Schaakpuzzel 49: geniepig pionneneindspel

Pionneneindspellen lijken bedrieglijk eenvoudig, maar zijn vaak helemaal niet zo gemakkelijk. Je moet bijvoorbeeld bij een afwikkeling naar een pionneneindspel dondersgoed opletten. Een fout is zo gemaakt en daardoor zijn al heel wat hele en halve punten verloren gegaan.

Neem deze studie van A. Mandler uit 1938. Het lijkt super eenvoudig. Maar zo simpel is het helemaal niet. Wat is de beste zet voor wit? (oplossing)

Lees meer »

Schaakpuzzel 48: taai verdedigen

Wat is de beste zet voor wit? (oplossing)

Lees meer »

Puzzel 40: ongelukje

Ongelukjes zitten in het schaakspel in een klein hoekje. Vaak zijn wij net iets te veel bezig met onze eigen plannetjes en hebben wij niet goed in de gaten waarop onze tegenstander zit te broeden.

Neem het bovenstaand diagram. Zwart speelde zijn dame naar h4 en verkeerde daarmee in de veronderstelling zijn koningin naar een actieve plek te hebben gemanoeuvreerd. Op zich klopt deze gedachte als een zwerende vinger. Helaas heeft hij een kleinigheid over het hoofd gezien. Hoe kan wit deze enthousiaste dameuitval afstraffen? Oplossing…

Schaakpuzzel 39: verslik je niet in de draak

Je weet het natuurlijk nooit helemaal zeker. Maar het lijkt er sterk op dat wit zich lelijk heeft verslikt in de drakenvariant van het Siciliaans.


Ga maar na: halfopen c-lijn voor zwart. Verzwakte koningsstelling voor wit en actieve zwarte stukken. En niet te vergeten: een witte koningsaanval die nooit helemaal tot volle wasdom is gekomen. Voor wit is het vragen om moeilijkheden. En die krijgt hij ook. Hoe wint zwart?

Lees meer »

Schaakpuzzel 38: wat zegt de stelling?

Je neus volgen en dan maar zetjes proberen te doen is zelden een effectieve manier om te doorgronden wat er in een stelling aan de hand is.

Zoek de beste zet voor wit


Als je op je intuïtie afgaat dan vermoed ik dat de kans groot is dat je zetten gaat uitproberen op de koningsvleugel. Immers zwart heeft nog niet gerokeerd. Het witte paard lijkt een dreigende positie in te nemen. Je voelt aan je water dat er ‘iets moet inzitten’. Maar wat?

Lees meer »

Schaakpuzzel 37: aftrekaanval

Deze stelling kwam voor in een partij tussen Goh en Duda na de 30e zet van zwart.

Hoe maakt wit het uit?


Waarschijnlijk is deze redelijk makkelijk. Kom je er zelf niet helemaal uit? Dan vind je hier de oplossing…

PS. Ik heb deze stelling gevonden in hoofdstuk 1 van ‘Chess Calculation Training – volume 1: Middlegames (Romain Edouard).

Het is een heerlijk boek om elke dag een paar puzzeltjes uit op te lossen. Hoofdstuk 1 is een opwarmertje met redelijk makkelijke puzzels. Maar daarna wordt het toch écht lastiger. De puzzels zijn gerangschikt volgens diverse thema’s (totaal 11 hoofdstukken) zoals:

  • Punish bad coordination
  • Find the unexpected blow!
  • Play de killer positional move

Kortom: zeer de moeite waard en een prima oefenboek. Meer weten via De Beste zet…

Schaakpuzzel 36

Deze stelling kwam voor in een partij tussen Lev Polugaevsky en Lex Jongsma (Amsterdam IBM 1970).

Lex was vooral bekend om zijn levendige commentaar bij schaaktoernooien, zijn schaakrubriek in De Telegraaf en talloze boeken.


Alexander Kornelis Pieter (Lex) Jongsma (Stadskanaal, 1 juni 1938 – Haarlem, 3 december 2013) was in zijn jeugd een talentvolle schaker. Lex werd in 1957 kampioen van Nederland bij de jeugd. Hiermee kwalificeerde hij zich voor het jeugdwereldkampioenschap. Hij werd derde in dat toernooi. Zoiets is natuurlijk een prestatie van formaat.

Lex koos voor een maatschappelijke carrière en bereikte mede daardoor nooit grote hoogten in ons mooie spel. Hij had wel een meestertitel, maar dan in de rechten. Niet iedereen was gecharmeerd van zijn commentaren bij schaaktoernooien. Hij zat er wel eens naast. Maar dat maakte hij ruimschoots goed door zijn onderhoudende en humorvolle presentatiestijl. Commentaar leveren bij partijen is een kunst die maar weinigen goed verstaan. Hij stak er wat mij betreft met kop en schouders boven uit. Het draait tenslotte vooral om je publiek een fijne middag te bezorgen.

Terug naar de stelling. Lex speelde hier met zwart tegen Lev Polugaevsky. Polugaevsky behoorde jarenlang tot de wereldtop. Het is dus bepaald geen schande als je tegen zo’n grootheid aan het kortste eind trekt. Hoe won wit?

Graag even een zetje verder doorrekenen!

De oefenboeken van de stappenmethode bevatten heel wat materiaal. Maar tot mijn grote schande heb ik ze zelf nooit opgelost.

Het is toch wel een prima idee voor een schaaktrainer om dat zelf eens te doen. Daar ben ik een paar dagen geleden mee begonnen.


Om het mijzelf wat moeilijker te maken dook ik meteen in de mix-opgaven van stap 4.

De grap van die mix-opgaven is natuurlijk dat je geen hints hebt in de vorm van ‘dubbele aanval: jagen en richten’. Als dat er bij staat weet je waar je naar moet zoeken. Die oefeningen met bepaalde thema’s zijn overigens wel bijzonder nuttig voor het leren herkennen van patronen. Maar in een gewone schaakpartij krijg je geen hints zoals ‘penning kopstuk lokken’. Als je dergelijke oefeningen hebt gedaan zitten de patronen hopelijk in je hoofd en herken je ze wanneer ze op het bord verschijnen. Zie het volgende voorbeeld: (verder lezen…)

Lees meer »

Een avontuur dat verkeerd afloopt

Is het verstandig om pionnetjes te snoepen in de opening? Er zijn talloze openingsvarianten waarin een van beide partijen verleidt wordt om een pionnetje te verschalken. Een hele bekende is natuurlijk de vergiftigde pion die zwart kan oppeuzelen in de Najdorf variant van het Siciliaans.

De beroemdste voorbeelden komen, denk ik, uit de match tussen Fischer en Spassky (1972). Daar kwam deze variant tweemaal op het bord. De eerste keer (7e matchpartij) ging het nog goed voor Fischer, maar de tweede keer (11e matchpartij) moest Fischer het onderspit delven.

Overigens is over deze variant het laatste woord nog steeds niet gezegd. Voorzover ik weet gaat het vele zetten diep en is de huidige stand van zaken dat bij goed spel van beide kanten de partij in remise eindigt. Ik bemoei me niet met dat soort geheugenspelletjes.

Zelf liep ik tijdens het analyseren van een partij tegen een hele andere vorm van een pion aan die de witspeler beter niet had aangepakt. Zie de stelling. Zwart speelt en wint. Oplossing.