier voor het antwoord
17… Lg4. Dit is de enige zet die zwart overeind houdt. Zwart ontwikkelt zijn loper en houdt Pe5 tegen. 17… Pxh5?? is een blunder. Het paard is niet gedekt en staat 18. Pe5 toe met als gevolg dat hu ook de pion op c6 hangt.
Niveau 4: mag wit op d4 nemen?
Klik hier voor het antwoord
Op het eerste gezicht lijkt het of wit de pion op d4 niet mag nemen vanwege het vorkje dat in de stelling zit. Maar het kan toch! 1. Lxd4! Lxd4 2. Txd4 e5 3. Pd5! exd4 4. Pe7+ Kf7 5. Pxc8 +-
Alert zijn en blijven
Over gemakkelijke opgaven gesproken: achteraf bezien zijn de meeste blunders niet van een wereldschokkend hoog niveau. Als we maar beter hadden opgelet. Daar draait het om: alert zijn en blijven.
Het overkomt niet alleen gemiddelde clubspelers, maar ook toppers zijn niet immuun voor blunders. Zoals we niet al te lang geleden nog zagen aan het slot van de WK-match tussen Ding Liren en Gukesh. In onderstaande stelling speelde Ding Liren het onbegrijpelijke 55. Tf2?? Ik had hier niet meer dan een seconde of zo voor nodig om te zien dat dit een ongelofelijk grote bok was. Maar dat was natuurlijk makkelijk voor me omdat ik geen enkele spanning voelde en onbevangen naar de partij keek.
Klik hier voor het antwoord
Zwart wikkelt af naar een eenvoudig gewonnen eindspel met 55… Txf2 56. Kxf2 Ld5 57. Lxd5 Kxd5 58. Ke3 Ke5 en opgegeven.
Prima uitleg en analyse
Wat rest me nog? Can Kabadayi legt bij iedere stelling keurig uit wat er aan de hand is. Hij voorziet de stellingen van complete analyses en geeft daarmee goed weer wat er in de stelling aan de hand is (noot: ik heb de antwoorden op de vragen in de opgaven heel kort gehouden). Over het algemeen redde ik me goed met de opgaven, maar als ik vervolgens naar de uitgewerkte analyses keek, kwam ik tot de ontdekking dat ik meerdere zetten over het hoofd had gezien. Het drukte me met mijn neus op het feit dat ik stellingen veel beter moet analyseren. Oppervlakkigheid werkt blunders in de hand.
Kortom: voor mij was het een extra les om stellingen veel beter te analyseren. Want je kunt de opgaven wel goed maken, maar als je dan toch diverse details over het hoofd ziet, kan het in een echte partij dodelijk zijn en gaat het punt naar de tegenstander. Je voelt het wel aan: ik ben er nog lang niet klaar mee. Het vergt de nodige oefening om verkeerde gewoontes af te leren. Ik ben het hartgrondig met de volgende tekst uit de beschrijving van deze cursus eens:
“Deze cursus is de perfecte keuze voor iedereen die op zoek is naar een gestructureerde manier om de veiligheid van zijn zetten te verbeteren. Met de methode van Can maak je veel minder van die kostbare fouten die jouw werkelijke speelsterkte niet weerspiegelen”.
Over dat laatste deel van de tekst moest ik gniffelen. Denken we niet allemaal dat we veel betere schakers zijn dan onze rating aangeeft? Je vindt hier alle informatie over deze uitstekende training…






