Site icoon Schaakblog

In de schijnwerpers: GM Ivan Sokolov

Foto door Harry Gielen

We kennen Ivan natuurlijk allemaal. Hij was een topspeler en tegenwoordig is hij actief als coach. Hij boekte zijn grootste succes als coach met Oezbekistan door de Olympiade te winnen in 2022. Maar dat is lang niet alles. Hij heeft diverse interessante publicaties op zijn naam staan en talloze boeiende en leerzame video’s geproduceerd. Kortom: hij heeft veel te vertellen!

Kun je me iets meer vertellen over jouw schaakachtergrond? Hoe en wanneer is jouw schaakcarrière begonnen?

Dat is een tijd geleden; dat was in 1974. Het was eigenlijk een normaal verhaal voor iemand uit een schaakfamilie. Mijn vader, Tsenko, ‘Cenko’, was een clubschaker. In die tijd kreeg je pas een rating vanaf 2200, dus hij was zogezegd ‘unrated’. Als ik het zou moeten inschatten, had hij een rating van ongeveer 2000 of zoiets.

Vanaf dat moment begon het allemaal. Ik speelde bij mijn schaakclub en deed in 1975 al mee aan mijn eerste toernooien. Het toeval wil dat Karpov in dat jaar wereldkampioen werd en op bezoek kwam in Sarajevo, de plaats waar ik toen woonde en ook ben geboren. Hij gaf een simultaan en ik speelde remise tegen hem! Dat heeft me een duwtje in de rug gegeven, want ik was pas zeven jaar oud. Zo is het begonnen en vanaf dat moment ging het rollen.

Wat vind je het leukste aspect van schaken?

Ja, dat is een moeilijke vraag. Wat ik een leuk aspect aan het schaken vind, is de strategische opbouw van het spel. En de wisselwerking tussen die strategische opbouw en dynamische afwikkelingen. Maar het gaat natuurlijk, ondanks alle mooie kanten van het spel, wel om het resultaat. Schaken is een sport, want jouw resultaat is meetbaar.

Wat vind je jouw beste prestatie op schaakgebied?

Er zijn een paar prestaties waar ik blij of trots op ben. Dan denk ik aan de beide keren dat ik het NK won met een gigahoge score. Ik was ook heel blij toen ik een supertoernooi in Sarajevo won en uiteraard het toernooi in Hoogeveen. Dat was een kort toernooi, maar ik won het wel met een hoge score. Ik won ook het Staunton Memorial met een hoge score. Verder ben ik een paar keer in IJsland geweest; die toernooien waren best sterk en ik won er een paar met een goede score.

Dan waren er nog twee overwinningen in de Lost Boys-toernooien en het zonetoernooi in Dresden (1997). Destijds had je nog van die zonetoernooien; dat toernooi in Dresden was zeer sterk bezet. In feite won ik ook het EK individueel 2009 op tiebreak. Maar in die tijd was er de regel dat als je won op tiebreak, je nog moest snelschaken voor de eindoverwinning. Ik verloor dat van Jobava, terwijl ik in het klassieke toernooi wel van hem won. Zou het toernooi onder de huidige regels zijn gespeeld, dan had ik gewonnen.

Wat is jouw beste partij?

Ik weet het niet. Natuurlijk praten veel mensen over mijn partij tegen Kasparov. Dat was een mooie partij, maar ik ben blij met een aantal andere partijen. Ik speelde een partij tegen Anand in Wijk aan Zee in 1996; dat was een hele goede partij. Een ander voorbeeld was een partij tegen Vladimir Kramnik in Wijk aan Zee (2004). Dat was ook een uitstekende partij. Er waren ook prima partijen tegen Judit Polgár en Aleksey Shirov. Er zijn meerdere partijen waarvan ik vind dat ik een mooie prestatie heb geleverd.

Je hebt zowel het computerloze tijdperk als het computertijdperk meegemaakt. Wat zijn volgens jou de belangrijkste verschillen tussen het pre-computertijdperk en nu?

