Deze stelling is afkomstig uit een partij op lichess.org. Wit is aan zet. Hoe evalueer je deze stelling?
Voordat ik op de stelling inga, eerst even enkele opmerkingen. Als ik op deze blog een tactische stelling publiceer en die stelling vervolgens ook op schaaksite.nl zet, dan krijg ik vaak honderden bezoekers. Maar als ik een eindspelpuzzel plaats, dan is het aantal bezoekers steevast flink lager. Kennelijk vinden veel schakers eindspelen niet interessant of te lastig.
Wat heb ik er aan?
Een ander veel gehoord argument argument om weinig tot niks aan eindspelen te doen is:
“Die krijg ik toch nooit op het bord!”
Tja… in dat geval is het waarschijnlijk verstandig om eerst iets aan je kennis van openingen of middenspel te doen, zodat je het eindspel levend haalt. Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat je veel te sterk bent voor je tegenstanders of een tactisch fenomeen. Dat kan natuurlijk ook. Toevallig las ik een blog op lichess.org over dit onderwerp:
What’s The Point Of Studying The Endgame?
Misschien ook aardig om eens te lezen. Zelf vind ik eindspelen in de eerste plaats ontzettend boeiend. Als je enige handigheid krijgt in de spelen van eindspelen kan dat op den duur toch wat halve en wellicht hele puntjes schelen. Een ander voordeel van eindspelen is dat je meer leert over de gang van de stukken. De situaties zijn vereenvoudigd en dus zit er wat minder ruis op de lijn.
Overigens betekent wat ik hier opmerk niet, dat ik in de waan verkeer goed te zijn in eindspelen. Verre van dat. Dat ik een prutser ben, wordt straks pijnlijk duidelijk.
De evaluatie
Terug naar de diagramstelling. Zwart heeft een kwaliteit meer, maar zijn toren zit lelijk in de val. Die extra kwaliteit is dus geen lang leven beschoren. Wit kan zwart dwingen om af te wikkelen naar een pionneneindspel. Dat is remise. Maar dan moet (met name zwart) je wel nauwkeurig spelen. Wit ging verder met:
Je kan de partij ook naspelen via de viewer onderaan deze blog. Daarin vind je ook nog diverse aanvullende varianten.
36. f3
Het antwoord van zwart is nu gedwongen:
36. … Txe4 37. Kxe4
Wit zou een grote fout maken wanneer hij met de pion terugneemt:
37.fxe4? Kf6 38.Kf2 Kg5 39.Kf3 Kh5 40.Kg2 Kg4 41.Kf2 Kh3 42.Kf3 g5 43.Kf2 g4 en zwart wint.
De partij ging verder met:
37…a6?
Dat is fout! Met 37…g5 voorkomt zwart dat wit een doorbraak kan forceren en eindigt de partij bij wederzijds correct spel in remise.
38.f4!
De stelling na 37. … a6? was de Lichess puzzel (zie tweede diagram). Ik zag 38. f4 wel, maar om de een of andere rare reden dacht ik met een slimmigheidje de zaak te kunnen beslissen. Ik schaam me diep dat ik hier voorstelde om een driehoekje te maken met Ke4-e3-d3-e4. Dat slaat echt nergens op! Even rekenen was voldoende geweest om te zien dat 38. f4! de enige manier is om winst te forceren. Na 38. Ke3 speelt zwart natuurlijk geen 38. … Kd5? 39. f4! maar alsnog 38. … g5!
38. … exf4 Gedwongen. 39.Kxf4
Natuurlijk niet 39.gxf4? Kf6 40.Kf3 Ke6 41. Ke4 Kf6= of 40…Kf5 41.Ke3 g5 42.fxg5 Kxg5 43.Ke4 Kf6=
39…Kf6
Zwart komt veel te laat als hij met 39…Kd5 richting de damevleugel marcheert, bijvoorbeeld: 40.Kg5 Ke4 (40…Kc4 41.Kxg6 Kb3 42.Kf5 Kxa3 43.g4 Kxb4 44.g5 a5 45.g6 a4 46.g7 a3 47.g8D) 41.g4 Kd5 42.Kxg6]
40.Kg4 opgegeven. 1-0
Toegegeven: dit was een blitzpartijtje met erg weinig bedenktijd (3+0). Maar kennelijk was het toch geen automatisme om zo’n relatief eenvoudige doorbraak te voorkomen. Maar wellicht doe je een zetje als 37. … a6? ook wel heel makkelijk in een blitzpartij waar soms een zet doen het enige is dat nog telt. Ondertussen ga ik lekker door met regelmatig eindspelen op deze blog te publiceren. Omdat het zo leuk is!

