Schaakpuzzel 38: wat zegt de stelling?

Je neus volgen en dan maar zetjes proberen te doen is zelden een effectieve manier om te doorgronden wat er in een stelling aan de hand is.

Zoek de beste zet voor wit


Als je op je intuïtie afgaat dan vermoed ik dat de kans groot is dat je zetten gaat uitproberen op de koningsvleugel. Immers zwart heeft nog niet gerokeerd. Het witte paard lijkt een dreigende positie in te nemen. Je voelt aan je water dat er ‘iets moet inzitten’. Maar wat?

Lees meer »

Tactiek: de juiste zetten zoeken en vinden (2)

Stelling 1

Carsten Hansen plaatst vrijwel dagelijks nieuwe tactische opgaven in zijn facebookgroep ‘Winning quickly at chess’. De opgaven zijn over het algemeen van recente toernooien. En ze zijn pittig.

Gisteren schreef ik een lange blog over het vinden van kandidaatzetten. De aanleiding daarvoor was een les die ik de dag ervoor in een online training aan een stap 4/4+ groep had gegeven. De methode is simpel, kijk eerst zonder te oordelen naar:

  1. Schaakzetten (en/of schaak en slaan)
  2. Slaan
  3. Dreigingen

Iemand vertelde mij de dag er na dat deze methode nogal bewerkelijk is en daarom niet aan te raden. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeuren. Dat je naar meerdere zetten zou moeten kijken is inderdaad een bezwaar. Maar het is tegelijkertijd ook het grote voordeel van deze methode. De kans dat je iets over het hoofd ziet (een van mijn hardnekkige schaakkwaaltjes) neemt daardoor zienderogen af.

Eigen advies in de wind slaan

Ik ging aan de slag met de stelling 1 en vergat prompt mijn eigen aanbeveling. Na een tijdje nadenken kwam ik met een ingenieuze variant. Tenminste zo lijkt het. Zullen wij even kijken: (verder lezen)

Lees meer »

Slopen van de vijandelijke koningsstelling (2)

Afbeelding: wikipedia

Een van de bekendste manieren om de vijandelijke koning een kopje kleiner te maken is het loperoffer op h2 of h7. In het Engelse taalgebied spreekt men in dit verband over ‘the Greek gift’.

Kennelijk zit er bij die Griekse cadeautjes een addertje onder het gras. Het is niet geheel duidelijk waar deze term precies vandaan komt, maar waarschijnlijk heeft het iets te maken met het paard van Troje. Het bekende verhaal uit de Griekse mythologie.

De Grieken belegerden de stad Troje (Turkije). Dat had nogal wat voeten in de aarde totdat de Grieken een list bedachten. Het lukte uiteindelijk de stad binnen te dringen doordat soldaten zich verstopten in een reusachtig houten paard, dat door de nietsvermoedende inwoners van Troje binnen de stadsmuren werd gehaald. Daarna was het pleit snel beslecht.

Wikipedia zegt in dit verband: “Bij uitbreiding staat het voor een gewenste zaak die ergens wordt binnengehaald, maar waarin een ongewenste lading is verborgen. De ontvangers bewerkstelligen argeloos hun eigen ondergang.” Wij Nederlanders hebben natuurlijk ons eigen paard van Troje: het turfschip van Breda.

Hoe zet je een aanval op?

De stappenmethode vertelt hierover:

  • Stukken erbij
  • Toegang maken
  • Verdedigers uitschakelen
  • Mat zetten

Het spreekt voor zich dat een aanval alleen kans van slagen heeft indien de aanvallende partij op het deel van het bord waarop hij wil aanvallen een zeker overwicht heeft. Het draait om meer (actieve) stukken inzetten. Die moet je dus naar het strijdtoneel leiden.

Ik heb wel partijen gezien waarin één van de spelers een overwicht heeft en dan slechts met enkele stukken ten aanval trekt. Ze laten dan de rest van het leger werkeloos toekijken. Als het de tegenstander dan lukt om de aanvallende stukken te ruilen, dan verdwijnt de energie uit zo’n aanval als de bekende sneeuw voor de zon. Het draait er om je tegenstander geen kans te geven om een goede verdediging te organiseren.