Een belangrijk verschil is de manier en de snelheid waarmee je informatie opneemt. Dat is bijzonder belangrijk. Een voorbeeld: ik werd grootmeester in 1987. Toen was ik 19 jaar en daarmee destijds de jongste grootmeester ter wereld. Als je tegenwoordig grootmeester bent op je 19e, is dat geen bijzondere prestatie meer.

In het pre-computertijdperk bereikten schakers hun hoogtepunt als ze ergens boven de dertig waren. Je had tijd nodig om alle informatie te verzamelen en te absorberen. Dat gaat nu veel sneller. Maar het heeft ook als gevolg dat schakers veel eerder hun top bereiken in vergelijking met vroeger. Dat is een groot verschil.

Er is nog iets anders wat niet direct gekoppeld is aan schaaktechnisch vermogen, maar wel aan hoe men tegenwoordig naar schaken kijkt. In dat opzicht heeft schaken een bepaalde allure verloren. Wat ik daarmee wil zeggen? Je had bijvoorbeeld de matches tussen Karpov en Kasparov, de grote toernooien in Tilburg of het supertoernooi in Moskou in 1980. Bij partijen tussen bijvoorbeeld Kasparov en Karpov, Timman en Kasparov, of Kasparov en Spassky kon je misschien de indruk hebben dat er fouten werden gemaakt, maar daar was je niet zeker van. Er zaten vaak mensen dagenlang te analyseren om met verbeteringen te komen en te begrijpen wat er aan de hand was. Vandaag de dag schrijft elke patzer met een rating van 1700 op sociale media:

“Ik dénk dat Gukesh een fout maakt!”

Met de nadruk op:

“Ik denk!”

In dat opzicht heeft schaken haar uitstraling verloren. Een pluspunt is wel dat het toegankelijker is geworden voor heel veel mensen. Toernooien worden veel meer gevolgd dan destijds. Bijvoorbeeld: toen ik het laatste supertoernooi van voormalig Joegoslavië voor de oorlog speelde in Belgrado, was het normaal dat er zo’n 2.000 toeschouwers in de speelzaal zaten. Je voelde je als speler daardoor bijzonder. Tegenwoordig zijn er veel meer mensen die zoiets op andere manieren volgen, bijvoorbeeld via internet. Er zijn dus een aantal plusjes en minnetjes.

Schaaktechnisch is het verschil dat je openingen veel sneller kunt voorbereiden. Met ChessBase en door de invloed van engines kun je relatief onbekende varianten in twee uur tijd voorbereiden. Vroeger was dat onmogelijk; in diezelfde twee uur had je de informatie destijds nog niet eens verzameld, laat staan dat je een variant goed kon bekijken. Een tweede ding is dat je er vrijwel direct achter komt wat je fout hebt gedaan zodra de partij is afgelopen. Je hoeft niet eens een supersterke engine te gebruiken; je kunt gewoon je telefoon pakken en er redelijk snel achter komen of je dingen hebt gemist. Dat zijn de flinke verschillen tussen toen en nu.

Heb je een bijzondere band met het Nimzo-Indisch? Je hebt er zelfs een boek over geschreven: The Strategic Nimzo-Indian.

Een bijzondere band is misschien te veel gezegd, maar tijdens mijn schaakopleiding was er minder informatie beschikbaar dan nu. Je had natuurlijk de ‘Chess Informant’ en een aantal boeken. Zeker niet belachelijk veel, maar er waren er wel een aantal in de Russische taal geschreven. Ik had geen moeite om die te lezen, want ik begrijp Cyrillisch. Die taal ligt niet zo ver af van mijn eigen taal; vergelijk het met iemand die Spaans spreekt en daardoor Italiaans beter kan begrijpen. Ik begreep dus de essentie van wat er werd geschreven.

