Een avontuur dat verkeerd afloopt

Is het verstandig om pionnetjes te snoepen in de opening? Er zijn talloze openingsvarianten waarin een van beide partijen verleidt wordt om een pionnetje te verschalken. Een hele bekende is natuurlijk de vergiftigde pion die zwart kan oppeuzelen in de Najdorf variant van het Siciliaans.

De beroemdste voorbeelden komen, denk ik, uit de match tussen Fischer en Spassky (1972). Daar kwam deze variant tweemaal op het bord. De eerste keer (7e matchpartij) ging het nog goed voor Fischer, maar de tweede keer (11e matchpartij) moest Fischer het onderspit delven.

Overigens is over deze variant het laatste woord nog steeds niet gezegd. Voorzover ik weet gaat het vele zetten diep en is de huidige stand van zaken dat bij goed spel van beide kanten de partij in remise eindigt. Ik bemoei me niet met dat soort geheugenspelletjes.

Zelf liep ik tijdens het analyseren van een partij tegen een hele andere vorm van een pion aan die de witspeler beter niet had aangepakt. Zie de stelling. Zwart speelt en wint. Oplossing.  

Jezelf op het verkeerde been zetten (2)

Als je denkt dat er een bepaalde uitkomst is, dan ga je er onwillekeurig naartoe redeneren en loop je het risico allerlei zaken uit het oog te verliezen. Het is een bekende fout die mensen overal maken. Uiteraard ben ik er ook niet immuun voor.

Kijk eens naar de volgende stelling. Zwart heeft zojuist 52. – Tf5 gespeeld en nu is wit aan de beurt.

Zwart staat er beroerd voor. Wit heeft twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel. Daardoor is vrijwel elk eindspel gemakkelijk gewonnen voor wit. Maar dat zie ik natuurlijk niet.

Want op ChessTempo win je partijen met fraaie manoeuvres en combinaties. Niet met banale zetten. Toch? Kortom, ik ging weer eens hopeloos de mist in. Dat zal jou nu niet meer overkomen (je weet wel een gewaarschuwd mens telt voor twee). Oplossing…

Gegevens chesstempo

  • Standaard Rating: 2087.2
  • Gemiddelde oplostijd: 08:36
  • Aantal pogingen: 979
    Succes percentage: 39.12% (all time low?)

 

Enige eindspelkennis kan goed van pas komen

Bij tactische opgaven denken wij meestal niet direct aan eindspelen. Dat is echter een vergissing. In eindspelen komen heel wat tactische wendingen voor. Maar dat is niet het onderwerp van deze blog.

Kennis van eindspelen kan soms prima van pas komen bijvoorbeeld als het gaat om te beoordelen of een afwikkeling naar een eindspel goed uitpakt. Zie de stelling in het diagram.

Zwart is aan zet. Je voelt aan je water dat er ‘iets’ in moet zitten. Nou ja, dat weet je uiteraard als je schaakpuzzels oplost. Die puzzels zijn er niet voor niets. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je dergelijke momenten ook in een gewone partij onderkent.Lees meer »

Gepriegel

Soms is het nog een heel gedoe voordat je iemand mat kunt zetten. Zie het diagram. Zwart is aan zet. Hij heeft de witte koning in een hoek gedreven. Maar dat betekent nog niet dat wit zomaar mat gaat. Soms is dat nog best een hele hoop gepriegel. 

Ik moet bekennen dat het me nog heel wat moeite kostte omdat ik aanvankelijk op het verkeerde paard wedde. Maar gelukkig zag ik mijn misser op tijd in en behoor toch nog tot de 50,09% die de puzzel correct heeft opgelost.

Mat zetten is de enige kans voor zwart. Want als het hem niet lukt de witte monarch een kopje kleiner te maken, verschijnt er aan de andere kant van het bord een nieuwe dame. En daarna valt het doek onverbiddelijk voor zwart. Hoe wast zwart dit varkentje? Oplossing…

Lees meer »

Een veelzijdig paard

Dit is een fragment uit de partij Tal – Panno. Mikhail Tal staat bekend om zijn scherpe tactische spel. Men noemde hem niet voor niets de tovenaar van Riga. Hij ging eind jaren vijftig van de vorige eeuw als een speer naar de wereldtop.

Hij won in 1959 het kandidatentoernooi en verkreeg het recht om de toenmalige wereldkampioen Botwinnik uit te dagen. Tal won deze match overtuigend met 12,5 – 8,5. Lang heeft hij niet van zijn wereldtitel kunnen genieten.

