Waarom vinden veel schakers eindspelen niet leuk?

Wit aan zet…

Wanneer ik iets over eindspelen schrijf, krijgt zo’n blog veel minder bezoekers in vergelijking tot een blog waarin iets staat over het middenspel. Wat is er aan de hand? Ik doe een poging om een antwoord te bedenken…

Het is een beetje raar. Wanneer ik puzzeltjes oplos op lichess.org vind ik het vaak vervelend wanneer er een eindspelletje tussen de opgaven zit. Waarom raar? Nou ik vind eindspelen namelijk wel heel erg leuk. Maar kennelijk is er voor alles een juiste plaats en een juist moment. Of is er iets anders aan de hand? 

We krijgen lang niet altijd een eindspel op het bord

Jeremy Silman schrijft ergens in het begin van “Silman’s complete endgame course” dat het voor beginners niet nodig is om zijn boek van voor tot achter te bestuderen.  Hij stelt een stap-voor-stap benadering voor. Naarmate je sterker gaat schaken, heb je ook meer aan kennis van het eindspel nodig omdat je die dan vaker op het bord krijgt. Daar heeft hij natuurlijk een punt. Als je zelden of nooit een eindspel op het bord krijgt omdat jij of je tegenstander al ver daarvoor ‘schipbreuk lijdt’ heeft het weinig zin om je er mee bezig te houden. Of toch niet helemaal? Ik kom daar zo op terug. 

Op Chessable ben ik bezig met diverse cursussen. Waar ik het meeste plezier aan beleef? Nou bijvoorbeeld aan “The Checkmate Patterns Manual”. Het is toch heerlijk om je tegenstander binnen een paar zetten te krenkfnuiken! Hetzelfde lekkere gevoel heb ik bij andere tactische cursussen, of zoals gezegd bij de lichess.org puzzels. 

Een bekentenis

Waarom dan toch die lichte ergernis als er weer een eindspelletje langs komt? Nou om je de waarheid te vertellen: hier komt tot uitdrukking dat ik zo verrotte slecht ben in het nauwkeurig berekenen van varianten. Als er een ding belangrijk is bij eindspelen (in het bijzonder bij pionneneindspelen) dan is het wel: correct rekenen. Je hebt vast al naar de stelling gekeken.  

Wit aan zet…

De eerste zet is natuurlijk ‘een eitje’. Wit speelt:

57. Kxf7

En zwart reageert met:

57. …  d4

Het venijn zit hem in de tweede zet van wit. Je voelt al aan: daar ging het mis bij mij. Ik bedacht een heerlijk oppervlakkige redenering. Wit speelt 58. Kg7 want dan ondersteunt de koning beide pionnen op weg naar promotie. Er lijkt een zekere logica achter te zitten. Helaas verloor ik toch één detail uit het oog. Dus:

58. Kg7 Ld5 59. h6

Zie je nu wel mijn plannetje werkt. Is het niet de ene pion, dan wel de andere pion die de eindstreep haalt! Wat ben ik toch geweldig!

59. … d3 60. h7 d2 61. h8D d1D

We hebben nu de volgende stelling op het bord. 

Remise…

Valt je één dingetje op?

De koning staat heel vervelend in de weg! Had ik de koning naar e7 gespeeld op de tweede zet in de variant, dan zou wit nu f7+ spelen en heeft hij een tweede dame! Overbodig om te zeggen dat wit dan een winnende stelling heeft. Lichess.org tikte me dus al bij 58. Kg7 op de vingers:

“Jochie: dat heb je helemaal fout!”

Wat ben ik toch een sukkel! Dat ik een prutser bent blijkt met name bij eindspelen. Veel van die tactische opgaven gaan best heel aardig. Maar eindspelen is kennelijk toch iets anders. Of typisch iets voor mensen die wel kunnen schaken?

Wat is de beste zet voor zwart?

Ook hier ligt het antwoord bij de eerste zet voor de hand.Wit dreigt de pion op c6 te slaan dus is het een goed idee om eerst:

1. … c5 

te spelen. Totzover is het bepaald geen vorm van hoge schoolschaak.  Een ander voordeel van c5 is natuurlijk ook dat deze pion de opmars van de zwarte d-pion ondersteunt. Tot zover niks moeilijks dus. Een aardige poging voor wit om zijn lijden te rekken is nu:

2. c4

Alle andere zetten verliezen ook. Zwart gaat onverdroten verder met:

2. … d4 

Daarop volgt:

3. b4 

Nu wordt het dan toch even lastig. Het voor de handliggende 3. … d3? wint niet! Wat moet zwart dan wel spelen om te winnen? Je vindt het antwoord hieronder.

Enkele voorzichtige conclusies

Zullen we deze blog afsluiten met de volgende gedachte: 

  • Eindspelen zijn bijzonder interessant en vol verrassende wendingen.
  • Correct rekenen is een essentiële vaardigheid bij het oplossen van problemen.
  • Kortom: het is enerzijds bijzonder concreet en tegelijkertijd lastig omdat er vaak weinig stukken op het bord staan en een duidelijke houvast vaak lijkt te ontbreken. 

Je voelt het vast wel aan: ik blijf enthousiast verder prutsen met mijn eindspelletjes en er aandacht aan besteden.


Met dank aan lichess.org die me bij de les houdt met leuke puzzels! Elke dag een vast rantsoen van minimaal 10 stuks.

4 gedachtes over “Waarom vinden veel schakers eindspelen niet leuk?

  1. Het vermelden waard is de zijvariant 58…d3 59.f7 d2 60.f8D d1D 61.Df6+ Kd5 62.Dd8+ (of 62.Dd6+ als de koning naar e7 is gespeeld).

  2. Beste Willem, bedankt voor de toevoeging! Zwart kan zich in deze variant ook niet redden met 60. … Ld3 ipv 60. … d1D. Daarop volgt Df3. Wit moet dan nog wel even werken, maar het is wel gewonnen.

Laat een reactie achter bij Michel HoetmerReactie annuleren