Een ander zeer populair boek was ‘Het Zürich Schaaktoernooi 1953′. In dat toernooi werd het Nimzo-Indisch heel vaak gespeeld, hoofdzakelijk de Sämisch- (4. a3) en de Rubinstein-variant (met 4.e3). Je had in die tijd ook verschillende analytische boeken van Botvinnik over zijn eigen schaakpartijen; ook daarin vond je vrij veel Nimzo-Indische partijen. Dat zou ik bijna nog vergeten: in Joegoslavië was het boek van Gligorić, ‘Play Against Pieces’, bijzonder populair. Daarin vind je ook veel partijen met het Nimzo-Indisch. Dat was relatief vroeg in mijn schaakopleiding en die boeken hebben zeker invloed op me gehad.

Je bent jezelf steeds meer gaan toeleggen op het geven van schaaktrainingen. Wanneer is dat voor jou begonnen?

Nou, dat is ergens rond 2010-2011 begonnen. Toen deed ik al bepaalde schaaktrainingen. Maar daarvoor gaf ik in het voormalige Joegoslavië ook al trainingen aan bijvoorbeeld Ivan Šarić en enkele anderen. Ik heb ook een paar keer wat trainingen gegeven op Papendal, maar dat was niet veel.

Met Ivan Šarić was dat een stuk intensiever. Maar het was toen nog geen volledige overschakeling; ik was gewoon een actieve schaker die er schaaktrainingen bij deed. Šarić was zeer sterk en dan werk je vanuit een bepaalde invalshoek. Het moment dat het serieus begon, was in 2013. Toen besloot ik dat het tijd was voor een omschakeling.

Je hebt ook een tijdje in het Midden-Oosten gezeten. Hoe was die ervaring?

Inderdaad, toen was ik in de Verenigde Arabische Emiraten. Dat was een hele andere ervaring. Ik begon daar met mijn trainerscarrière eind 2013. Ze hadden in die tijd Salem, die kort daarvoor grootmeester was geworden. Ze wilden dat iemand hem zou begeleiden om beter te worden. Ik denk dat het me gelukt is; op het moment dat ik er een paar jaar later mee stopte, was hij al individueel kampioen van Azië en had hij ongeveer 100 Elo-punten meer dan toen we begonnen.

Het is natuurlijk in dit soort situaties – dat gold ook voor mijn werk met Alireza Firouzja, Parham Maghsoodloo en vele anderen – moeilijk meetbaar in hoeverre een trainer iemand helpt om beter te gaan spelen. Dat is eigenlijk onmeetbaar. De rol van de trainer is die van een soort katalysator.

Trainers willen bepaalde informatie geven, hun mening over dingen delen en hun ideeën overbrengen. Maar niet iedereen heeft er evenveel baat bij. De één zal het sneller oppakken dan de ander. Het hangt er ook vanaf of wat je ze meegeeft bij hun stijl past. De inzet van de trainer kan bij iedereen ongeveer hetzelfde zijn, maar die inzet zal niet altijd hetzelfde resultaat bereiken. Jij blijft een soort inspirator, maar uiteindelijk moet de persoon die je traint zelf de beslissingen nemen in zijn eigen partijen.

Kun, wil of mag je zeggen wie je nu traint?

Ik werk al drie jaar in Roemenië als bondscoach en ben druk met veel verschillende profielen van Roemeense schakers. Dat is mijn hoofdbaan. Ik werk daar met de nationale ploeg en met mensen die er wellicht ooit onderdeel van zullen worden. In Wijk aan Zee had je bijvoorbeeld een jongeman uit Roemenië, Henry Tudor. Hij behaalde best goede resultaten en scoorde een prima TPR. Ik werk al een tijdje met hem.

Het werkt daar anders; een soortgelijke functie heb je niet bij de Nederlandse schaakbond. Er is bij de KNSB niemand die een fulltime functie heeft als bondscoach. Jan Smeets is bondscoach, maar feitelijk alleen tijdens bepaalde gelegenheden, zoals een Olympiade of het EK. Daar werkt hij uiteraard aan de voorbereiding en begeleidt hij het team tijdens het toernooi, maar daar houdt het op. Mijn baan is fulltime en daarom woon ik ook in Boekarest.”