Kortom: telkens nieuwe dreigingen creëren en het initiatief vasthouden.

Vervolgens kun je kijken of het mogelijk is een bres in de vijandelijke linies te slaan. Loperoffers op h7 en h2 zijn hiervan tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Daar ga ik me de komende tijd dan ook mee bezighouden. (verder lezen)

Lees meer »

Je elo met een paar honderd punten opkrikken? (1)

1. Karpov-Bareev (Linares 1994)

Heb jij enig idee hoe de gemiddelde clubschaker zijn Elo-rating zonder idioot veel inspanning met ruwweg 200 punten kan verhogen? Moet hij daarvoor als een bezetene tactische puzzels oplossen? Zijn tegenstanders te slim af zijn met de laatste openingsnieuwtjes? Of zit er niks anders op om toch nog maar een keer dat boek over strategische concepten door te ploegen?

Dat zijn uiteraard allemaal zaken waarmee iedereen zijn schaakvaardigheden naar een hoger niveau kan tillen. Maar verwacht er geen wereldschokkende wonderen van. Zoiets is een project voor de langere termijn. Niet iedereen heeft er de tijd of energie voor.

Je vraagt jezelf onwillekeurig af: is er misschien een makkelijkere manier om meer puntjes bij elkaar sprokkelen? Die is er. Hoe dat werkt? Je leest het in een serie artikelen die de komende tijd op dit blog verschijnen.

Lees meer »

Een pionnetje dat zwaar op de maag ligt

Als iemand je een kadootje aanbiedt, is het niet netjes om dit af te slaan. Tenminste, zo gaat dat vaak in het sociale verkeer. Dan vindt men je neus voor een presentje ophalen ‘niet aardig’.

Alhoewel ik ook wel eens iets heb gekregen waarvan ik dacht ‘wat moet ik daar nou toch weer mee?’ Kortom: kadootjes maken ons niet altijd gelukkig. 

In het schaken zal niemand het je kwalijk nemen als je dergelijke presentjes afslaat. Dat hoort er een beetje bij. Maar soms kunnen wij het toch niet laten om de geste dankbaar te accepteren. Met af en toe bijzonder nare gevolgen.

Want een kadootje dat je op je verjaardag hebt gehad en niet zo erg ziet zitten, kun je altijd nog weggooien of aan iemand anders geven. Maar helaas werkt het bij een schaakpartij ietsje, pietsje anders.

Zie het diagram. Wit had een gulle bui en offerde met 30. b5 een pion. Zwart accepteerde deze geste met 30. – bxc6?? 31. bxc6 Qxc6. Nu ben jij aan de beurt: wit speelt en wint! Oplossing…

De belangrijkste eigenschap voor schakers

Kijk eens naar het diagram. Wit is aan zet en heeft een winnende voortzetting. Heb jij enig idee wat deze is?

Eigenlijk is het een eenvoudige opgave. En toch? Ik heb een paar minuten zitten knoeien voordat ik het licht zag. Hoe komt dat?

Ik heb deze stelling gevonden bij ChessTempo (nr. 132464). Als standaardopgave heeft de schaakpuzzel een rating van 1672,7. Het gemiddelde succespercentage is 59,21%. Dat is wat hoger dan gemiddeld. De gemiddelde oplostijd is: 1 minuut en 42 seconden. Met mijn ‘paar minuten’ scoorde ik dus beneden gemiddeld.

Waarom heb ik zo lang nagedacht?

Het grote probleem is meestal dat ik meteen in de stelling duik en zetjes doe (uiteraard in mijn hoofd). En dat is nou net de verkeerde manier een puzzel of een stelling in een gewone partij aan te pakken. Op die manier zit er geen enkele structuur in mijn gedachten en is het een kwestie van ‘schieten en hopen dat je ooit iets raakt’. Kan dat niet anders? (verder lezen)Lees meer »