Botwinnik kreeg zijn revanche een jaar later. Tal verloor deze match duidelijk met 13 – 8. Waarschijnlijk was zijn slechte gezondheid daarvan de oorzaak. Tal kwakkelde trouwens zijn hele leven met zijn gezondheid. Zijn ongezonde levensstijl hielp daarbij ook niet. Hij overleed in 1992 op 55 jarige leeftijd aan een nierziekte.

De offers van Tal waren niet allemaal even corrct. Maar vaak toch wel voldoende om de winst naar zich toe te trekken omdat zijn tegenstanders er vaak niet goed uitkwamen. Dit offer is echter door en door correct. Wit speelt en wint. Oplossing…

 

Koning in de aanval

Meestal is de koning een beetje een lafbek. Hij verschuilt zich het liefst zo snel mogelijk achter een barrière van pionnen. Over het algemeen kruipt hij pas later, ergens in het eindspel uit zijn schulp om actief aan de krijgshandelingen deel te nemen. 

Toch zijn er wel uitzonderingen op deze vuistregel. Eén van de bekendste voorbeelden is de partij tussen Nigel Short (met wit) en onze landgenoot Jan Timman. Deze partij werd gespeeld in het Interpolistoernooi van 1991. Daar greep de witte monarch beslissend in. Jan Timman moest al na 34 zetjes de handdoek in de ring gooien.

In de partij tussen David Navarra (wit) en Zurab Sturua gingen de stukken in rap tempo de doos in. Vaak is dat een recept voor een snelle remise. Maar niet in deze partij. Wit is aan zet en wint. De hint is na de inleiding wel duidelijk: ook de witte koning eist een rolletje voor zichzelf op. Alhoewel de dame, net als in de partij tussen Short en Timman, de eer krijgt om de genadeslag toe te dienen. Oplossing…

De methode van de eliminatie

Heb jij dat ook wel eens? Ik bedoel dat je naar een schaakpuzzel zit te staren en maar niet op het juiste idee komt om de stelling op te lossen. Daar heb ik in ieder geval wel eens last van. Soms zelfs bij tamelijk makkelijke opgaven. Overigens vertrouwde een sterke speler mij onlangs toe dat hij ook momenten van totale schaakblindheid kent. Dat is dan weer een schrale troost.

De volgende stelling ontstond in een bundesligapartij in 1998 tussen Joerg Schwalfenberg (een FIDE Meester met tegenwoordig een rating van 2298) en Rustam Kasimdzhanov uit Oezbekistan (tegenwoordig met een rating van 2662). Het krachtsverschil was groot tussen de beide heren. Maar in 1998 was de Oezbeek nog niet op zijn top. Dat kwam een paar jaar later in 2004 toen hij wereldkampioen werd.

Overigens was hij een wereldkampioen die niet in de hele schaakwereld erkent werd. De feitelijke wereldkampioen, maar dan niet van de FIDE, was natuurlijk Vladimir Kramnik.  Men kampte nog met de naweeën van het schisma in de schaakwereld. Kasimdzhanov won zijn wereldtitel in een toernooi dat wij het beste kenschetsen als een afvalrace. Of zoals sommige mensen zouden zeggen:

‘Hij was de gelukkige winnaar van een tombola’!

Deze toernooivorm bestaat nog steeds en wordt elke twee jaar georganiseerd onder de naam FIDE World Cup. De beide finalisten verkrijgen het recht om mee te spelen in het kandidatentoernooi. De winnaar van het kandidatentoernooi heeft het recht om de wereldkampioen uit te dagen in een match (zoals het natuurlijk hoort). Kortom: de World Cup is een loodzwaar toernooi, maar toch écht iets anders dan de wereldtitel.

Terug naar de stelling

Wit had zojuist 33. Td8-c8?? gespeeld. Zwart reageerde met 33. – Tc3-c1+ waarop wit zich verdedigde met 34. Pe3-f1. Wit zat al aardig in de knoei, maar de torenzet naar c8 veranderde een slechte stelling in een verloren stelling. De vraag is:

Hoe verzilvert zwart zijn voordeel?

Ik heb deze stelling gevonden op ChessTempo. Als je gebruikmaakt van de betaalde versie, dan krijg je heel wat extra informatie. Bijvoorbeeld:

  • De opgave heeft een standaardrating van: 1676.8
  • Gemiddeld doet men er 5 minuten en 35 seconden over om deze puzzel op te lossen (of een foute zet te doen).
  • Het aantal pogingen was 2131 met een succespercentage van 56.59%

Voordat ik verder ga, stel ik voor dat je zelf de juiste oplossing zoekt. Dat is niet heel erg moeilijk. Tenminste: als je niet zoals ik last hebt van een vlaag van schaakblindheid (vervolg)

Lees meer »