Waar heb je nog meer gewerkt als bondscoach?

Van 2016 tot 2019 werkte ik in Iran. Eigenlijk begon ik daar al vlak voor de Olympiade van 2016. De schakers waren toen nog vrij onbekend, maar nu kennen we ze allemaal: Parham Maghsoodloo, Amin Tabatabaei en Alireza Firouzja. Ze hadden destijds een relatief lage rating en toch behaalden we een mooi resultaat. Een jaar later wonnen we het Aziatisch kampioenschap voor teams, waar ook China en India aan meededen. Dat was dus een bijzonder goed resultaat. Daarop volgde het geweldige succes met Oezbekistan: we werden eerste op de 44e Olympiade in 2022.

En nu dus Roemenië. Het is een topteam; we werden gedeeld vijfde/zesde bij het EK. Dat was bijzonder goed, want veel teams met een hogere gemiddelde rating, inclusief het Nederlandse team, eindigden achter ons.

Wat vind je het leukste aspect aan training geven?

Er zijn verschillende aspecten. Het is moeilijk om daar één lijstje voor te geven, want je kunt groepstraining geven, lezingen houden of één-op-één trainen. Het ene deel is het werken aan de voorbereidingen; het andere deel is het werk tijdens een Olympiade of EK. Dan werk je met het team aan het opbouwen van een goede prestatie.

Wat ook meespeelt, zijn je eigen ervaringen als speler en later als coach. Als coach probeer je die mix aan ervaringen over te dragen aan het team of aan individuele spelers. Daarnaast spelen de tegenstanders een rol. De coach moet de juiste benadering zien te vinden die past bij de situatie om zo goede resultaten te behalen. Er zijn dus heel veel elementen aan elkaar gekoppeld.

Wat vind je dan het moeilijkste?

Het moeilijkste is als mijn eigen visie op het spel en mijn karakter totaal niet overeenkomen met de betreffende persoon. Dan is het bijzonder lastig om te communiceren. Ik ben bijvoorbeeld redelijk direct. Dat kan lastig zijn, omdat niet iedereen die directheid op dezelfde manier opvat. De één zal je bedanken voor die eerlijkheid, terwijl anderen zich aangevallen voelen. Het is belangrijk dat je een goede inschatting maakt van de persoon tegenover je. Ook de verschillende culturen waarin je werkt spelen een grote rol; dat valt niet altijd mee.

Je hebt al heel wat boeken en dvd’s op je naam staan. Kun je daarover wat meer vertellen?

Ze gaan meestal over het middenspel. Ik heb gewerkt aan een Chessable course Self-Improvement Course for Advanced Players’ die is zojuist uitgekomen. Deze course is gericht op het nemen van betere beslissingen in bepaalde situaties tijdens de partij. Daarin komen allerlei zaken aan de orde: eindspelen, de voorbereiding van openingen en diverse middenspelthema’s.

Mijn werk is nu hoofdzakelijk gericht op het middenspel. Zoals mijn laatste twee boeken voor New In Chess: ‘Winning Chess Middlegames 1 en 2′Deel 1 is een soort update van mijn oude boek, maar eigenlijk is het meer dan dat: het is in feite een nieuw boek omdat veel materiaal totaal nieuw is. Deel 2 over structuren na 1. e4 is volledig nieuw. Daarin heb ik overigens keuzes moeten maken, want je kunt niet alle bestaande structuren in één boek stoppen.

Op het gebied van openingen heb ik voorheen ook wat werk gedaan voor New In Chess, zoals over de Nimzo-Indisch met 4. e3 (Rubinstein). Maar in de loop der tijd ben ik veel minder geïnteresseerd geraakt in openingswerk. Ik kan wel proberen mijn eigen mening en waarnemingen te geven, maar veel mensen willen tegenwoordig alleen maar op een knopje drukken om te zien wat Stockfish of andere engines ervan zeggen. Dat is een eindeloze discussie zonder winnaar. Je kunt dan bijna zeggen:

“Koop mijn werk niet, blijf maar gewoon op de knopjes drukken!”

Met mijn werk probeer ik een balans te vinden: menselijke keuzes die nog steeds worden goedgekeurd door de engine. Ik probeer de bizarre varianten die computers soms geven te beperken, maar dat is in deze tijd niet altijd makkelijk.

Zijn er naast de Chessable course nog andere projecten waar je aan werkt?

Momenteel niet direct. Die course is zojuist uitgekomen, als het goed is komt het vervolg daarna. Dat zijn mijn plannen voor 2026 en 2027. Er is een kans dat ik in de zomer twee video’s voor ChessBase ga maken. Dat is een optie, maar ik weet het nog niet zeker. Het hangt af van de tijd die ik heb en welke projecten ik prioriteit geef.

Ivan Sokolov heeft een complete serie bijzonder interessante video’s gemaakt voor Chessbase met allerlei thema’s over het middenspel. U vindt hier meer informatie…

Heb je nog een bepaalde schaakwijsheid voor het publiek?

Dat is een moeilijke vraag, want mensen spelen op verschillende niveaus. Maar het meest praktische advies dat ik kan geven, gaat over een probleem dat ik vaak zie. Een speler heeft zich bijvoorbeeld goed voorbereid, bouwt een groot voordeel op en geeft dat voordeel vervolgens binnen een paar zetten weer weg. Wat mensen vaak niet begrijpen, is dat een tegenstander na die geweldige voorbereiding niet zomaar in een direct verliezende variant trapt en waarschijnlijk op dat moment de stelling (bijzonder) goed begrijpt. Het resultaat van de voorbereiding is dat je beter staat, maar ver van gewonnen. Als je goed voorbereid bent, gebeurt het vaak dat je tijdens het spelen van die zetten – terwijl je tegenstander diep nadenkt – even gaat wandelen of naar andere partijen kijkt. In de tussentijd verdiept jouw tegenstander zich intensief in de stelling. De kans bestaat dat hij de stelling op dat moment beter begrijpt dan jijzelf, ondanks jouw voorbereiding. Jij weet wel dat je +0.9 staat volgens de computer, maar de tegenstander voelt de stelling simpelweg beter aan. Mijn advies is dan:

“Je weet dat je beter staat. Ga dan een tijdje op je handen zitten, verdiep je in de stelling en probeer de boel echt te doorgronden, in plaats van te gaan blitzen of de indruk te willen wekken dat je alles al begrijpt.”

Ik zie die fout telkens weer.

Dat doet me denken aan het interview dat ik had met Anish Giri…

Michel: “Ik moet erom lachen, niet omdat het raar is, maar omdat het volkomen logisch is. Anish Giri zei iets soortgelijks: hij bereidt zich met de computer heel goed voor, maar dan blijkt soms dat zijn tegenstander de stelling beter begrijpt omdat die het aan het bord allemaal zelf heeft zitten uitzoeken.”

Ivan: “Ja, dat is precies zo. Ik heb het in mijn eigen carrière ook beide kanten ervaren. Wanneer ik minder stond, bleek regelmatig dat ik de stelling veel beter begreep dan mijn tegenstander, waardoor het lukte om het tij te keren. Aan de andere kant is het me ook overkomen dat ik te snel bleef zetten, niet goed in de partij zat en zo al mijn voordeel weggooide.”

*Partijen gevonden in Megabase 2026. Analyses door: Viswanatan Anand (Anand-Sokolov) – Lubomir Ftacnik (Sokolov-Kramnik) – Ilya Tsesarsky (Sokolov-Kasparov)

Mobiele versie afsluiten